Tournee; Een renbaan en 50 kilo ijs

Met 76 trucks en 250 personeelsleden komt de band naar Amsterdam. En met een kok. En een afwasser. En met opblaaspoppen. En de vader van Keith. De logistiek van een tournee.

TWEE GIGANTISCHE OPBLAASPOPPEN bevinden zich aan weerszijden van het Bridges to Babylon-podium. De twee vrouwen stellen de doodzonden 'luiheid' en 'vraatzucht' voor. Allicht zijn de Rolling Stones genoegzaam bekend met de overige vijf doodzonden, dat juist deze twee een prominente plaats krijgen. Want van vraatzucht en luiheid kan tijdens een wereldtournee geen sprake zijn. Zelfs niet met zes koks die meereizen in de entourage van the greatest rock 'n' roll band in the world.

De Stones treden niet voor het eerst op in Amsterdam. In 1970 bezochten 20.000 fans hun concert in de RAI. Maar waar vele tijdsgenoten - als ze nog bij elkaar zijn - inmiddels hun heil zoeken op Golden Oldies-festivals, doen de Stones aan schaalvergroting. Toen kostte een kaartje 15,25 gulden, nu rond de tachtig gulden. In plaats van drie trucks materiaal en 60 mensen begeleiding rijden er nu 76 trucks en zijn ongeveer 250 mensen in de weer voor de Stones. Het podium weegt geen 50.000 kilo meer, maar zeven keer zoveel. Ook de houding van de horeca is veranderd. Toen de reputatie de band nog vooruitsnelde, weigerde zowel het Hilton als het Caransa-hotel in Amsterdam de Stones te huisvesten. Holiday Inn in Utrecht waagde uiteindelijk de gok.

Geen hoteleigenaar die de Stones nu nog de deur wijst. Podiumbouwers, vuurwerkspecialisten, technici en een wasvrouw worden ondergebracht in het Amsterdamse Holiday Inn Crowne Plaza of American hotel. De bandleden zelf schijnen een voorkeur te hebben voor het Amstel Hotel.

Ook het podium van Bridges to Babylon past inmiddels in de 'groot, groter, grootst'-gedachte van de band. Het door Mark Fischer ontworpen gevaarte is 54 meter diep, 26 meter breed en 25 meter hoog. Een 52 meter lange loopbrug voert de leden tijdens het concert richting middenstip. En met behulp van ruim 800 lampen en een videoscherm van tien bij vijftien meter kunnen ook de fans met de goedkoopste kaartjes Mick Jagger van Keith Richards onderscheiden.

De Stones horen zal toch al geen probleem zijn. Als het niet te druk is op Schiphol zullen behalve de 48.000 toeschouwers in de Arena ook veel Amsterdammers kunnen meeluisteren naar het twintigtal nummers die de Stones spelen. De instrumenten zijn aangesloten op het Electro Voice X-Array PA System, dat onder meer bestaat uit 100 versterkers en 160 luidsprekers, met een totale capciteit van 252.000 Watt. De benodigde stroom nemen de Stones zelf mee. Enkele trucks met grote generatoren en zeven kilometer aan bedrading doen vermoeden dat er voorlopig geen 'unplugged'-album op stapel staat.

De Stones bv anno 1998 heeft weinig meer te maken met de romantiek van de rock-'n-roll. Het heeft zich ontwikkeld tot een soepel draaiend, zelfvoorzienend rondreizend muziekcircus. De indrukwekkende getallen van het podium bijvoorbeeld kunnen met drie worden vermenigvuldigd. Als in Amsterdam het ene podium in gebruik is, worden elders in Europa twee andere podia verplaatst of afgebroken. Drie ploegen - de Steelteams - van 25 man reizen in 15 vrachtauto's met elke set mee. Ongeveer 170 man volgen de bandleden permanent. Ze bouwen de podia, sluiten alles aan, stemmen gitaren, verkopen T-shirts en beschermen, kappen, kleden en masseren de bandleden.

De eetlust wordt doorgaans niet bevorderd door het gebruik van drugs. Wat dit betreft is het veelzeggend dat de Stones tegenwoordig hun eigen keukenstaf meenemen. Backstage zijn tijdens de tournee een vis- en vleesrestaurant gevestigd. De aanwezigheid van dessert-chef Deanne Cadd verraadt een voorliefde voor nagerechten. Ene Wilbert Perez mag de hele tournee afwassen.

