Machtswisseling bij Fiat; Een Amerikaan in de familie

Fiat heeft een nieuwe baas, Paolo Fresco, en met hem zal ook bij dit Italiaanse bedrijf de Angelsaksische mentaliteit definitief haar intrede doen. Wie is Fresco, en wat zijn de vooruitzichten van de familieonderneming Fiat?

'Het is de droom van een emigrant, mijn Italian dream.'' Na twintig jaar zwerven over de wereld keert Paolo Fresco terug naar zijn vaderland. Hij was opgeklommen tot de belangrijkste Italiaanse manager buiten Italië, de tweede man van de Amerikaanse multinational General Electric. Volgende maand wordt hij 65 jaar. De Amerikanen vinden dat tijd om met pensioen te gaan. Maar voor Italianen tellen de jaren minder zwaar. Deze week is Fresco benoemd tot president van Fiat, de grootste particuliere onderneming van het land.

Het is een mijlpaal, voor Fiat en voor Italië. Fresco is in veel opzichten volslagen anders dan zijn voorganger Cesare Romiti, die 22 jaar aan de top van Fiat heeft gestaan: eerst als managing director, de laatste twee jaar als president. “Het is een grote eer voor iemand die twintig jaar in het buitenland heeft doorgebracht, de vruchten van deze ervaring ter beschikking te stellen van de grootste Italiaanse groep”, zei Fresco bescheiden toen hij maandag de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering toesprak. Hij begint parttime, want hij moet zijn werk bij General Electric nog afmaken. Maar verwacht wordt dat er eind oktober, als Fresco zich volledig aan Fiat kan wijden, een verfrissende nieuwe wind gaat waaien.

De rijzige Romiti is een instituut. Een duro, een keiharde die nooit een blad voor zijn mond neemt en frontale confrontaties is aangegaan met de machtige vakbonden. Romiti is nu 75 jaar, en hoewel hij zelf geen zin heeft om te stoppen is de afspraak dat bij Fiat, net als in het Vaticaan, op 75-jarige leeftijd bestuursfuncties worden neergelegd.

Bij Fiat begint een nieuw hoofdstuk. Romiti is de expert in financiële alchemie, in aandeelhouderspacten die met relatief weinig aandelen veel controle geven. Hij is opgegroeid in de salotto buono, de virtuele salon voor Noord-Italiaanse ondernemers, waar heren onder elkaar afspraken maakten en nieuwkomers die zich niet aan de regels hielden, werden geweerd.

Die salon zit nu vol slijtageplekken. Het systeem is op zijn retour. En Fresco lijkt gezien zijn verleden niet iemand die zich thuisvoelt in die sfeer. Hij is meer gewend te werken via de beurs, in een directe relatie met de aandeelhouders. Romiti is ooit bij Fiat binnengekomen op advies van de toenmalige president van de oppermachtige handelsbank Mediobanca, Enrico Cuccia. Een van diens deviezen was: aandelen worden niet geteld, ze worden gewogen. De bedrijfscultuur waarin Fresco heeft gewerkt, is veel Angelsaksischer, veel opener.

Umberto Agnelli, de man die steeds in de schaduw heeft gestaan van familiepatriarch Gianni, heeft Fresco dinsdag openlijk om veranderingen gevraagd. De familie Agnelli heeft via ingewikkelde constructies nog steeds een sterke greep op het bedrijf. “Wij vragen aan Fresco ons een nieuwe visie te presenteren, om Fiat sterker te maken”, zei Umberto Agnelli. “Hij zal ons een foto geven met de sterke en zwakke kanten en een aantal voorstellen doen. Wij zullen kijken welke voor ons het interessantst zijn.” Na de foto met zijn voorganger Romiti en met Paolo Cantarella, de managing director van de Fiat-groep, zei Fresco dat er weinig zal veranderen. De taakverdeling met Cantarella blijft zoals hij was. Maar uit verschillende uitlatingen valt op te maken dat Paolo & Paolo, zoals het duo aan de top bij Fiat is omgedoopt, een nieuwe impuls zullen geven aan de globalisering van het bedrijf. Fresco heeft daar bij General Electric hard aan gewerkt, en Fiat heeft al belangrijke stappen gezet in die richting.

