Moesson

Begin juni 1966 was ik met Eduard Bomhoff op vakantie in Engeland. Terwijl wij, wandelend langs de Thames, verhit discussieerden over de Heidelbergse Catechismus werden wij afgekoeld door hevige slagregens. Nog herinner ik mij donkergrijze wolkengevaarten die zich, aanstormend van de Atlantische Oceaan, boven 'England's green and pleasant lands' als reusachtige honden uitschudden. Doornat werden wij. Omdat die barre regenweken in mijn geheugen gegrift staan, daar Bomhoff - zo echt vol christelijke naastenliefde - mij na die vakantie meedeelde dat er wegens mijn ongeloof 'geen offers meer gebracht konden worden op het altaar der vriendschap', denk ik elk jaar begin juni terug aan die hoosbuien.

Sinds ik op de klei woon ben ik bovendien nog gevoeliger geworden voor neerslag. Op de klei is een natte zomer een ramp. De ervaring heeft mij inmiddels geleerd dat vrijwel elk jaar in de eerste weken van juni het weerbericht dagelijks luidt: 'Eerst plensregens, dan wolkbreuken, daarna flinke buien, die afgewisseld worden met stevige neerslag.'

Er is sprake van een vast patroon. Vorig jaar werd dit vaste weerpatroon op de eerste zaterdag van juni ingeluid met een ongelofelijk noodweer. Daarbij zijn surfers omgekomen en werd de hele Leidse zaterdagmarkt weggeblazen. Dit jaar werd als een vrijwel exacte replica van vorig jaar op diezelfde eerste zaterdag van juni het weerpatroon ingeluid met een noodweer waarbij hagelstenen omlaag kwamen, groter dan kindervuistjes. Toch is er verschil met vorig jaar. In dit jaar heeft het al vanaf het vroege voorjaar zoveel geregend dat de klei, zoals ik in mijn vorige stukje schreef, niet eens meer gefreesd kon worden. Vervolgens heeft het vanaf begin juni zo onbarmhartig gehoosd dat de weilanden rond mijn huis herschapen zijn in spiegelende meren. In de gruttonesten broeden waterhoentjes. In mijn vorige stukje viel nog een sprankje hoop te bespeuren. Goed, de pootaardappels waren verrot en van 't zaaigoed was nauwelijks iets opgekomen, maar een mals regentje en er zou weer gefreesd kunnen worden. Met nieuw zaaigoed zou ik dan weer aan de slag kunnen.

Hoe misplaatst is dat optimisme gebleken! Steek je een spade in de klei, dan loopt de ontstane voor terstond vol water. In de zestien jaar dat ik nu op de klei woon is het nog nimmer zo drassig geweest.

Mij dunkt dat er alle reden voor is dit vaste weerpatroon in de eerste weken van juni aan te duiden als de West-Europese moesson. Ooit heb ik die fraaie uitdrukking half gekscherend in deze krant gebruikt gezien. Helaas: er is niets grappigs aan - vanaf begin juni is er in West-Europa, zo'n drie weken lang, doodgewoon sprake van een echte moesson. Is dit eenmaal erkend, dan kun je je er ook beter op instellen.

Nou ja, op instellen - het is mij niet duidelijk hoe het dit jaar verder moet. In de zware zeeklei van het eiland Tholen zijn de aardappels niet alleen al totaal verrot, maar hebben ze bovendien nog een schimmelziekte opgedaan. Omdat je niet meer met zware tractoren over de doorweekte kleigronden kunt rijden, behoort bespuiten ook niet meer tot de mogelijkheden. Tenzij het verbod op sproeivliegtuigjes wordt opgeheven.

Enerzijds is het natuurlijk heel goed dat aan onze piepers de mogelijkheid wordt ontnomen om gifpiepers te worden, maar omdat ook de biologisch en biologisch dynamisch gekweekte aardappelen in de kleigrond wegrotten, en zo'n schimmelziekte gemakkelijk kan overwaaien, staat de hele aardappeloogst op mislukken. Aardappelhater Montignac lacht in zijn vuistje!

Mij is het lachen intussen wel vergaan. De hoop om nog iets van mijn klei te oogsten heb ik al opgegeven. Niets wil nog ontkiemen, groeien, of afrijpen. Alleen de fletse gewassen die ik in primitieve kastjes of onder glasplaten heb geteeld, kunnen inmiddels geoogst worden. Er is één troost: zelfs op de zandgronden beginnen de bewoners nu te klagen over de overvloedige neerslag die onze gewesten heeft geteisterd. En er is nog een tweede troost: de ondergrondse gangetjes van de veenmollen kunnen het water niet goed meer afvoeren en staan daardoor blank. Last van veenmollen heb ik dit jaar nog niet gehad.

Maar aan de struiken hebben de aardbeien dat glorieuze stadium tussen groen en rot overgeslagen. Ze zijn niet rood, maar meteen donkerbruin geworden. Zelfs de padden en kikkers believen ze niet meer. Denk niet, u die niet op de klei woont, dat u de dans zult ontspringen. De aardappel- en groenteprijzen zullen gigantisch stijgen. Spinazie is al onbetaalbaar.

    • Maarten ’t Hart