Beestjes

Nu ik weer een huis met een tuin heb, besef ik wat ik gemist heb in de flat - beestjes. Spinnetjes, torretjes, hooiwagens, pissebedden. In huizen met tuinen heb je veel meer beestjes dan in flats en de meeste zijn interessant en sprookjesachtig. In mijn voor-vorig huis, een benedenhuis met tuin, was ik gefascineerd door de zilvervisjes in de badkamer.

Bij nachtelijk wc-bezoek kwam er wel eens een tevoorschijn, zo'n glad soepel streepje dat zilverig zigzagde over de tegelvloer om in een minieme kier te verdwijnen. Pas toen een behulpzame buurvrouw tijdens onze vakantie gespoten had tegen vlooien bleek hoeveel zilvervisjes er in die kieren hadden gewoond. Tientallen, nee honderden lagen er dood in de badkamer en in de gang. Ik rouwde een beetje om de dode zilvervisjes.

Fascinerend zijn ook oorwurmen, vooral als je weet hoe groots en meeslepend een vrouwelijke oorwurm leeft: in het paarseizoen paart zij met elk mannetje dat ze tegenkomt en vervolgens zorgt ze met zoveel toewijding voor haar eieren dat ze van uitputting sterft als haar jongen uitkomen.

In flats heb je bijna geen beestjes, alleen vliegen en muggen. Erg dom zijn die, vooral vliegen. Je kunt nog zo tegen ze aanpraten, onderwijl met zachte drang en een wapperkrant trachtend ze naar het open raam te dirigeren, maar tien tegen een dat ze schokkerig blijven rondsnorren voor dat ene raam dat niet open kan. Dan sla je ze net zo lief dood want dood gaan ze toch.

In een huis met een tuin daarentegen komt er wel eens een hommel binnenvliegen en het is een waar genoegen om die de weg naar buiten te wijzen. Hommels hoef je bij wijze van spreken alleen maar beleefd uit te leggen welke kant ze op moeten en ze doen het al. Prettig in de omgang, hommels. Hooiwagens zijn lastiger, die waaien zo weer naar binnen als je niet oppast. Maar daar zijn ze welkom wat mij betreft. In een echt huis horen beestjes.