De hoofdspanten

DE TIMMERLIEDEN van het tweede paarse kabinet zijn eindelijk begonnen aan de hoofdspanten.

Het financiële kader voor de komende vier jaar wordt in elkaar gezet en daarbij tekenen zich inhoudelijke meningsverschillen af tussen de onderhandelaars van de drie beoogde coalitiepartners. Toch vreemd, dat deze verschillen van inzicht over de financiële fundamenten van een nieuw regeerakkoord pas rond de vijftigste dag na de verkiezingen aan de orde komen. Dat is het gevolg van een kabinetsinformatie waarin de maximumsnelheid op de autowegen in de Randstad grotere prioriteit heeft dan de begrenzing van het financieringstekort.

Nederland verkeert in een merkwaardige positie. Het gaat goed met de economie en desondanks neemt het financieringstekort nauwelijks af. Dat komt omdat de policy mix, de samenhang tussen begrotingsbeleid en economische conjunctuur, niet deugt. Nederland stimuleert er lustig op los in een toch al uitbundig groeiende economie, terwijl de traditionele rem van het rentebeleid in het kader van de Economische en Monetaire Unie niet langer beschikbaar is.

In Den Haag, althans bij de paarse financiële onderhandelaars, is niet merkbaar doorgedrongen dat Nederland tegenwoordig met de smalle marges van de EMU te maken heeft. Toen de Franse minister van Financiën, Dominique Strauss-Kahn, onlangs opmerkte dat Nederland toch echt iets aan zijn financieringstekort moest doen, deden woordvoerders van VVD en PvdA zijn woorden smalend af. Waar bemoeide die Fransman zich mee! Maar Strauss-Kahn had groot gelijk. Het is wennen dat Nederlands begrotingsbeleid tegenwoordig ook een zaak van de Fransen en van andere EMU-partners is, net zoals het Italiaanse begrotingstekort een zorg van Nederlandse politici is geworden. In euro-land zijn geen grenzen meer.

Trouwens, ook De Nederlandsche Bank heeft zich in haar advies aan de informateurs kritisch uitgelaten over de luchthartigheid waarmee in de informatie nieuwe uitgaven en lastenverlichting worden voorgesteld terwijl het financieringstekort met mondjesmaat daalt. HET KAN GEEN KWAAD een aantal punten op een rij te zetten. Het Stabiliteitspact van de EMU streeft naar begrotingsevenwicht (of een overschot) onder normale omstandigheden. Dat de onderhandelaars, ondanks de uitbundige economische groei, mikken op een tekort van één procent aan het einde van de nieuwe kabinetsperiode, is dan ook een armoedebod. Het getuigt van gebrek aan politieke ambitie, gebrek aan inzicht in economisch conjunctuurbeleid en van veronachtzaming van de betekenis die de Europese monetaire unie voor het nationale begrotingsbeleid heeft.

Politieke oogkleppen belemmeren het zicht verder. Als het lastig wordt om met een behoedzaam groeiscenario (gemiddeld twee procent groei over de hele kabinetsperiode) de rekensommen rond te krijgen, dan kan toch best van een hogere economische groei worden uitgegaan, vinden sommige politici. Waarom geen drie procent, of, om het ondoorzichtiger te maken, een keer drie en drie keer bijna twee? In dat geval is er in het eerste kabinetsjaar meer geld beschikbaar voor politieke profilering. En er kan ook worden afgesproken dat meevallers voor leukere dingen dan vermindering van de staatsschuld worden gebruikt. Dan valt er meer te besteden en hoeven er geen lastige besluiten te worden uitgelegd.

Als dit de uitgangspunten voor het begrotingsbeleid in de komende kabinetsperiode worden, is het gedaan met de rust op begrotingsgebied die de 'Zalm-norm' in de afgelopen vier jaar heeft gebracht. Bovendien is een nieuwe onzekerheid ingebouwd. Want niets is zo onzeker als de voorspelde economische groei. Nu pas beginnen de effecten van de crisis in Azië en Japan door te sijpelen naar de Europese en Amerikaanse economieën. Door de vraaguitval van Azië zijn bijvoorbeeld de olieprijzen gekelderd. Aangezien de prijs van aardgas aan die van ruwe olie is gekoppeld, dalen de aardgasbaten uit Slochteren. Dat levert een onverwachte tegenvaller voor de Nederlandse schatkist op.

Gezaghebbende Amerikaanse economen voorspellen op het ogenblik dat in de tweede helft van dit jaar de economische groei in de Westerse landen zal terugvallen. Als dat gebeurt (en het valt niet uit te sluiten), kan Nederland zich daaraan niet onttrekken. Dan is het gedaan met de prognoses van meer dan drie procent groei.

IN DE SCHEMERZONE van de informatie lijken deze signalen uit de buitenwereld niet te willen doordringen. Er heerst een sfeer van zelfgenoegzaamheid en gebrek aan urgentie. Maar de beste garantie voor een nieuw kabinet is een deugdelijk financieel-economisch fundament. Als dat niet stevig in elkaar wordt getimmerd, stort de boel vroegtijdig in.