Overzicht van belastingplannen van Paars-II

Welke gevolgen krijgen de nieuwe belastingplannen van de formateurs voor de belastingbetaler? Een puntsgewijs overzicht van de fiscale maatregelen.

ROTTERDAM, 25 JUNI. De herziening van het belastingstelsel waarover de paarse fracties gisteren een principeakkoord hebben gesloten, beoogt - vooral laagbetaalde - arbeid goedkoper te maken en vrouwen te stimuleren te gaan werken. Ook worden talloze aftrekposten en fiscale constructies geschrapt, zodat de belastinginkomsten van de overheid niet langer woren uitgehold.

De belastingsherziening sluit aan op het eind vorig jaar gepubliceerde document 'Belastingen in de 21ste eeuw'. De kernwoorden van de belastingherziening zijn 'verschuiving', 'verbreding' en 'vergroening'. 'Verschuiving' vindt plaats van directe naar indirecte belastingen en van arbeid naar kapitaal. 'Verbreding' betekent dat er over meer zaken belasting wordt betaald. 'Vergroening' behelst zwaardere belastingen op milieubelastende activiteiten. Gisteren is het volgende overeengekomen:

De belastingvrije som van 8.617 gulden (het dubbele voor kostwinners) wordt afgeschaft. In plaats daarvan krijgt iedereen individueel een heffingskorting van 3.000 gulden per jaar (1.500 gulden voor 65-plussers). Werkenden krijgen bovendien een extra korting van 1.500 gulden, om de overstap van uitkering naar werk te vergemakkelijken. Het 'verlies' voor met name kostwinners wordt goedgemaakt door de tariefsverlaging.

De belastingtarieven gaan namelijk omlaag en de eerste belastingschijf wordt in tweeën 'geknipt', zodat het makkelijker en goedkoper is om mensen met een laag inkomen wat extra's te geven. De tarieven worden ongeveer als volgt: 1ste schijf, tot 31.000 gulden, 32 procent 2de schijf, tot 52.000 gulden, 36 procent 3de schijf, tot 108.000 gulden, 42 procent 4de schijf, boven 108.000 gulden, 52 procent

De tariefsverlaging voor de hogere inkomens wordt betaald door een belasting op het rendement op vermogen die miljarden guldens moet opleveren. De huidige vermogensbelasting (jaarlijks 0,7 procent over het totale vermogen) wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt er 30 procent belasting op een forfaitair rendement van 4 procent op beleggingen en bezittingen: 1,2 procent dus. Ook grootaandeelhouders gaan dat betalen. De vermogensrendementsbelasting betekent ook dat meer zaken worden belast en aftrekposten sneuvelen.

Zo zal de hypotheekaftrek voor het tweede huis worden afgeschaft; het tweede huis geldt voortaan als vermogen.

Ook komt er een einde aan allerlei fiscale hypotheken, waarbij met geleend geld kan worden belegd op de beurs (de rente is nu nog aftrekbaar, terwijl de opbrengst onbelast is). De spaarhyptoheek blijft wel bestaan, omdat het geleende geld daarbij blijft zitten in het eigen huis.

Rente op consumptief krediet is straks niet langer aftrekbaar.

De aftrek premies lijfrentes wordt beperkt, net als aftrek van reis- en beroepskosten (tot 1.200 gulden).

Het btw-tarief wordt verhoogd van 17,5 tot 19 procent.

De eco-tax wordt verdubbeld, zodat energie maandelijks enkele guldens duurder wordt.

Hoewel de belastingverlaging van vijf miljard gulden aan iedereen ten goede komt, profiteren de mensen met de laagste inkomens het meest. Zo krijgt een alleenverdiener met minimumloon er 5 procent bij; werknemer met minimumloon: 6 procent erbij; alleenverdiener met modaal: 2,5 procent erbij; werknemer met modaal, 2,5 procent erbij; alleenverdiener met 1,5 maal modaal: 0,8 procent erbij; werknemer met 1,5 maal modaal: 2,5 procent erbij; alleenverdiener met 3 maal modaal, 1 pct erbij.