Collectie Piet Cleveringa bevat een aantal topstukken

Tentoonstelling: It takes two to tango. Cleveringa en De Lakenhal. T/m 12 juli in Stedelijk Museum De Lakenhal, Oude Singel 28-32, Leiden. Di/vr 10-17u, za/zo 12-17u. Inl.: (071) 516 53 60.

Met de tentoonstellingsreeks Accenten zette verzamelaar Piet Cleveringa in de jaren tachtig in één klap het gehucht Acquoy op de culturele kaart van Nederland. In een oude koeienstal, die hij had omgedoopt tot De Kijkschuur, toonde Cleveringa werk van bekende Nederlandse kunstenaars die ook in zijn collectie vertegenwoordigd waren. De ex-topambtenaar van het Ministerie van Binnenlandse Zaken kocht sinds de jaren zestig met grote regelmaat werk van Nederlandse schilders en beeldhouwers, maar liet altijd anderen van zijn verzameling meegenieten. Toen hij in 1988, op 70-jarige leeftijd, kleiner ging wonen, schonk hij zijn collectie (170 schilderijen, sculpturen en tekeningen) aan de Staat der Nederlanden.

Inmiddels heeft Piet Cleveringa zijn tachtigste verjaardag gevierd, maar kan hij het verzamelen nog steeds niet laten. Onder de titel It takes two to tango is momenteel in De Lakenhal een tentoonstelling te zien waarin werken uit Cleveringa's privé-verzameling en uit de aan het Rijk geschonken collectie zijn gecombineerd met werken uit de collectie van het Leidse museum. Daarbij is vooral geselecteerd op kunstenaars die in beide collecties vertegenwoordigd zijn, een overlapping van maar liefst 45 namen.

Het leuke van deze tentoonstelling is dat je de collectie van een openbaar verzamelaar (het museum) kunt vergelijken met die van een particulier verzamelaar. Bij elk paar kunstwerken kun je je afvragen: welke zou ik gekozen hebben? De aluminium cirkel met een knik in de middellijn van Ad Dekkers (Cleveringa) of Dekkers' prachtige reliëf van polyester kwadraten (De Lakenhal)? Het vrolijk gekleurde De blauw om geel van Bram Bogart (De Lakenhal) of zijn sombere doek Ecriture satirique dat is opgebouwd uit grijstinten? Je zou denken dat een particulier veel vrijer is in zijn keuze en af kan gaan op zijn eigen voorkeuren, terwijl een museumdirecteur gebonden is aan het verzamelbeleid of de specialisatie van het museum, maar die veronderstelling wordt door de tentoonstelling niet bevestigd. De collectie van Cleveringa is gedegen en voorspelbaar, en concentreert zich net als de moderne kunstcollectie van het museum op abstracte werken van bekende (mannelijke) kunstenaars als Ben Akkerman, Armando, Ger van Elk, JCJ Vanderheyden en Peter Struycken.

De belangstelling voor beeldende kunst kwam pas laat op gang bij Cleveringa. Tot zijn 40-ste hield de jurist zich voornamelijk bezig met toneel, hij kwam pas in aanraking met de beeldende kunst toen hij in 1958 het voorzitterschap van de Haagse Kunstkring aanvaardde. Cleveringa verzamelde 'in de breedte' en kocht van vele, uiteenlopende kunstenaars werken aan, het liefst twee. Hij kocht doorgaans bij gevestigde galeries als Espace, Nouvelles Images, Art en Project en Riekje Swart en interesseerde zich nauwelijks voor jonge, aankomende kunstenaars. Het zwaartepunt van zijn collectie kwam te liggen bij Nulkunstenaars als Jan Schoonhoven en Armando, maar ook CoBra is ruim vertegenwoordigd. Zijn enige miskoop was volgens Cleveringa een doek van Carel Willink, dat hij in een opwelling met geld uit een erfenis aanschafte. Al de volgende dag had hij spijt, omdat het schilderij niet paste in wat hij tot dan toe bijeen had gebracht, en deed het onmiddellijk weer van de hand.

De tentoonstelling in De Lakenhal heeft kop noch staart. Zij omvat enkele werken van relatief jonge kunstenaars als Tiong Ang en Marijke van Warmerdam, maar ook van inmiddels overleden kunstenaars als Piet Ouborg, Charlotte van Pallandt en Bram van Velde. Naast de vele abstracte werken is de figuratieve schilderkunst vertegenwoordigd met werken van bijvoorbeeld Marlene Dumas en Cock Sjardijn. Maar afgezien van het gebrek aan context of de afwezigheid van een thema is de tentoonstelling alleen al door de aanwezigheid van enkele topstukken een bezoek waard. Vanwege het doek Historia Mysterica (1981-1982) van René Daniëls bijvoorbeeld, een dynamisch schilderij in een PopArt-achtige stijl. Afgebeeld is een gestileerde triomfboog van waaruit in alle richtingen wegen naar buiten schieten. Je zou de voorstelling kunnen interpreteren als een moderne oerknal, waarbij niet het heelal, maar de stad in een razend tempo uitdijt. Het doek van Daniëls is het meest uitgeleende werk uit de collectie van Cleveringa. Toch hangt het niet op de grote overzichtstentoonstelling van René Daniëls die momenteel in het Van Abbe Museum te zien is, maar schittert het in De Lakenhal, waar Piet Cleveringa nog één keer pronkt met de werken die hij de afgelopen decennia in huis haalde.

    • Sandra Smallenburg