De eerste telefonist; Alexander Graham Bell (1847-1922)

Edwin S. Grosvenor and Morgan Wesson: Alexander Graham Bell: The Life and Times of the Man Who Invented the Telephone

Abrams, 304 blz. ƒ 95,20

In het voorwoord van zijn toneelstuk Pygmalion dankt George Bernard Shaw de spraakleraar Alexander Melville Bell, die met zijn wetenschappelijke studie van de spraak en vooral met zijn veelverkochte tekstboeken een enorme invloed had op de manier waarop het Engels in die tijd werd uitgesproken. Hij ontwikkelde onder andere een systeem - Visible Speech - waarmee hij willekeurig welke klank kon weergeven. Tijdens demonstraties werden zijn twee zoons de zaal uitgestuurd, waarna vader Bell klanken die het publiek hem voorlegde op een schoolbord schreef. En of het nu Sanskriet, Gaelic of het geluid van een geeuw was. Steeds konden de jongens 'lezen' wat er bedoeld werd en dat feilloos imiteren. Hij daagde hen ooit ook uit om een machine te maken waarmee menselijke spraak kon worden nagebootst. Na weken hard werken slaagden ze daarin en wisten de buurt op stelten te zetten door hun uit rubberen onderdelen opgebouwde synthetische stem heel hard 'mamma' te laten roepen. Door dit soort activiteiten schiep vader Bell een vruchtbare voedingsbodem voor een succesvolle loopbaan. Dat wil zeggen, voor een van hen, want de oudste zoon, Melville, overleed al op vijfentwintigjarige leeftijd aan TBC. Anders zou hij zeker samen met zijn broer Alexander verder zijn gegaan en wie weet zou de telefoon dan wel twee vaders hebben gehad.

Alexander Graham Bell wordt geboren op 3 maart 1847 in Edinburgh. Zijn ouders zijn niet onbemiddeld, maar besluiten in 1870 toch om hun geluk in Canada te gaan beproeven. Alexander is dan al uitgegroeid tot de 'apostel' van zijn vader. Hij wordt leraar op een dovenschool in Boston en neemt ook een aantal (dove) privé leerlingen. In zijn vrije tijd probeert hij, rommelend met dan net op de markt verschenen elektrische onderdelen, een manier te vinden om meer dan één boodschap tegelijk over een telegraafkabel te sturen. Dat probleem krijgt hem volledig in zijn ban en hij gunt zichzelf nauwelijks meer tijd om te eten of te slapen: er is namelijk veel concurrentie.

Octrooi

De Duitse schoolmeester Philip Reiss fabriceert de eerste 'microfoon', waarmee echter alleen eenvoudige geluiden via een draad kunnen worden overgebracht. Elisha Gray, een beroemde Amerikaanse uitvinder, ontwikkelt een apparaat waarmee langs elektrische weg acht verschillende tonen kunnen worden overgestuurd, iets wat de New York Times 'music by telegraph' noemt.

Bell heeft een eigen oplossing voor dit probleem, maar ontdekt al gauw dat hij als Brit in een vreemd land nergens op waterdichte octrooibescherming kan rekenen. Daarom werpt hij zich maar op de ontwikkeling van instrumenten, die hem het lesgeven aan doven eenvoudiger moeten maken. Maar precies dat zal de belangrijkste stap blijken te zijn op weg naar de telefoon.

Met behulp van onderdelen uit het oor van een overledene bouwt hij een instrument waarmee hij geluidstrillingen kan weergegeven op papier. Als hij doven kan laten zien wat ze zeggen, kan hij ze ook stimuleren om zíjn uitspraak na te bootsen. Dan krijgt hij zijn gouden idee. Hij realiseert zich dat hij met behulp van een wisselstroom alle subtiele veranderingen in toonhoogte en sterkte van het geluid moet kunnen imiteren. Het enige wat hem echter ontbreekt om dit idee in de praktijk te verwezenlijken, is geld. Daarom zoekt hij contact met twee rijke ouders van leerlingen, Thomas Sanders en Gardiner Green Hubbard, en vraagt hen om steun.

Nog altijd is er geen werkende multiple telegraph, en gedrieën besluiten ze de race weer op te nemen. De enige manier waarop signalen kunnen worden overgestuurd bestaat dan nog altijd uit het snel verbreken en weer herstellen van een elektrische stroom, gegenereerd door een batterij. Bell besluit om het anders te doen. Hij gaat de geluidsgolven zelf gebruiken om een geleidende draad - of een membraan - die in een magnetisch veld is geplaatst in beweging te brengen. Hierdoor wordt in de draad een stroom opgewekt, die precies de geluidstrillingen volgt. Aan het andere einde van de draad vindt het omgekeerde proces plaats, en daarmee is de telefoon geboren.

Op 23 november 1874 beschrijft hij zijn onderzoekingen in een brief aan zijn ouders: een cruciaal document - zoals al gauw duidelijk wordt - in de talloze processen die hij moet voeren om zijn octrooirechten op 'Improvements in Telegraphy' veilig te stellen. Voor de uitwerking van het idee tot een werkend apparaat krijgt Bell hulp van een jonge assistent, Thomas Watson. Zij voeren na veel vruchteloze pogingen uiteindelijk op 10 maart 1876 het eerste telefoongesprek: 'Mr. Bell, do you understand what I say?', 'Mr Watson, come here, I want to see you.' Bell is dan net getrouwd met een van zijn (dove) leerlingen, tevens dochter van een van zijn financiers, Mabel Hubbard. Samen gaan ze de strijd aan om 'hun' uitvinding geaccepteerd te krijgen. En dat is aanvankelijk niet eenvoudig.