Mojo Concerts organiseert de optredens van de band in Nederland en is daar al bijna een jaar mee bezig.

In juli 1997 kwam het verlossende woord: de Stones komen naar Nederland. Willem Westerman, productie-manager bij Mojo: “Dan ga je snel kijken naar de financiën, naar de beschikbare dagen en de te huren ruimte. We wilden in ieder geval niet samenvallen met een wedstrijd van het Nederlands elftal. Verder kijk je naar het technische aspect. In de Arena bevinden zich grachten naast het veld. Daarop moesten de poten van het podium worden aangepast. Maar op een gegeven moment weet je allemaal dat het lukt en dan kun je al vrij snel met de kaartverkoop beginnen.”

Terwijl voor bijna alle andere concerten in Europa nog kaarten genoeg zijn, bleek de Nederlandse verkoop alle records te slaan. Vijf concerten in recordtijd uitverkocht. Een kwart miljoen mensen. Een kwart miljoen maal een gulden of tachtig. Kassa, twintig miljoen gulden.

Met het bedrag moeten echter vele zakken worden gevuld. De hofhouding van de Stones kost miljoenen, de Arena vraagt huur, de Nederlandse staat verlangt 17,5 procent btw en ook BUMA vraagt een percentage voor uitvoeringsrechten. Alleen de politie rukt uit op kosten van de staat.

Westerman: “De organisatie loopt in de miljoenen en pas bij verscheidene concerten begin je winst te maken. Op één concert, zoals in veel andere landen, maak je geen winst. Hooguit lopen de plaatopbrengsten omhoog. Pas bij drie of vier concerten kan je quitte spelen. Bij de vijfde begin je ongeveer winst te maken. Daarvan gaat het grootste deel naar de band en een paar procent naar ons. Maar de Stones zijn voor ons zeker niet de grootste winstmaker. Het is een grote band die veel geld kan eisen.”

Behalve geld verlangen de Rolling Stones een gesmeerde organisatie. Daarvoor leveren bands een rider in, een verlanglijstje. De rider van de Stones telt vijftig pagina's en betreft voornamelijk technische en organisatorische details. Zo moeten er extra mensen komen voor opbouw en beveiliging. De kleedkamers moeten worden ingericht en er moeten telefoonlijnen worden aangelegd. Maar er wordt ook iedere avond vijftig kilo ijsblokjes verlangd.

Echt excessieve eisen die het verwende imago van een rockster bevestigen, ontbreken goeddeels bij de Stones. Of het moet de dertig meter lange renbaan zijn die voor Mick Jagger achter het podium wordt aangelegd. Een speciaal verzoek van de zanger om de spieren warm te krijgen voor het bijna drie uur durende optreden.

De Stones zelf merken straks weinig van het logistieke mierennest in de Arena. De bandleden oefenen een of twee dagen voordat het concert plaatsheeft. Op de dag van het optreden zelf - als ruim duizend mensen in de weer zijn - komen ze normaliter pas enkele uren voor aanvang. Na de laatste noten zijn ze doorgaans spoorslags verdwenen.

Gedurende de uren voor en na het optreden bevinden ze zich in het heilige der heiligen voor elke die-hard Stonesfan: backstage. In de Arena is dat een gebied op twee niveaus achter het podium en langs de zijkanten.

Backstage is bij de Stones een hiërarchisch gebeuren. Wie belangrijk of beroemd is, komt het verst. Het meest toegankelijk is de Babylon Bar op het eerste niveau. Dit is het VIP-dorp, abusievelijk backstage genoemd. Het biedt plaats aan zo'n 800 genodigden, onder meer van sponsor Postbank. De Stones komen hier zelden. Wel is er een meet 'n' greet-zaaltje waar iedere avond zo'n twintig gelukkigen zich kortstondig mogen verenigen met een van de grootheden uit de rockgeschiedenis.

Een niveau lager is de term backstage wel gerechtvaardigd. Het is het domein van de medewerkers die niet eens tijd hebben om de bandleden aan te gapen. Elk bandlid heeft hier een kleedkamer en gezamenlijk kunnen ze een beetje op een gitaar pielen in een tuning room. En Bert schijnt hier ook veelvuldig rond te hangen. Bert Richards, de hoogbejaarde vader van Keith, die een belangrijk deel van de tournee meereist.