Tekst; Het gedroomde en het onmogelijke

Opsomming en contrast overheersen in de teksten van Jagger en Richards. Zij voegen er kreten van wanhoop aan toe en gloriëren zo als poëtische meesters. 'Let's do some living after we die'.

WAT ER ÓÓK WAS aan het eind van de jaren zestig, begin van de jaren zeventig op de middelbare school: het onderwijs in Lodewick's Literaire kunst. Dromen kan ik dat boek, de voorbeelden staan me nog altijd levendig voor de geest: bij alliteratie hoor ik nog altijd die ene versregel van J.C. Bloem over vaatwerk 'bros van bruine breuken'. In een eindeloze reidans kwamen de literaire vormen en stijlfiguren op ons af: omarmend rijm, binnenrijm, eindrijm, pleonasme, herhaling, tautologie, chiasme, tegenstelling. We konden ons er eigenlijk nauwelijks iets bij voorstellen. Literaire kunst is even wijd verbreid in Nederland als I Can't Get No Satisfaction.

Terwijl we Lodewick's stijlfiguren ('Een paradox is als er sprake is van een schijnbare tegenstelling') in ons hoofd stampten, luisterden we tegelijkertijd naar de rock-'n-roll en agressieve blues, naar de straatvechtersmuziek en ook de ballads van de Rolling Stones. Mijn vriend deed altijd wegwuivend over popmuziek; dat zijn maar liedjes. Maakten die twee Britse jongens daar op hun kamers, de een zanger, de ander een gitarist, werkelijk alleen maar liedjes? Dat duo, Mick Jagger en Keith Richards, de Glimmer Twins, van wie de namen altijd zo magisch op de elpees stonden: 'Words and Music by Mick Jagger and Keith Richards.'

Vaak waren platenhoezen in die tijd complete dichtbundels. Je kunt gerust Bloems 'vaatwerk bros van bruine breuken' verruilen tegen 'I'll never be your beast of burden./ My back is broad but it's hurting.' Lodewick's Literaire kunst werd mijn Stones-handleiding. Een liedje is eenvoud, een song is complexiteit. Zo simpel is dat. Liedjes zijn lief, songs zijn hard. Een liedje bestaat ten volle uit illusie, een song toont aldoor illusie plús desillusie, droom plús ontnuchtering, een slaap vol verlangen én het rauwe ontwaken. Songs waren voor de Stones even belangrijk als de muziek, of, zoals Mick Farren, lid van de groep The Deviants, zei: “They were always about songs, and they weren't about fucking guitar solos. What the Stones were doing retained a massive amount of R&B power.”

Het is de kunst van poëzie om in een luttele versregel op zijn minst drie dingen tegelijk te zeggen, liefst tien. Neem de onheilspellende openingsregels van Street Fighting Man van de elpee Beggar's Banquet uit 1968: Ev'rywhere I hear the sound of marching, charging feet, oh, boy/ 'Cause summer's here and the time is right for fighting in the street/ oh, boy. Jagger zingt het in pure trocheeën. Hier is een jongeman aan het woord uit een van Londens tuinsteden. Het is zomer, geen tijd van zingen maar van vechten. Om zich heen hoort hij 'the sound of marching, charging feet'. Afgezien van de doeltreffende opsomming 'marching, charging' zijn deze twee regels louter poëzie. Heel de Lodewickiaanse koektrommel van stijlfiguren vinden we erin terug. 'Marching, charging' is de in de poëzie onmisbare opsomming met climax: de jonge jongen hoort het dreigende geluid van stampende voeten om zich heen, van politievoeten in laarzen want er wordt een charge uitgevoerd.

De zomer is helemaal niet de tijd van fighting, eerder van singing. Maar dat staat er nu juist niet. Het gaat verder: But what can a poor boy do/ Except to sing for a rock 'n' roll band/ Cause in sleepy London town/ There's just no place for a street fighting man. Een arme jongen kan niet meer doen dan zingen in een band, want in het slaperige Londen is geen plaats voor 'a street fighting man'. Hiermee is de zanger getransformeerd tot een straatvechter.

De zanger droomt, zoals uit de verdere regels blijkt, van een paleisrevolutie, maar 'where I live the game to play is compromise solution'. Waar hij woont, heerst de wet van de oplossing door compromis. En dan weer het refrein: 'Cause in sleepy Londen town/ There's no place for a street fighting man.'

De tekst van 'Street Fighting Man' is opgebouwd als een driekwartsmaat: er is de droom van revolutie gevoed én tegengewerkt door het Londense bolwerk van gezag, dus moet een zanger een straatvechter worden. We zijn ver verwijderd van het eenvoudige liedje. Jagger, want hij is de tekstdichter, weet wat poëzie is: door herhaling en verschuiving maakt hij van een jongen die slechts in een rock-'n-rollband speelt een revolutionaire vechter.

De 'horses' uit de majesteuze song Wild Horses van Sticky Fingers (1971) refereren onherroepelijk aan horse als slang voor heroïne. Dit lied heeft een voorgeschiedenis. Aanvankelijk schreef Richards het omdat hij twee maanden na de geboorte van zijn zoon Marlon op Amerikaans tournee moest. Hij maakte er een ballade van over trouw en toewijding. Daarna haalde Mick de tekst niet door zijn gouden maar wel door zijn desolate zeef. Zijn vriendin, de zangeres Marianne Faithfull, was bijna aan een overdosis bezweken, waardoor het refrein Wild horses couldn't drag me away een sinistere ondertoon krijgt.

