Paars miskent de problematiek van asielzoekers

De asielzoekerspolitiek van Paars II moet strenger en rechtvaardiger worden, zo blijkt uit een voorlopige aanzet die de onderhandelaars hebben gepresenteerd. Gerard Kuiper is van oordeel dat de paarse voornemens het probleem weliswaar optisch binnen de perken houden, maar geen echte oplossing bieden.

Afgelopen maandagavond zijn de hoofdlijnen van het allochtonenbeleid van Paars II door de drie onderhandelaars gepresenteerd. Achter de term 'allochtonenbeleid' bleek daarbij vooral het beleid voor de toelating van asielzoekers schuil te gaan.

Kern van het regeerakkoord dat in de maak is lijkt, afgaande op de spaarzame mededelingen die daarover zijn gedaan, te zijn: een snellere procedure; een soberder (voorlopige) opvang, waarbij volgens een van de onderhandelaars zou moeten worden gedacht aan een opvang die vergelijkbaar is met die van dak- en thuislozen; de harde verplichting voor allochtonen om de Nederlandse taal te leren.

Daarnaast moet het allochtonenbeleid “strenger én rechtvaardiger” worden, hetgeen vooral de suggestie wekt dat ernaar moet worden gestreefd dat er minder asielzoekers worden toegelaten.

Er wordt echter zorgvuldig vermeden om dat laatste hardop uit te spreken. Op zichzelf niet merkwaardig, omdat het opzeggen van internationale verdragen - hetgeen voor een daadwerkelijke inperking noodzakelijk zou zijn - politiek zeer gevoelig ligt. Het 'streng doch rechtvaardig' blijft zodoende echter nogal in het luchtledige hangen.

De andere plannen doen, voor zover het gaat om de rechtvaardigheid van het allochtonenbeleid, echter het ergste vermoeden. Met name het bezuinigen op de (voorlopige) opvang van asielzoekers waarvan de aanvraag in procedure is, zal - zeker op de wat langere termijn - tot ernstige ongewenste effecten leiden.

Curieus is in dit verband overigens de toevoeging dat er wel een (harde) verplichting komt voor het leren van de Nederlandse taal. In combinatie met de opmerking van een van de onderhandelaars dat er op dit punt sprake zal zijn van een 'massieve inzet' van de drie partijen om hiervoor extra middelen beschikbaar te stellen, is er toch een merkwaardige tegenstelling met het (andere) voornemen tot versobering van de opvang te constateren. De contradictie lijkt een bron voor toekomstige politieke conflicten: komt er nu meer of juist minder geld voor de eerste opvang?

Duidelijk is in elk geval dat er op dit moment al een vrij fors financieel tekort in de eerste opvang van asielzoekers bestaat. Oorzaak daarvan lijkt een wijdverbreide neiging tot het negeren van de feiten. De mogelijkheden van Nederland om zelf te beslissen om de landsgrenzen eenzijdig te sluiten voor vreemdelingen zijn, zoals gezegd, als gevolg van internationale verplichtingen zeer beperkt.

Wanneer het aantal asielzoekenden in ons land een echt probleem is - bijvoorbeeld omdat de Nederlandse samenleving daar niet op berekend is - en de mogelijkheid om dit aantal daadwerkelijk terug te dringen ontbreekt, is er kennelijk slechts één uitweg om politiek gezichtsverlies te voorkomen: ontken het probleem. Met andere woorden: stel het aantal asielzoekers en het daarop gebaseerde budget systematisch te laag vast. Het probleem blijft dan optisch in elk geval binnen de perken.

Op zichzelf kunnen er goede redenen zijn om de asielzoekersproblematiek niet dagelijks in volle omvang onder de publieke aandacht te brengen. In de verkiezingstijd is de vrees dat rechts-extremistische groeperingen daardoor vaste voet aan de grond krijgen bijvoorbeeld een serieus te nemen argument.

Het gaat echter wel wat ver om op basis van dergelijke overwegingen de ramingen van het aantal asielzoekenden naar beneden bij te stellen. En het gaat helemaal ver om bij de definitieve vaststelling van het aantal asielzoekers aan het eind van een jaar, wanneer het feitelijke aantal dus precies bekend is, de omvang bewust te laag vast te stellen. Dat betekent immers dat er (nu al) systematisch te weinig middelen beschikbaar komen voor hen die in asielzoekerscentra het oordeel over hun toelating afwachten.

Leidt dat in de praktijk nu ook echt tot problemen? Zeker. Een voorbeeld biedt het onderwijs.

Vreemdelingen die leerplichtig zijn - ongeveer 20 procent van het totaal - zijn in Nederland verplicht (regulier) onderwijs te volgen. Indien later blijkt dat zij in Nederland kunnen blijven, zijn de voorwaarden voor een wezenlijke integratie en een goed functioneren in de Nederlandse samenleving daardoor een stuk gunstiger. Het onderwijs aan dergelijke leerlingen (de zogeheten 'eerste instromers') vergt vanwege de andere culturele achtergrond en het niet beheersen van de Nederlandse taal nogal wat tijd en energie. Daarom ontvangen scholen voor deze taak extra geld. Met dat geld kan bijvoorbeeld een extra leerkracht worden aangetrokken of kan een speciaal op een bepaalde groep vreemdelingen gericht leerprogramma worden ontwikkeld.

De zin van scholing van asielzoekenden is nagenoeg onomstreden. Het is onontbeerlijk om hun een echte kans te geven om adequaat in onze samenleving te kunnen functioneren. Bovendien kan zodoende wellicht gedeeltelijk worden voorkomen dat zij, om wat voor reden dan ook, 'het slechte pad opgaan'.

Het verbaast dan ook dat er in ons land systematisch te weinig middelen voor dit doel beschikbaar komen. Oorzaak daarvan is, zoals gezegd, het om politieke redenen 'drukken' van cijfers over de omvang van de groep van asielzoekenden.

Helaas, sommige problemen verdwijnen niet wanneer je enkel en alleen langdurig een andere kant op kijkt. Het meest schrijnende is misschien nog wel dat problemen die optreden door een slechte startpositie van asielzoekenden in onze samenleving vervolgens als bevestiging worden gezien van het feit dat er sprake is van 'een ernstig asielzoekersprobleem'.

Zo leidt ontkenning van een probleem, waarvan het nog de vraag is of het echt een probleem is, tot een nog sterkere behoefte aan ontkenning van een probleem, dat nu - mede door de ontkenning in een vroeger stadium - een probleem is geworden. Niet echt een wenkend perspectief.

Als we met ons allen (lees: 'de politiek') vinden dat we te veel geld uitgeven aan asielzoekers, moeten bezuinigingen worden nagestreefd door vermindering van het aantal asielzoekers. En niet door het korten op de eerste opvang van deze groep.

Dat laatste betekent immers dat we asielzoekers de kans om daadwerkelijk te integreren in onze samenleving onthouden. En dat zal op termijn onvermijdelijk tot grote problemen leiden, die aanzienlijke maatschappelijke (en daarmee ook financiële) kosten met zich zullen brengen.

Het zou veel ervaringsdeskundigen in 'het veld' dan ook nogal wat waard zijn wanneer het echte regeerakkoord op dit punt anders zou zijn geformuleerd dan op grond van de mededelingen van de onderhandelaars van de drie paarse fracties kan worden verwacht.

    • Mr. Drs. Gerard M. Kuiper