Ook de concentratie op de kernactiviteit, auto's maken, zal naar verwachting doorgaan. De afgelopen jaren is al grondig gewied en herschikt. Dit jaar zijn bijvoorbeeld de chemiedochter Snia en het wintersportcentrum Sestrière verkocht, waar de Agnelli's altijd gingen skiën. Financiële analisten vragen zich hardop af waarom Fiat vliegtuigmotoren moet blijven maken en kranten moet blijven uitgeven. Verwacht wordt dat Fresco zijn bijnaam 'de ontbosser' die hij in de tijden van de herstructurering van General Electric heeft gekregen, bij Fiat nieuwe eer zal aandoen.

De meeste speculaties bij Fresco's aantreden draaien om de vraag: gaat Fiat alleen verder? Volgens veel analisten kan dat op de lange termijn niet. Fiat is een aantrekkelijke partner, concludeerde het vakblad Automotive News Europe vorige maand met nadruk.

Maar Fiat wil niet worden veroverd. Het bedrijf wil hooguit zelf veroveren. De officiële soundbite gaat als volgt: We hebben ons op tijd ontwikkeld tot een onderneming die mondiaal opereert, en we zijn daarom sterk genoeg om geen partner nodig te hebben. Dat betekent niet dat er helemaal niet over internationale allianties wordt nagedacht. “We zullen niet aan het venster blijven toekijken hoe kansen voorbijgaan”, zei Fresco. En de andere Paolo, Cantarella: “Voor alle onderdelen van de Fiat-groep geldt dat er zich mogelijkheden kunnen voordoen als we op de markt zijn. Dan zullen we die pakken. Met de nadruk op pakken.”

Psychologie is daarbij belangrijk. Fiat is opgezet als een familiebedrijf. Hoewel het bedrijf enorm is gegroeid en het aandelenpakket van de familie sterk is verdund, maken de Agnelli's in veel opzichten nog de dienst uit. Daarvoor hebben zij een meertrapsraket gevormd. Via de financiële houdstermaatschappijen Ifil en Ifi controleert de familie 21,77 procent van de gewone aandelen van Fiat. Een aandeelhouderspact met andere stamgasten van de salotto buono, de handelsbank Mediobanca (3,16 procent), de verzekeringsmaatschappij Generali (2,4 procent) en de Deutsche Bank (2,36 procent) brengt het totaal op dertig procent. Dat is voldoende om de feitelijke controle te houden.

Zo was het de 77-jarige Gianni Agnelli die Fresco heeft uitgezocht als nieuwe president. Zijn neef Giovanni Alberto werd klaargestoomd om de leiding over te nemen, maar hij overleed vorig jaar aan een zeldzame vorm van maagkanker. Maandag heeft een andere neef, John Elkann, voor het eerst meevergaderd met de raad van bestuur. Hij is nog maar 22, dus het is te vroeg om te zeggen of hij geschikt is voor de top, maar de Agnelli's willen het in ieder geval proberen.

Daarom ligt samenwerking bijzonder gevoelig. De Agnelli's geven niet graag de macht uit handen. Er wordt wel op gespeculeerd dat, als het tot een alliantie met een ander bedrijf zou komen, dat in ieder geval niet gebeurt voor medio volgend jaar, als Fiat zijn eeuwfeest viert. Vóór het jaar 2000 gebeurt er niets, zei Gianni Agnelli een jaar geleden stellig.

Fresco houdt zijn kaarten tegen de borst. Romiti heeft in een afscheidsinterview gezegd dat hij het nog steeds jammer vindt dat in 1990 de plannen voor samenwerking met Chrysler zijn afgeketst. Volgend jaar loopt het aandeelhouderspact af. Deutsche Bank lijkt te aarzelen over vernieuwing.