Onmiskenbaar is de song van Jagger's hand. Zijn verhouding met Marianne desintegreerde rond deze tijd. De overdosis bracht haar geruime tijd in coma. Jagger dichtte, en zingt: Childhood living is easy to do/ The things you wanted I bought them for you/ Graceless lady you know who I am/ You know I can't slide you through my hands. Fraai paarsgewijs rijm, aabb. Veel binnenrijm. Dan weer het heftige contrast, met 'Graceless lady' als keerpunt. In de tweede versregel gaat het over het krijgen van dingen dat zo onverbrekelijk bij de kindertijd behoort en, scherp daartegenover, vers vier dat gaat over de angst dingen kwijt te raken. Dat is schitterend: eerst wordt het kind steeds rijker, daarna dreigt het alles te verliezen.

Maar wie is deze genadeloze vrouw? Verbeeldt zij het verstrijken van de tijd, zoals Jagger dat zo onvergetelijk bezingt in As Tears Go By? In de tweede strofe gaat het, autobiografisch, over Faithfull: I watched you suffer a dull aching pain,/ Now you've decided to show me the same/ No sweeping exits or offstage lines/ Could me feel bitter or treat you unkind. Jagger ziet zijn vriendin lijden. En zij zal hem hetzelfde lijden tonen: hun voorbije liefde. De ik-figuur wil haar niet onheus bejegenen noch verbitterd raken, al haar verzengende afscheidsscènes ten spijt. Dan de slotregels: 'Faith has been broken, tears must be cried/ Let's do some living after we die.'

Er spreekt aanvaarding uit het eerste vers: trouw is gebroken, tranen moeten gehuild. Dan het bijna weidse visioen, even verlossend als tragisch: laten we leven nadat we zijn doodgegaan. Met andere woorden: ons afscheid betekent zoiets als dood, en tegelijkertijd een nieuw leven. Het chorus tot tweemaal toe aan het slot: 'Wild horses couldn't drag me away/ Wild, wild horses, we'll ride them some day.' Weer dat gebruik van contrast als effectief literair stijlmiddel: de wilde paarden - van de verslaving, maar ook van de gepassioneerde romantische liefde - kunnen de ik-figuur niet wegslepen van die ene vrouw. En toch, samen zullen ze eens die wilde paarden berijden. Dat is exact 'Let's do some living after we die'. Wilde paarden zijn in de literatuur altijd met dubbelzinnigheid geladen, die zelfs bijbels is. Ze vertegenwoordigen de kracht van het leven en ook zijn zij de verkondigers van de dood. Tekstschrijver Jagger is zich meer dan bewust van die dubbele betekenis.

Opsomming en contrast overheerst elke song van de Rolling Stones, noem ze maar op. Under My Thumb, It's Only Rock 'n' Roll, Brown Sugar, Let It Bleed en zelfs Let's Spend the Night Together. Het is, enerzijds, de oervorm van de blues. Er is meer aan de hand: Jagger en Richards voegen de kreet van wanhoop die de rauwe rock-'n-roll kenmerkt eraan toe. In die nieuwe stijl kunnen zij als poëtische meesters gloriëren. Neem de ballad Angie van Goat's Head Soup (1973). Ogenschijnlijk gericht tot de vrouw van David Bowie. Zij vormde een fatale inspiratiebron voor Jagger, want hij begint de song, die opent met gitaarakkoorden in mineur, met: 'Oh, Angie, Oh Angie, when will those dark clouds disappear/ Angie, Angie, where will it lead is from here/ With no loving in our souls and no money in our coats./ You can't say we're satisfied/ But Angie, Angie you can't say we never tried.// Angie, you're beautiful, but ain't it time we said goodbye.'

Hier is Jaggers ultieme liefdessong. Meteen in despair vraagt hij zich af wanneer die donkere wolken eindelijk zullen verdwijnen. Zij is zo mooi; zelden legde een zanger een helser, wanhopiger klank in zijn stem dan Jagger in dat zoetelijke woordje beautiful.

En toch wordt het tijd elkaar te verlaten. Al hun dromen, die van de minnaar en minnares, zijn in rook opgegaan. Want ze hebben geen liefde in hun ziel, geen geld in hun jaszakken. En toch, als de verwezenlijking van het onmogelijke, zingt Jagger: 'I hate that sadness in your eyes' en hij zingt ook 'Everywhere I look I see your eyes.'

Dus hij ziet overal haar ogen. En hij wil, waar hij ook kijkt, uit die ogen Angie's verdriet halen. Een dichterlijke meesterproeve, dit Angie, want het gedroomde en het onmogelijke zijn samengevat in slechts twee regels van elk zeven woorden.

Street fighting man (1968)

Ev'rywhere I hear the sound of marching,/

charging feet, oh, boy 'Cause summer's here and the time is right /

for fighting in the street, oh boy But what can a poor boy do Except to sing for a rock 'n' roll band 'Cause in sleepy London town There's just no place for a street fighting man No

Hey! Think the time is right /

for a palace revolution But where I live the game to play /

is compromise solution Well, then what can a poor boy do Except to sing for a rock 'n' roll band 'Cause in sleepy London town There's no place for a street fighting man No

Hey! Said my name is called disturbance I'll shout and scream, I'll kill the king, /

I'll rail at all his servants Well, what can a poor boy do Except to sing for a rock 'n' roll band 'Cause in sleepy London town There's no place for a street fighting man No

© 1968 Abkco Music Inc./Westminster Music Ltd. Used by permission of Allen Klein Music Publishing bv.

    • Kester Freriks