Muziek; Vastomlijnd klankideaal

De drang om zwarte Amerikaanse muziek te 'vertalen' heeft de Rolling Stones tot een unieke band gemaakt. De groep oversteeg haar eigen idolen in grootheid.

OP EEN KILLE OCHTEND in oktober 1961 komen Mike Jagger, een achttienjarige student aan de Londense School of Economics, en Keith Richards, van het Sidcup Art College, elkaar bij toeval tegen op het perron van het station van Dartford. Ze kennen elkaar van de lagere school en de buurt waar ze samen zijn opgegroeid. Maar Mike, het schoffie dat de zandkastelen van andere kinderen kapotschopte en Keith, de loner die veel van dieren hield, hebben nooit veel meer dan een vluchtige groet uitgewisseld.

Dat verandert op slag als Richards de stapel langspeelplaten ontwaart die Jagger onder zijn arm meetorst: Chuck Berry's One Dozen Berries, Muddy Waters' Got my Mojo Working en Rollin' Stone. Verder nog een paar albums van Bo Diddley en Jimmy Reed. Amerikaanse rhythm & blues is op dat moment vrijwel onbekend in Engeland. Jagger heeft de muziek per postorder ontvangen uit New York en Chicago. Ze besluiten om samen met een andere jongen uit de buurt, die een drumstel van zijn grootvader heeft geërfd, thuis deze nummers te gaan naspelen.

Zesendertig jaar later zijn in You'll Never Make a Saint of Me, op de laatstverschenen cd van de Rolling Stones Bridges to Babylon, de pregnante gitaarlicks van Bo Diddley en de jachtige, maar trefzekere zang van Chuck Berry nog altijd moeiteloos te herkennen. Het nummer wordt ingeluid met een intro in de stijl van John Lee Hooker: losse, schijnbaar uit de lucht vallende fragmenten op de elektrische gitaar, op het hoogpolige tapijt van een tevreden snorrend Hammond-orgel.

Het geluid van de Rolling Stones is een concept dat is ontwikkeld door Brian Jones, de oprichter en de aanvankelijke leider van de band. Zijn passie voor zwarte Amerikaanse muziek en de drang om deze te vertalen naar een Engels geluid maakten de Stones tot een volslagen unieke band in de dan ontluikende popscene. De popmuziek in Engeland werd gedomineerd door de Liverpoolse Merseybeat en er bestond een levendige jazzscene. Rhythm & blues werd eenvoudigweg niet levensvatbaar geacht. Voor popmusici was de muziek 'te zwart' en jazzmusici vonden de van de Mississippidelta-blues overgenomen 12- en 16-maten schema's te simpel en archaïsch aandoen.

Brian Jones vond in de r&b meer dan een strakke ritmische onderlaag, een pulserende walking bass en elementen die waren overgenomen van de gospel en boogiewoogie. Hij zag ruimte voor expressie en improvisatie, minder complex en kortademiger dan de jazz, maar daardoor ook veel rauwer en directer. Met de slide-gitaar, bespeeld met een metalen huls om de middelvinger, en met huiverende, klaaglijke frasen op de mondharmonica verkent hij zijn geluidsuniversum. De Engelse vertaling van de r&b leidt tot een meer rigide, Europese opvatting van het ritme. Minder losjes, maar virieler. Ze verklankt echter vooral de grote dosis energie van een naoorlogse generatie, die de monotonie en grijsheid van de jaren van de wederopbouw wil doorbreken.

De Rolling Stones beginnen door het kleine clubcircuit te toeren en veroorzaken een sensatie met versies van een halfuur van Muddy Waters' Doing the Crawdaddy. Bassist Bill Wyman en drummer Charlie Watts zorgen voor een ronkende motor, met een ongeëvenaarde dynamiek en precisie, die aantoont dat techniek en discipline in de rockmuziek er wel degelijk toe doen.