Fresco zelf heeft gezegd dat hij in ieder geval zal werken in de spirito Fiat, in de speciale stijl van Fiat. Maar wat die precies inhoudt? Romiti greep hiervoor terug op de kernwoorden 'orde, hiërarchie, discipline, en kwaliteit'. Ook dit zijn weer familietrekjes. “Opa Agnelli legde sterk de nadruk op een militaristische organisatie”, zei Romiti. Zijn kleinzoon “Giovanni praat nog steeds over de 'chefs van staven' als hij over de Fiat-top praat. En een vergadering is voor hem een 'rapport'.” Een karakteristiek die minder bij Fresco lijkt te passen, is de grote aandacht voor de politiek. Fiat heeft een buitengewoon effectieve politieke lobby in Rome. Zelfs als er een nieuwe 500 op de markt komt, perst de president van het land zich in het kleine autootje. Veel beleidsmakers gaan ervan uit dat wat goed is voor Fiat, goed is voor Italië. Daarom zijn de autostrada's goed en de spoorlijnen slecht, daarom heeft het zo lang geduurd voordat hier belastingvoordelen kwamen voor auto's met katalysatoren (Fiat was niet op tijd klaar). Soms ging die lobby over de schreef. Romiti is veroordeeld wegens zwart geldfondsen die zijn gebruikt om smeergeld aan politici te betalen.

Romiti is er nooit voor teruggeschrokken om zich te mengen in het politieke debat. Er is vaak op gespeculeerd dat hij na zijn vertrek bij Fiat een eigen partij zou gaan leiden. Hij zoekt bijna wekelijks de publiciteit met zijn twijfels over de bezuinigingen voor 'Europa', met zijn oproepen tot modernisering van de grondwet, tot privatisering en pensioenhervorming, met zijn filippica's tegen de plannen voor een 35-urige werkweek.

Hij kijkt met onverholen trots terug op zijn tijd bij Fiat. Het bedrijf staat er goed voor en heeft een uitstekend jaar achter de rug. In 1997 zijn er 2,7 miljoen auto's verkocht, een absoluut record voor het bedrijf. Op zijn thuismarkt is het marktaandeel iets gedaald, met 0,8 procent, naar 42,8 procent, maar dat biedt Fiat nog steeds een stevige basis - zolang de Italiaanse economie goed draait. In Europa is de Fiat-groep (Fiat, Alfa Romeo, Lancia) nu de derde autofabrikant, na Volkswagen en General Motors (Opel), met een marktaandeel van 12 procent.

Fiat-auto heeft sterk geprofiteerd van de stimuleringsmaatregelen in Italië. Het kabinet had een regeringsbijdrage van maximaal ongeveer 2500 gulden ter beschikking gesteld voor iedereen die zijn auto van meer dan tien jaar oud inruilde voor een nieuwe. De ervaringen met deze 'elektroshock', zoals Romiti het plan noemde, zijn onverdeeld positief. Ook voor de schatkist, die honderden miljoenen guldens extra aan btw en registratiebelasting heeft opgehaald.

Mondiaal gezien is het plaatje minder gunstig. Fiat constateert dat de concurrentie in de sector kleine en middelgrote auto's keihard is en dat daarom gemiddeld de prijzen voor een nieuwe auto minder sterk zijn gestegen dan de inflatie in de landen waar Fiat aanwezig is. Bovendien drukken de resultaten in Brazilië op het resultaat. De automarkt daar is in de laatste maanden van vorig jaar met 25 procent ingestort.

Voor dit jaar verwacht Fiat positieve effecten van het feit dat de Alfa 156 is uitgeroepen tot de auto van het jaar en de succesvolste Alfa aller tijden aan het worden is. Ook de introductie van de Multipla en de nieuwe 600, de nieuwe Alfa die de 164 moet vervangen, moeten nieuwe impulsen geven.

Maar het Azië-effect is nog onduidelijk. De Japanse en Koreaanse auto's zullen fors goedkoper worden. De kracht van Fiat zit in de kleinere auto's, maar het is daardoor extra kwetsbaar voor de felle prijsconcurrentie op dit terrein.

Cantarella straalt niettemin optimisme uit. In Europa trekt de conjunctuur aan en zullen daardoor de verkopen wat stijgen, voorspelt hij. Elders in de wereld wordt voor enorme groepen mensen voor het eerst een auto betaalbaar. Daar verwacht hij de echte stijging. In Polen heeft Fiat vorig jaar acht procent meer verkocht. In Argentinië 19 procent, in Brazilië, ondanks de dip aan het eind van het jaar, 14 procent.

