Rijke variatie aan 'lichthofwoningen'; Bijzondere patiowoningen te bezichtigen op Dag van de Architectuur

Komend weekeinde wordt overal in Nederland de Dag van de Architectuur gehouden. In Amsterdam zullen dan onder meer enkele patiowoningen op de schiereilanden Borneo Sporenburg opengesteld zijn.

De BNA-kring Amsterdam heeft op zondag 28 juni drie wandelingen georganiseerd langs te bezichtigen panden. De brochure van de wandeling is voor ƒ 15,- te koop in het Noord- en Zuidhollands Koffiehuis bij het Centraal Station (11-16 uur) en bij boekhandel Architectura et Natura, Leliegracht 44 (11-14 uur). Inlichtingen 020-6245682 (14-17u).

AMSTERDAM, 25 JUNI. De Nederlander woont het liefst in een vrijstaand huis met een zo groot mogelijke tuin eromheen, beweren projectontwikkelaars altijd. Onderzoeken tonen dit aan, zeggen ze er bij. Het is voor hen reden om steeds openlijker te twijfelen over de opzet van de VINEX-wijken, de van staatswege aangewezen gebieden bij de grote steden waar de komende jaren 800.000 woningen moeten worden gebouwd. Dit zal gebeuren in een 'dichtheid' van ongeveer 35 woningen per hectare, een dichtheid die noch grootstedelijk noch suburbaan is. Voor een beetje ruim wonen is een dichtheid van 20 of nog minder nodig, aldus de berekeningen van de architect Carel Weeber, de propagandist van het Wilde Wonen zoals het werkelijke voorstedelijke wonen in losstaande huizen inmiddels is gedoopt.

Maar wie ziet hoe groot het succes is van de ongebruikelijke patiowoningen die nu zijn en worden gebouwd op het schiereiland Borneo Sporenburg in het waterrijke oostelijk havengebied in Amsterdam, kan niet anders dan twijfelen aan de onderzoeken waarmee de projectontwikkelaars altijd schermen. De belangstelling voor de woningen is zo groot, dat ze moeten worden verloot onder potentiële kopers.

Ook de bouwers van de huizen op Borneo Sporenburg, waarvan New Deal, een samenwerkingsverband van Amsterdamse woningbouwverenigingen, de belangrijkste is, hadden aanvankelijk aarzelingen over het project. Maar na een moeizaam begin zijn ze er nu enthousiast over. Het gaat op de langgerekte landtong van Borneo Sporenburg niet alleen om een nieuw type woningen, maar ook om een nieuwe, stedenbouwkundige opzet. Laagbouw moet worden gecombineerd met de ongewoon hoge dichtheid van 100 woningen per hectare, zo heeft landschapsarchitect Adriaan Geuze bepaald. Dit bleek niet helemaal haalbaar. Door huizen van drie verdiepingen aaneengesloten en rug-aan-rug te bouwen, kon slechts een dichtheid van 70 worden bereikt. Daarom heeft Geuze hier en daar drie hoge 'superblokken' met appartementen in de zee van huizen geplaatst. Zo benaderde de dichtheid van het gebied toch de 100.

Om een dergelijke dicht opeengepakte laagbouw mogelijk te maken, moest worden teruggegrepen op een eeuwenoud middel om voldoende licht in de woningen te krijgen: het lichthof. Praktisch alle laagbouwhuizen hebben zo'n lichthof dat op Borneo Sporenburg een beetje overdreven 'patio' wordt genoemd.

Aan een stuk of 20 architecten, onder wie Herman Zeinstra, Claus en Kaan, Liesbeth van der Pol en Willem Jan Neutelings, werd gevraagd om enkele of zelfs tientallen 'patiowoningen' in meer of minder riante uitvoeringen voor hun rekening te nemen. De architecten kregen te maken met nog veel meer voorschriften, zoals de verplichting tot een inpandige parkeerplaats in de huizen om smalle straten van slechts 11 meter breedte mogelijk te maken. Verder moesten alle woningen een ingang op de grond hebben en ook vond Geuze dat niet mocht worden afgeweken van de uniforme hoogte van de laagbouw, zodat het effect van de huizenzee zo sterk mogelijk werd.

De architecten hebben gezorgd voor een verrassend rijke variatie aan lichthofwoningen. Te oordelen naar de woningen die nu al zijn voltooid, zoals die van Herman Zeinstra, Liesbeth van der Pol en Claus en Kaan, hebben ze al hun inventiteit aangewend om aan de ongebruikelijke eisen te voldoen. Het is dan ook niet aan de architecten te wijten dat sommige woningen toch teleurstellen. Het zijn vooral de strenge, misschien zelfs onmogelijke eisen die bouwen rondom een lichthof met zich mee brengt, waardoor veel ruimtes in de huizen nogal hokkerig uitgevallen. Dit geldt vooral voor de ruimtes op de begane grond. Weliswaar kregen deze een voor Nederlandse nieuwbouw riante hoogte van drie meter, maar doordat het grootste gedeelte van de laagste verdieping wordt opgeslokt door de carport, blijft vaak een merkwaardig kleine hoge, donkere restruimte over waarmee bewoners niet zo gek veel kunnen beginnen. Het was veel logischer geweest om de drie meter hoogte verplicht te stellen voor de eerste verdieping die meestal is bedoeld om te wonen. Nu heeft deze etage en ook die daarboven de gewoonlijke hoogte van 2 meter 40 of nog minder. Ook de strikte handhaving van de uniforme bouwhoogte lijkt zich te wreken. De meeste patiowoningen hebben nu weliswaar balkons of kleine dakterrassen, maar de variaties en omvang hiervan hadden veel groter kunnen zijn als verschillende bouwhoogtes en bijbehorende dakopbouwen waren toegestaan.

Zo wordt Borneo Sporenburg al te zeer beheerst door de orde van het stedenbouwkundig plan dat een grote angst voor een heilzame portie chaos verraadt. Geuze verwijst in de toelichtingen op zijn ontwerp regelmatig naar de 17de-eeuwse Amsterdamse Jordaan, waar ook niet al te hoge huizen in een hoge dichtheid langs smalle straten staan. Maar het is niet waarschijnlijk dat Borneo Sporenburg gaat lijken op de Jordaan. Niet alleen heeft deze oude wijk een veel grotere variatie in breedten en hoogten van de huizen, maar ook is de Jordaan niet monofunctioneel. Cafés, restaurants, winkels, galeries, ateliers en bedrijven zorgen er voor een levendigheid die de woonwijk Borneo Sporenburg niet zal kennen. Alleen in de superblokken zullen bedrijfsruimten worden opgenomen, maar voor de rest zullen de straten op de begane grond vooral worden begrensd door de naargeestige hekken van de carports en zo het karakter krijgen van een winkelstraat na sluitingstijd.

Te oordelen naar de nu voltooide huizen lijkt Borneo Sporenburg een armoedige variant op het grootstedelijke wonen te worden, maar zelfs dit schrikt de toekomstige bewoners niet af. Nog steeds komen ze in drommen op de te verkopen huizen af en bewijzen zo meer dan ooit het ongelijk van de projectontwikkelaars die denken dat alle Nederlanders in een losstaand huis willen wonen.