Megadeal zet telecom in Amerika op z'n kop

AT&T heeft door de fusie met TCI het initiatief naar zich toe getrokken en het breekijzer gezet in de lokale Amerikaanse markten. Door Internet is het samengaan van telefoon- en kabelmaatschappijen steeds interessanter.

NEW YORK, 25 JUNI. Door het samengaan van telefoonmaatschappij AT&T en kabelgigant TCI is een nieuwe fase aangebroken in de Amerikaanse telecommunicatie. Op de vraag of een combinatie van deze omvang geen problemen zou krijgen bij de toezichthoudende instanties, antwoordde topman John Malone van TCI gisteren op een persconferentie: “Problemen? Ze zullen in Washington een standbeeld oprichten voor Mike Armstrong. Wat zij niet voor elkaar kregen in de Telecommunicatiewet van 1996, krijgt hij wel voor elkaar.”

Waar Malone op doelt is dat de wet van twee jaar geleden niet de gewenste concurrentie bracht die het Congres voor ogen had. Er was geen vrije markt van spelers die nieuwe initiatieven namen, maar een wet die te weinig voorzag hoe bestaande bedrijven hun eigen terrein zouden afschermen. Rechtszaken en stagnatie waren het gevolg. De (landelijk opererende) lange-afstandsmaatschappijen voor telecommunicatie, zoals AT&T, MCI en Sprint, kregen op plaatselijk niveau geen poot aan de grond, de plaatselijke verzorgers van telefonie, de Baby Bells, kregen geen toestemming om lange-afstandsverbindingen te verzorgen en kabel- en telecomspelers zaten naar elkaar te kijken om te zien wie zich als eerste op andermans terrein zou begeven. De investeringen zouden groot zijn en de risico's eveneens. Alles zat muurvast. Er waren zelfs stemmen opgegaan om de wet te vervangen door een nieuwe.

Gisteren is echter een nieuwe stap gemaakt. Michael Armstrong van AT&T heeft nu een breekijzer in de plaatselijke markten gezet. AT&T, dat nog steeds vooral lange-afstandstelefonie verzorgt, ziet zijn toekomst in het rechtstreeks bereiken van de particulier. Het kan dan direct een breed scala van diensten aanbieden. Dat kon niet of nauwelijks via de Baby Bells, want die vroegen een hoge vergoeding. Tot nu toe gebeurde dat via wederverkoop. AT&T had daar al miljarden dollars in gestoken, toen Armstrong aankwam en hij maakte daar meteen een eind aan. Hij besloot tot de aanval over te gaan om uit de impasse te komen. “Ik zei een paar maanden geleden toch dat ik voor het offensief zou kiezen”, aldus Armstrong op triomfantelijke toon.

Armstrong ging na zijn aantreden onmiddellijk winkelen op zoek naar een vrije partner. Dat werd allereerst Teleport Communications Group (TCG), dat in januari bij AT&T kwam. Avances richting een van de Baby Bells, SBC, werden door de overheid zeer ontmoedigd. Dat zou tot een te machtige speler leiden. Nu heeft Armstrong een kabelmaatschappij gevonden.

TCI kan AT&T bij de mensen thuis brengen. Een gebundelde kabel is nog geen telefoonlijn, dus AT&T is er nog niet. De topmannen lieten gisteren op de persconferentie echter doorschemeren dat binnen 12 tot 18 maanden het netwerk wel zodanig kan worden gemoderniseerd dat AT&T aan zijn klanten kabel, telefoon en Internet kan leveren.

Een ander sleutelwoord in de transactie is Internet. Met de opkomst en het succes van dat medium is een samengaan van een telefoon- en een kabelmaatschappij opeens ook veel interessanter. Internetgebruikers zitten namelijk te wachten op snellere verbindingen, dikkere pijplijnen en een kabelmaatschappij met een glasvezelnetwerk kan dat bieden. Dat besef daagt niet alleen bij AT&T en TCI maar ook bij anderen. Het zal meer bedrijven in de communicatiesector tot handelen dwingen.

Tot nu toe was het zo dat de Baby Bells hun eigen terrein zoveel mogelijk beschermden tegen nieuwe concurrenten. Dat hield tevens hun eigen entrée op de markt voor lange-afstandstelefonie tegen. Concurrentie in de eigen regio was immers voorwaarde daarvoor. Analisten verschilden van mening wanneer dat eindelijk zou veranderen en volgens sommigen kon dat nog jaren duren. Na gisteren is dat anders. Nu AT&T in opmars is, zullen de Baby Bells zich ook opeens op echte concurrentie moeten voorbereiden. Misschien kunnen ze dat niet op eigen kracht en zullen ze het voorbeeld van AT&T volgen. Analisten houden rekening met meer combinaties van een telefoonmaatschappij en een kabelmaatschappij.

Voor AT&T is dit een grote stap voorwaarts. Het bedrijf heeft na negen jaar tobben onder de wat suffige, aarzelende Robert Allen opeens weer het initiatief genomen. Geen woorden maar daden. Sinds Armstrongs benoeming in oktober bekend werd, is het aandeel van 48 tot 65 dollar gestegen. Armstrong heeft die papieren kapitaalgroei omgezet in harde munt. Twee strategische miljardenovernames in zes maanden zijn het resultaat.