Met onverholen trots wijst de Fiat-top er keer op keer op dat het bedrijf een global player is geworden. Fiat verkoopt steeds meer in het buitenland. In 1990 werd nog 44 procent van de omzet buiten Italië bereikt. Zeven jaar later was dat gestegen naar 62 procent. Van iedere tien auto's die Fiat maakt, worden er zes verkocht in het buitenland. Voor vrachtwagens zijn dat er zeven, en voor landbouwtractoren zelfs negen.

Die globalisering wordt ook zichtbaar in de produktie. De Fiat-groep heeft in 62 landen fabrieken. In totaal bieden die werk aan 94.000 mensen. Dat is veertig procent van het totale aantal werknemers van Fiat. In 1997 zijn productie-akkoorden gesloten met Argentinië, India, Rusland en Turkije, terwijl hierover nog wordt onderhandeld met Marokko en Zuid-Afrika en er ook plannen zijn voor Thailand en China. Een belangrijk en tot nu toe succesvol concept is om voor die landen weliswaar een aparte auto te ontwikkelen, maar die toch van alle Westerse gemakken te voorzien. Fiat praat over “wereldauto's. Automotive News Europe constateert dat het Italiaanse bedrijf op dit gebied vooroploopt. De suggestie daarbij is dat de Derde Wereld geen tweederangsmodellen krijgt aangeboden, maar volwaardige, state of the art auto's waarin ze in het rijke Westen ook willen rijden. In Polen en Latijns Amerika zijn al de Siena, de Palio, en de Palio weekend gepresenteerd; de laatste auto rijdt ook in West-Europa rond.

Op de aandeelhoudersvergadering constateerde Gianni Agnelli, die van 1966 tot 1996 president van Fiat is geweest, dat Romiti de meeste eer toekomt voor het feit dat het bedrijf nu een global player van niveau is, met een omzet die in twintig jaar is vertienvoudigd. Eigenlijk heeft Romiti de groep twee keer gered, zei Agnelli: eind jaren zeventig en begin jaren negentig.

Midden jaren zeventig verkeerde Fiat in een dramatische situatie. De fabrieksterreinen stonden vol onverkochte auto's, Fiat moest zich diep in de schulden steken, en binnen het bedrijf “heerste totale wanorde en geen discipline”. Bijna iedere maand werd er gestaakt. Romiti begon een taai en hard gevecht tegen de vakbonden. Zijn overwinning kwam toen in 1980 40.000 werknemers, voornamelijk uit het middenkader, een protestmars hielden omdat zij eindelijk weer eens aan het werk wilden. Het was een dreun waarvan de vakbonden jarenlang duizelig zijn gebleven.

De jaren tachtig was de tijd van herstructurering, maar dat veranderde in één groot feest toen de winsten bleven binnenstromen. “In 1989 hadden we buitensporige winsten: in omzet waren we het vijftigste bedrijf van de wereld, in winsten het vijfde of zesde of zevende”, zei Agnelli. Het was teveel. Zo'n situatie “is het slechtste wat er bestaat voor een bedrijf. Op dat moment hebben we waarschijnlijk onze aandacht laten varen voor kwaliteit, voor besparingen, voor het ontwerpen van nieuwe modellen. Het is een les waar je veel van leert: het is prettig om veel te verdienen, maar je moet er geen slecht gebruik van maken.”

Onder regie van Romiti heeft Fiat zich begin jaren negentig uit dit moeras van zelfgenoegzaamheid getrokken. Via enorme investeringen werd de productiestructuur grondig gemoderniseerd en kwamen er midden jaren negentig weer in hoog tempo succesvolle modellen uit de fabriek.

Dat is de erfenis die Romiti doorgeeft aan Fresco. Van de 65-jarige Americano wordt nu een nieuwe grote sprong voorwaarts verwacht. Weg van de wat bedompt geworden sfeer van de salotto buono. Verder de wereld in. Met als kernvraag of Fiat die tocht alleen probeert te maken, of in gezelschap.

    • Marc Leijendekker