RON WOOD

Het is moeilijk na Keith Richards de tweede gitarist van The Stones te zijn. Brian Jones, die eigenlijk vond dat hij niet de tweede maar de eerste gitarist van The Stones was, ging er aan onderdoor. Zijn opvolger Mick Taylor hield het slechts zes jaar uit - de heroïne kwam hem te dichtbij, wordt meestal beweerd over zijn vertrek. Maar de derde tweede gitarist, Ronnie Wood, is nu al weer 22 jaar Rolling Stone.

Wood (1-6-47) werd voor The Rolling Stones gevraagd op het moment dat de grootste successen met zijn eigen groep, The Faces, achter de rug waren. Rod Stewart, die vijf jaar eerder met Wood van The Jeff Beck Group was overgestapt naar The Faces, ging zich steeds meer wijden aan zijn solo-carrière.

“Ik wilde iemand die gemakkelijk was om mee om te gaan, en die goed kan spelen en gewend is om op te treden”, zei Jagger in 1975 over Wood. “Hij moest mij en Keith bevallen. Het lijkt voor Woody vanzelfsprekend dat Keith en hij allebei briljante ritmegitaristen zijn. Dit maakt een zekere wisseling van riffs mogelijk die vroeger niet kon. Ze kunnen allebei soleren; misschien dat Keith wat meer solo's krijgt.”

Vanzelfsprekend heeft Richards de afgelopen 22 jaar meer solo's mogen spelen. Maar Ron Wood is niet de figuur die hier problemen over gaat maken. Hij is tevreden met zijn rol van de iets gezondere, maar onmiskenbare jongere broer van Keith die af en toe bij de twee hoofd-Stones mag aanschuiven om een liedje mee te componeren.

Wood is de perfecte tweede Stones-gitarist. Hij heeft veel belangstelling voor de roots van zijn eigen muziek, de oude rhythm and blues en is ook niet helemaal afhankelijk van The Stones. Wanneer hij niet in de studio zit of op tournee is, speelt hij met zijn eigen band nummers uit het Faces-repertoire of treedt hij op met oude helden als Bo Diddley. Of maakt hij zeefdrukken en etsen, een bezigheid waaraan hij de laatste jaren steeds meer tijd spendeert.

    • Bernard Hulsman