A.J.P. Taylor: The Origins of the Second World War, 1961

A.J.P. Taylor: The Origins of the Second World War Penguin, 368 blz. ƒ 37,50

Na de publicatie van The Origins of the Second World War in 1961 bezocht de Britse historicus A.J.P. Taylor (1906-1990) München voor een televisie-debat over zijn boek. Toen de taxichauffeur hoorde dat hij Taylor vervoerde, zo vertelt Taylor in zijn autobiografie A personal history (1983), stopte de man de taxi om de hand van de historicus te schudden. 'U bent de man die heeft bewezen dat Hitler de oorlog niet heeft veroorzaakt. Ik weet dat u gelijk heeft. Ik zat in SS en was één van zijn bodyguards. Er war ein sehr netter Mensch.'

'We will have some silly reviews', schreef Taylor kort voor het verschijnen van Origins aan zijn uitgeverij. Zijn boek zou 'de meest controversiële historische monografie van de afgelopen halve eeuw' worden, aldus Robert Cole, de biograaf van Taylor. Een eer die Taylor inmiddels moet delen met Daniel Golhagens Hitler's willing executioners. Taylor werd ervan beschuldigd een apologeet van Hitler en het nationaal-socialisme te zijn. In zijn boek zou hij zowel Hitler als het hele Duitse volk hebben vrijgepleit van schuld aan de Tweede Wereldoorlog. Daarmee speelde hij Duitse neo-nazi's in de kaart, zo werd hem voorgehouden door critici als de historicus Hugh Trevor Roper. Taylors boek werd niet voor niets positief bespoken in neo-nazistische blaadjes in Duitsland en in Action, het tijdschrijft van de Britse fascist Oswald Mosley.

Taylor was al een bekend en tamelijk omstreden historicus toen Origins verscheen. Zijn populistische, radicaal-linkse opvattingen en zijn veelvuldige optredend voor radio en televisie hadden hem niet populair gemaakt bij veel collega-historici in het respectabele Oxford. Hij was afkomstig uit Lancashire in het noorden van Engeland. Hoewel zoon van een welgestelde katoenhandelaar, had hij een diepe afkeer van het Britse establishment. Enkele jaren voor de publicatie van Origins was Taylor gepasseerd voor de prestigieuze Regius-leerstoel, naar eigen zeggen om politieke redenen. Hierna zwoer hij het streven naar academische respectabiliteit definitief af.

De stellingen die Taylor in Origins verdedigde hebben na bijna veertig jaar niets van hun provocerende kracht verloren. Hitler was geen diabolische nihilist, schreef Taylor. Hij was een gewone Duitse staatsman, die hetzelfde nastreefde als al zijn voorgangers: namelijk van Duitsland de dominante mogenheid in Europa te maken. De Duitse 'staatsman' onderscheidde zich evenmin van politici in andere landen, die net als Hitler de belangen van het vaderland voorop stelden en in laatste instantie bereid waren om daarvoor geweld te gebruiken. Daarnaast was Hitler een opportunist, die rustig afwachtte tot de Europese leiders, met name van Frankrijk en Engeland, hem de kans zouden geven om zijn doelen te bereiken. Het uitbreken van de oorlog in september 1939 was het gevolg van een reeks diplomatieke blunders van alle betrokken partijen, maar niet van Hitlers aggressie, concludeerde Taylor. Geschiedenis werd volgens hem gemaakt door 'menselijke blunders' en niet door 'menselijke slechtheid'.

Origins was de eerste serieuze 'revisionistische' studie over de oorzaken van de Tweede Wereloorlog. Voor Taylors boek werd de oorzaak voor het uitbreken van de oorlog exclusief bij Hilter en zijn trawanten gelegd. Debat was er nauwelijks. Deze 'Neurenberg-consensus', gebaseerd op het proces tegen Duitse oorlogsmisdadigers na de oorlog, was volgens Taylor te eenzijdig. Alle staatsmannen van het interbellum hadden in zijn visie gefaald. 'Dit is een verhaal zonder helden; en misschien zelfs zonder schurken', stelde hij. Taylor omschreef zichzelf in zijn boek als onpartijdig historicus, die weigerde een moreel oordeel te geven. In feite was hij een moralist die poseerde als cynicus. Zijn boek is alleen amoreel in de zin dat hij de morele schuld voor het uitbreken van de oorlog gelijkelijk over de betrokken partijen verdeelde.

Met Origins werd Taylor pas echt beroemd. Het boek werd in elf talen vertaald, ook in het Nederlands. Er verschenen vervolgens drie boeken over het 'A.J.P. Taylor debat'.