Op de allereerste single van de Stones, Come On, van Chuck Berry, komen de karaktertrekken van de verengelste r&b meteen duidelijk naar voren: het is branie-achtig, vol met emoties van de straat, een ontlading die plaatsheeft in kort tijdsbestek, binnen het raamwerk van een eenvoudige harmonische formule. Het nummer, uitgebracht in juni '63, was een bescheiden succes. De pers was verdeeld. De Pop Weekly schreef: “Het is foezelig, ongedisciplineerd en geeft technisch gezien de indruk van een totale chaos. Dat is jammer, gezien de geavanceerde opnametechnieken van vandaag de dag.” Het publiek ging echter overal waar de Rolling Stones optraden voor de bijl. Hun eerste schreden op het muzikale pad klinken in onze oren wellicht wat timide, maar men moet daarbij bedenken dat de hitlijsten in die dagen werden aangevoerd door het alles-in-ordegeluid van Cliff Richard en Petula Clark. De Beatles hadden maar net hun opwachting gemaakt.

De Stones hebben er nooit een geheim van gemaakt wie hun helden waren. Ze zagen zichzelf als een soort evangelisten die het Engelse publiek bekend wilden maken met deze obscure artiesten, uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Als tijdens een optreden een nummer werd aangekondigd, werd daar steevast bij vermeld wie het geschreven had. Toen de Stones eenmaal wereldberoemd waren, werden zo ook de carrières van hun grote bluesvoorgangers weer op het juiste spoor gezet.

Meer nog dan alle hype die de Rolling Stones altijd heeft omgeven, het charisma van Brian Jones en Mick Jagger of het imago van the Great Unwashed, is het de kracht van het muzikale concept die de band heeft gevormd tot wat hij is. De muziek is ontstaan vanuit een vastomlijnd klankideaal, dat verder nooit meer noemenswaardig is veranderd. Het bleek een muzikale goudmijn. Jagger en Richards begonnen zelf nummers te schrijven nadat ze door hun favoriete covers heen begonnen te raken. Vanaf dat moment werd het Stones-concept steeds verder uitgediept en langs verschillende wegen ontwikkeld. Het vormde tevens het punt waarop de Rolling Stones hun voorbeelden in grootheid begonnen te overstijgen.

De kracht van het muzikale concept is ook de bindende factor van de Stones, de reden waarom ze nog altijd bij elkaar zijn. Popmuziek is een vluchtig medium, lange houdbaarheid behoort niet tot de vereisten. Normaal gesproken houdt een band na verloop van tijd op met bestaan. Door knallende ruzies, of doordat een van de kernleden komt te overlijden, of erger nog: als de ideeën opraken.

Ook door de tragische dood van Brian Jones in '69 lieten de Stones zich geenszins uit het veld slaan. Ze bleven aan de lopende band hits afleveren die gezichtsbepalend werden voor de ontwikkeling van de rockmuziek. Door voortslepende ruzies en excessief drugsgebruik viel de band in de jaren tachtig weliswaar gedurende lange tijd uit elkaar, uiteindelijk werden ze weer naar elkaar toegedreven. Ze beseften dat ze niet zonder elkaar konden. Keith Richards: “This thing is bigger than both of us.” Het is tekenend dat van alle soloprojecten uit die periode Si, Si, Je Suis un Rock Star van Bill Wyman nog het meest markante resultaat heeft opgeleverd.

Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat de Rolling Stones de moed zullen opgeven. Ze plukken de vruchten van de lange weg die ze hebben afgelegd. De muziek op Bridges to Babylon straalt een rijpheid en trefzekerheid uit die verraadt dat ze zichzelf en elkaar door en door kennen en op waarde schatten. Sommige songs klinken een beetje overgeproduceerd, zoals Always Suffering, of roepen echo's op uit het verleden: dwars door Already Over Me heen, kun je moeiteloos You Can't Always Get What You Want (1969) meezingen.

Maar het meest opvallend blijft toch de hardnekkige weigering om stoffig of bedeesd te gaan klinken. Het energieniveau heeft na al die jaren, duizenden optredens en tientallen plaatopnames geen millimeter aan kracht ingeboet. De inspiratie en originaliteit van een nummer als Anybody Seen My Baby voorkomen dat de Stones ooit zullen vervelen. Rap-achtige elementen worden ingebed in de relatief trage onderstroom van een pendelend basmotief, waarover brede gitaarlijnen en een achtergrondkoor de muziek voortdurend van kleur doen veranderen. Door spaarzaam en effectief gebruik van middelen wekt de song de indruk zich telkens in een andere richting te ontwikkelen. Het zijn vakmanschap, inventiviteit en liefde voor muziek die de Rolling Stones boven alles kenmerken en hen op een hoger plan tillen. De titel van het slotnummer van de cd is dan ook terecht How Can I Stop.

    • Rob Zuidam