Officier zonder leger

Kenners weten het: het lekkerste van het eten is de after dinner sigaar. Kenners van partijraden en congressen weten het: na afloop wordt het pas leuk, en wel in het café.

Zo ook eind oktober 1971 toen VN-journalist M. van Amerongen na afloop van de partijraad van DS'70 met toenmalig fractieleider Jan Berger menig kelkje nuttigde - de ontmoeting werd het begin van een hartelijke verstandhouding. Zo´ hartelijk zelfs, dat Berger hem enige dagen later verzocht 'een soort politiek adviseurschap' van DS'70 te aanvaarden. “Waarna DS'70 het eerste en het enige advies van haar nieuwe functionaris in de wind sloeg en medeverantwoordelijkheid aanvaardde voor een van de meest beschamende en meest opportunistische manoeuvres, die zich de laatste jaren in de volksvertegenwoordiging hebben afgespeeld”, schrijft Van Amerongen in zijn boekje Persmuskieten.

HP/De Tijd-journalist Frits Bloemendaal werpt zich deze week 'gratis en geheel vrijblijvend' op als adviseur van de geplaagde CDA-fractieleider J. de Hoop Scheffer. Als die verstandig is, laat hij de zeven adviezen goed op zich inwerken want ze snijden stuk voor stuk hout.

Het CDA moet ondermeer seculariseren ('de banden met de kerken hoeven niet doorgesneden maar zet ze niet zo voorop, durf afstand te nemen'), een nieuw motto zoeken ('niet bij geld alleen') leren relativeren ('durf gerust een beetje hypocriet te zijn, zeker de katholieke kiezer zal dat waarderen'), opvolgers zoeken voor de Hoop Scheffer alsmede voor partijvoorzitter Helgers en moderniseren ('wees van deze tijd, doe niet zo krampachtig over een stickie').

Tegenstanders van het CDA zullen zich wel verbijten bij het lezen van dit artikel - zij zien deze partij het liefst nòg verder afkalven en het aanblijven van De Hoop Scheffer en oud-gevangenisdirecteur Helgers zal daar zeker toe bijdragen, net zoals deze paus de gelovigen in groten getale van de RK kerk vervreemdt. Laat iedereen dus vooral op zijn post blijven dan wordt De Hoop Scheffer, net als zijn illustere voorganger De Groen van Prinsterer een 'officier zonder leger'.

Maar afgezien van politieke voor- of afkeur: de teloorgang van een stroming die sinds mensenheugenis het politieke landschap heeft bepaald, verdient het uitgebreid bestudeerd te worden. Niet alleen om te komen tot een soort herprofilering maar ook om inzicht te krijgen in wat zich in de Nederlandse samenleving gedurende de afgelopen decennia heeft afgespeeld.

Er wordt wat afgespeeld op het voetbalveld en daarover wordt wat afgeschreven in de weekbladen. Wel sneu voor de volijverige scribenten dat hun producten vanmiddag, tijdens de wedstrijd Nederland-Mexico, op de deurmat bij de abonnees vallen. Niet omdat niemand de moeite neemt om de post te pakken, maar vooral sneu omdat de stukken vrijwel allemaal gaan over hetgeen waarover de meeste lezers al tot gek wordens toe zijn geïnformeerd.

Vrij Nederland heeft de mogelijkheid om wèl met iets nieuws terzake te komen, glorierijk laten liggen. Afgelopen zondag, zo meldt het blad, verscheen een column van Ruud Gullit waaruit gelezen kan worden dat Gullit er spijt van heeft dat hij vier jaar geleden het Nederlandse elftal de rug toekeerde. “Hoogste tijd voor een terugbeschouwing”, is de slotzin van een stuk waarin voetbalcommentatoren worden geanalyseerd. Toen de journalist die slotzin schreef had hij zijn analyse in de prullenbak moeten gooien en als de wiedeweerga een stuk moeten schrijven waarin hij met door feiten gestaafd nieuws kwam: namelijk dat Gullit inderdaad spijt heeft van zijn destijds genomen beslissing. Maar zo'n stuk schrijf je niet met een blik op de televisie - daarvoor moet je de straat op, misschien zelfs wel de grens over.

Een andere grens dan die tussen landen is de grens tussen wat je als weekblad aanvaardbaar vindt, of niet, om op de cover te zetten teneinde de losse verkoop op te krikken. HP/De Tijd spant deze week de kroon met de afbeelding van een weelderige boezem. Zo'n cover verkoopt, zal men wel gedacht hebben. Het bijbehorende verhaal 'Twin Peaks' bevat weinig nieuws voor wie thuis is in de wereld van het leed dat de kleine boezem heet. Maar als Jut (linker) en Juul (rechter) zouden kunnen lezen, zouden ze hard lachen om dat veronderstelde leed.