Had Hitler een vastomlijnd oorlogsplan had of wachtte hij opportunistisch af? Dat was de centrale vraag van dat debat. Op het eerste gezicht is dat geen echte tegenstelling, zoals Taylors critici, onder wie Hitlers biograaf Alan Bullock, hem verweten. Het is immers mogelijk om een plan te hebben en tegelijkertijd in te spelen op de omstandigheden van het moment. De achterliggende vraag was welke rol de nationaal-socialistische ideologie had gespeeld in de internationale politiek van het interbellum. Taylor ontkende dat Hitlers ideologie enige invloed had gehad op diens buitenlands beleid.

Taylor was gespecialiseerd in de diplomatieke geschiedenis van Europa in de negentiende eeuw. Vanuit die achtergrond bekeek hij de internationale politiek tussen de twee wereldoorlogen. Hij onderstreepte voortdurend de continuïteit in het Duitse streven om de dominante mogendheid in Europa te worden. Volgens Taylor was dat ook de voornaamste oorzaak van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog geweest. De ideologie van het nationaal-socialisme, hoewel misdadig in de binnenlandse politiek, was voor de buitenlandse politiek van Hitler irrelevant. Mein Kampf deed Taylor af als 'dagdromen' en 'het ordinaire geklets van rechtse kringen'. De beroemdste zin van Origins luidt dan ook: 'In internationale zaken was er niets mis met Hitler, behalve dat hij een Duitser was.'

Daarmee wilde Taylor Hitler niet vrijpleiten, maar gaf hij hem een plaats in de Duitse geschiedenis. De beschuldiging dat hij een apologeet van Hitler was, moet Taylor verbijsterd hebben. Sinds de jaren dertig koesterde hij een diep wantrouwen tegen de Duitsers. Dat resulteerde onder andere in het Teutofobe The course of German history (1945), waarin hij betoogde dat de Duitse geschiedenis in een rechte lijn naar Hitler had geleid: 'als een rivier naar de zee'. Door de betekenis van Hitler te relativeren, wilde hij tevens aantonen dat diens opvattingen door de meeste, zo niet alle, Duitsers werden gedeeld. Ook tijdens de Koude Oorlog bleef hij voortdurend waarschuwen voor de gevaren van herlevend Duits militarisme en nationalisme, volgens de Russofiel Taylor nog altijd een groter gevaar dan de dreiging van de Sovjet-Unie.

Taylor schreef in zijn autobiografie dat Origins tot zijn schrik 'de nieuwe orthodoxie' was geworden. Het simpele beeld dat Hitler een blauwdruk en zelfs een tijdpad in zijn hoofd had voor een grote Europese oorlog is inderdaad nagenoeg verdwenen, voor zover het al bestond. Na Taylor is er meer aandacht gekomen voor het geïmproviseerde karakter van veel van Hitlers beslissingen. Niettemin is het beeld dat Taylor heeft geschetst van Hitler nog steeds zeer omstreden. In recente studies van historici als Klaus P. Fischer en Gerhard L. Weinberger worden Taylors opvattingen expliciet aangevallen. Volgens deze auteurs werd Hitler in zijn buitenlands beleid wel degelijk gedreven door racistische motieven, evenzeer als in zijn binnenlandse politiek. De scheiding die Taylor aanbracht tussen de binnenlandse en buitenlandse politiek van het Derde Rijk is dan ook onhoudbaar.

Pan-Germaans nationalisme mag dan al voor 1914 in Duitsland brede aanhang hebben gevonden, het streven naar Lebensraum werd pas tijdens het Derde Rijk de officiële doelstelling van het Duitse buitenlands beleid, een streven dat bovendien in principe geen verzadigingspunt kent. Hitler wilde Lebensraum voor de Duitsers creeëren op het territorium van de Sovjet-Unie. De oorsponkelijke bevolking - joodse en slavische Untermenschen in Hitlers wereldbeeld - zou worden gedeporteerd of vermoord. Om de oorlog met de Sovjet-Unie te kunnen beginnen, moest eerst Frankrijk worden uitgeschakeld. Oorlog was voor Hitler niet het laatste middel, hij gaf er de voorkeur aan om zijn doelen te bereiken. Daarom kon hij in onderhandelingen zijn eisen steeds opschroeven als de spanningen opliepen, waar Westerse regeringsleiders naar compromissen zochten om oorlog te voorkomen. Hoeveel blunders Franse en Engelse politici ook maakten, uiteindelijk was het Hitler die op oorlog aanstuurde. Op dit punt hadden de critici van Taylor begin jaren zestig het gelijk aan hun kant.