China wil herstel van zijn leidende rol

De Amerikanen vertrouwen erop dat democratie en markt de dominante krachten in China zullen worden. Die hoop op vooruitgang verklaart het compromisbeleid van president Clinton op het gebied van politieke en mensenrechten. Maar William Pfaff meent dat het China van de toekomst naar dominantie in Azië streeft en daardoor allerminst een voorspelbare grootheid is .

President Bill Clintons reis naar China zal het streven van beide landen om elkaars politieke aangelegenheden te manipuleren tot ongekende hevigheid opvoeren.

De Chinezen willen het bezoek van Clinton gebruiken om hun politiek van onderdrukking in eigen land te maskeren en om impliciete goedkeuring te verkrijgen voor hun ambitie om de dominante mogendheid in Azië te worden. Ze zullen in dit bezoek de bevestiging zien van hun recente ontdekking dat ze om in Amerika iets gedaan te krijgen niet bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of het Witte Huis moeten zijn, maar al dan niet rechtstreeks de politieke partijen en verkiezingscampagnes moeten financieren en bedrijven ertoe moeten bewegen voor China te lobbyen in Washington.

President Clinton en het merendeel van de Amerikaanse beleidsmakers menen dat de band met Amerika voor de leiders in China zo belangrijk is dat deze hun beleid zullen toesnijden op de versterking van die band of op het behoud daarvan.

Washington en het zakenleven hebben zichzelf er eveneens van overtuigd dat de democratie en de markt onverbiddelijk de dominante krachten in het China van de toekomst zullen worden, wat tot steeds betere betrekkingen met Amerika zal leiden. Dit vertrouwen in een onvermijdelijke vooruitgang rationaliseert het compromisbeleid in kwesties als politieke en mensenrechten waarmee de regering wil bevorderen dat China zijn markt voor Amerikaanse goederen, landbouwproducten en diensten openstelt.

Mocht het uiteindelijke pakket geen democratie blijken te bevatten, dan zal Washington daar rouwig om zijn maar er het beste van proberen te maken. Men heeft blijkbaar nu al besloten het beste te maken van de 'technische' onmogelijkheid (aldus China) om Clintons toespraken rechtstreeks uit te zenden, wat betekent dat men censuur tolereert in de uitspraken van de president voor het Chinese televisie- en radiopubliek.

Washington heeft een simpel, alles overheersend doel: open markten. Dit volgt uit het overweldigend aanlokkelijke vooruitzicht, of droombeeld, van meer dan een miljard Chinezen die Amerikaanse exportproducten consumeren. Het Amerikaanse enthousiasme bleek al uit de luchtvloot die meer dan duizend functionarissen, journalisten en zakenlieden als gasten van de president naar de Chinese hoofdstad en het Tienanmenplein heeft overgebracht.

China wil dat de VS zijn leidende rol in Azië impliciet erkent - ten nadele van Japan, India en Rusland. Dat heeft op zichzelf niets onheilspellends. Dat de Chinese leiders streven naar overwicht in Azië is een normaal verschijnsel, gedicteerd door China's geschiedenis en zijn nationale zelfbeeld sinds de oudheid. Voor de Verenigde Staten is zakendoen het parool, zoals Calvin Coolidge nogal dor opmerkte.

China staat nog mijlenver af van praktische democratie of een markteconomie. Zijn verzet tegen de globalisering en de internationale markt is er de oorzaak van dat zijn economie en munt het afgelopen halfjaar gespaard zijn gebleven voor de ergste gevolgen van de Aziatische krach. Om die reden wist China de Amerikaanse minister van Financiën, Robert Rubin, vorige week zover te krijgen dat hij de wegzakkende Japanse yen steunde. Zo werd voor het ogenblik de concurrentiepositie van de Chinese export beschermd.

Het echte China van de toekomst is een volstrekt onvoorspelbare grootheid. De regering onder Jiang Zemin is een Communistische partijoligarchie in een tijd waarin het communisme in China elke serieuze betekenis heeft verloren. Haar legitimiteit is niet langer ideologisch of revolutionair, maar berust op het feit dat ze tot dusver de orde in het land heeft weten te bewaren en een stormachtige economische ontwikkeling heeft geleid terwijl ze tegelijk de negatieve gevolgen van die ontwikkeling heeft weten te beperken.

Of het regime dit kan volhouden mag ernstig worden betwijfeld. Zelfs als het in zijn opzet slaagt, is het nog twijfelachtiger of dat voldoende zal zijn om China een voorspoedige toekomst te bezorgen.

Een recent krantenbericht citeerde een Amerikaanse academicus die zei dat president Jiang Zemin er zijn reputatie in de Chinese geschiedenisboekjes voor over heeft om een sterke, duurzame band met de Verenigde Staten op te bouwen. Zo laat het zich misschien aanzien vanuit Washington, waar men er ongezien van uitgaat dat de Verenigde Staten het middelpunt van het politieke universum vormen, met daaromheen draaiend andere volkeren die bij Washington in de gunst pogen te komen.

China beschouwt zichzelf van oudsher als het 'middenrijk' waaraan anderen schatplichtig zijn. China's toekomst hangt af van wat de Chinezen zelf doen aan het herstel van niet alleen hun natie als politieke eenheid maar ook van hun beschaving als een centraal element in geschiedenis van de mensheid - wat die beschaving vroeger is geweest. Daarvan zal premier Jiangs reputatie in de geschiedenis afhangen.

In zijn klassieke geschiedwerk over China's betrekkingen met Europa citeert G.F. Hudson een spreekwoord uit de zestiende eeuw, dat luidt dat alleen Chinezen twee ogen hebben. De Franken (westerlingen) hebben er één; alle andere aardbewoners zijn blind.

Twee haaks op elkaar staande visies kruisen elkaar thans in China. De ene is die van president Clinton: zeker van zijn leidende rol in de wereld en toch ook, om redenen van binnenlands-politieke aard, belust op de handel met en de gunst van China - en daarom tot op zekere hoogte in de positie van een smekeling. En aan de andere kant is er de visie van de Chinezen, voor wie de beraadslagingen met Washington een stap zijn op weg naar het herstel van hun eigen leidende rol, die ze verloren hebben sinds de Mantsjoes twee eeuwen geleden in verval raakten. Maar welke van deze twee visies zal twee-ogig blijken?