William Orton, de president van de machtige Western Union Telegraph Company heeft immers al te kennen gegeven dat hij Bells werk als kinderspel beschouwt. Na een succesvolle demonstratie op de eerste Centennial Exhibition in Philadelphia, moet ook hij echter toegeven dat het vermeende speeltje toch wel wat meer te bieden heeft. Toch weigert hij honderdduizend dollar neer te leggen voor de rechten en wordt daarmee de man die de meest winstgevende uitvinding ooit niet wilde kopen.

Het aantal telefoonaansluitingen neemt vanaf dat moment snel toe en in alle steden in de Verenigde Staten verschijnen de telefoonlijnen in het straatbeeld, samenkomend in de 'centrale'. Daar verzorgen aanvankelijk mannen en jongens de verbindingen aan het switchboard. Later blijken (ongetrouwde) meisjes er veel handiger in, al brengt dat wel met zich mee dat klanten hun taalgebruik moeten kuisen.

Concurrentie

In het begin vormt Western Union, dat in zee gaat met Bells 'collega-uitvinders' Edison en Gray nog een geduchte concurrent, vooral omdat zij beschikt over een reeds bestaand telegrafienetwerk. Uiteindelijk blijken Bells patenten echter waterdicht en wordt gedurende veertien jaar het monopolie van de Bell Telephone Company gegarandeerd. Het is niet verwonderlijk dat dat een positieve invloed heeft op de koers van de aandelen. Bell en zijn investeerders worden steenrijk. Aan de verbetering van de geluidskwaliteit wordt continu gewerkt en ook de afstand waarover storingsvrij kan worden gebeld wordt almaar groter.

De echte doorbraak naar het grote publiek vindt echter pas plaats wanneer Bells monopolie is afgelopen en een groot aantal nieuwe bedrijven de markt opkomt: de enorme concurrentie maakt de telefoon voor iedereen betaalbaar. Hoewel American Bell in veel steden het onderspit delft, blijft zij via het interlokale netwerk, dat beheerd wordt door de speciaal daartoe opgerichte American Telephone and Telegraph Company (AT&T) de telefoonmarkt in een stevige greep houden.

Met dit soort zakelijke beslommeringen houdt Bell zich al lang niet meer onledig. Hij blijft zich inzetten voor verbetering van het onderwijs aan doven, maar voor alles slokken zijn activiteiten als uitvinder zijn tijd op. Zo ontwikkelt hij een fotofoon, waarmee gesproken woord via lichtgolven kan worden doorgegeven, een ijzeren long en een metaaldetector. Daarmee probeert hij in 1881 het leven van de bij een aanslag gewonde president Garfield te redden, maar op het cruciale moment weigert het apparaat dienst en slaagt Bell er niet in om de kogel te lokaliseren. Het vormt slechts een kleine smet op zijn blazoen.

Zijn belangrijkste doel wordt echter een mens te laten vliegen. Op zijn zomerverblijf in Nova Scotia is hij voortdurend in de weer met steeds indrukwekkender vliegers, propellers en later ook met heuse vliegtuigen. In een felle concurrentiestrijd met de gebroeders Wright delven Bell en zijn collega's uiteindelijk het onderspit, al worden hun vliegtuigen tegenwoordig wel als technisch superieur beschouwd.

National Geographic

Ook als uitgever gaat het Bell voor de wind. In zijn streven om kennis te verbreiden richt hij de National Geographic Society op 'so that we may know more of the world upon which we live'. Het gelijknamige tijdschrift wordt vooral door de inspanningen van een van zijn schoonzoons een groot succes, en is dat nog altijd.

Bells leven leest als een sprookje. Zelden zal een iemand een succesvoller carrière hebben gehad als deze gigant. Hoewel deze biografie zeker niet kan bogen op een gedegen wetenschappelijke onderbouwing - de 'definitieve' biografie van de hand van Robert Bruce verscheen al in 1973 - biedt het wel een vlot geschreven en goed geïnformeerd overzicht van Bells leven. Daarbij geeft het ook een aardig overzicht van de ontwikkeling van de telefonie.

Wat dit boek echter onderscheidt van al zijn voorgangers, zijn de meer dan vierhonderd schitterende foto's, waarvan velen voor de eerste keer worden gepubliceerd. Dat één van de auteurs een achterkleinzoon is, zal hier zeker aan hebben bijgedragen. Het zijn zonder uitzondering foto's die het leven van Bell en de zijnen - zelfs zijn eerste jaren toen de fotografie nog maar net was uitgevonden - op onnavolgbare wijze illustreren. Zij maken deze uitgave tot een toch zeer welkome aanvulling van de al zo uitgebreide literatuur over deze uitzonderlijke Amerikaanse uitvinder en ondernemer.

    • Rob van den Berg