Belastingfraude uit angst voor armoede

Twee verdachten in de Amsterdamse beursfraudezaak moesten zich gisteren voor de rechtbank verantwoorden voor belastingfraude.

AMSTERDAM, 26 JUNI. Twee van de tientallen anonieme fraudeurs die als 'coderekeninghouders' in het beursfraudeonderzoek te boek staan kregen gisteren een gezicht. Voor de Amsterdamse rechtbank betuigden E.H.F. (61) en E.G.S. (66) spijt over het verzwijgen van hun vermogen voor de fiscus.

Beiden hadden bij Bank Bangert Pontier een coderekening, subrekeningen van de de Luxemburgse financiële instelling Codalux. De Codalux-rekening van F. heette 'Freiburg', die van S. 'Willem de Zwijger', naar de straat waarin hij woont.

Justitie trof in november 1997 bij een huiszoeking bij Bank Bangert Pontier 60 à 65 codes aan. Ook vonden de opsporingsambtenaren een lijstje met verwijzigingen naar de echte namen van rekeninghouders. Justitie legde beslag op de 11,5 miljoen gulden aan tegoeden op deze rekeningen.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat Bank Bangert Pontier de vaste kassier van de rekeninghouders was. Zij namen grote sommen geld in contanten van hun coderekeningen op via Bank Bangert Pontier. De bank gaf de transacties niet door aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Bank Bangert Pontier betaalde de Staat half november 1 miljoen gulden om strafrechtelijk vervolging af te wenden en wijzigde haar naam in Friesland Bank Securities.

De twee die gisteren terechtstonden handelden jarenlang met hun Luxemburgse vermogen op de Amsterdamse effectenbeurs. Ze verzwegen dividenden voor de fiscus, evenals de rente op de tegoeden. Behalve belastingfraude pleegden zij, door hun aangifteformulier opzettelijk foutief in te vullen, valsheid in geschrifte.

Als motief voor zijn handelen voerde F. een moeilijk jeugd aan. Hij verloor het grootste deel van zijn familie in de oorlog. In de jaren van de wederbouw werd hij opgevoed door zijn moeder, die over een schamel inkomen beschikte. “Ik heb daar een overdreven angst voor armoede aan overgehouden”, zei F. gisteren. Hij kreeg zijn carrière maar moeizaam op de rails. In de jaren zeventig verloor hij baan na baan en bouwde geen pensioen op. Bij twee bedrijven vertrok hij met een afkoopregeling. Onderdeel van de onderhandelingen hierover was dat het geld verzwegen zou worden voor de fiscus. Hij liet het storten op een buitenlandse coderekening om er vervolgens mee te speculeren op de beurs. Het saldo groeide in twintig jaar van 350.000 gulden naar circa 1,8 miljoen. Dat geld was zijn oudedagsvoorziening.

Verdachte S. verborg zijn spaartegoeden in 1987 op een Luxemburgse coderekening omdat hij anders geen gezinshulp voor zijn langdurig zieke vrouw kon krijgen via de thuiszorg. S.: “Ze zouden zeggen, u hebt geld zat. Betaalt u zelf maar uw hulp.” Zijn saldo (300.000 gulden) op de effectenrekeningen verdubbelde in tien jaar doordat de koersen op de beurs scherp stegen.

In zijn requisitoir hekelde officier van justitie De Graaff het gedrag van S. “Belastinggeld is nodig om de BV Nederland te laten draaien en instellingen als thuiszorg te financieren. Door zijn rekeningtegoed te verzwijgen benadeelde S. anderen die van deze sociale regeling gebruik willen maken.”

Beide verdachten bekenden en betuigden spijt. F: “Het lag als een steen op mijn maag. Ik ben blij als het straks voorbij is.”

S. vertelde de rechter dat de coderekening al tijden “kriebelde” maar dat hij niet terugkon. De Graaff verwierp dat excuus. Hij wees op de 'inkeerregeling' van de belastingdienst, op basis waarvan iedereen die geld heeft verzwegen dit kan melden en terugbetalen zonder boete.

Tegen F. is een straf geëist van vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een boete die gelijk staat aan het bedrag dat hij nog moet betalen aan de fiscus (63.094 gulden). De celstraf mag van de officier van justitie wordt omgezet in dienstverlening. De Graaff hield bij de gepensioneerde S. rekening met diens leeftijd. Hij eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaar. S. zou een boete van 79.729 moeten betalen.

De Graaff liet deze week op een congres over criminaliteit in het bedrijfsleven weten dat het onderzoek naar de beursfraude ten minste nog twee jaar in beslag neemt. Hij zei dat vijftien justitie-medewerkers zich full-time met de zaak bezighouden.

    • Sjouke Rijper