Liberalisering laat waakhonden vaker grommen

Het bedrijfsleven fuseert als nooit tevoren. De concurrentiewaakhonden grommen harder dan ooit. Paradox: liberale markten eisen meer regels.

ROTTERDAM, 25 JUNI. Wat is er gemakkelijker dan na een mislukte fusie met een beschuldigend vingertje naar Brussel wijzen? Commissaris Karel van Miert, die de Europese concurrentieverhoudingen bewaakt, was eerder dit jaar de gebeten hond bij de mislukte fusie van uitgevers Wolters Kluwer en Reed Elsevier. Van Miert was zich van geen kwaad bewust en noemde de slechte verhoudingen tussen beide uitgevers de oorzaak van de mislukte fusie.

Zowel de teleurgestelde bedrijven als de eurocommissaris hadden gelijk: door de strenge eisen uit Brussel moesten de partijen elk een beetje inschikken en dat is in veel gevallen het begin van een verwoede strijd. Op het moment dat één bedrijf iets extra's moet inleveren, is het belang van zijn aandeelhouders al snel geschaad. En dus dient er compensatie te komen.

Bij de afgeketste fusie tussen de opslagbedrijven Pakhoed en Van Ommeren heeft zich vergelijkbaar duw- en trekwerk afgespeeld. De Rotterdamse bedrijven hadden Brussel eigener beweging aangeboden om de opslagcapaciteit terug te brengen. Toen dat niet voldoende bleek, brak de ruzie uit. In tegenstelling tot bij de afgeketste uitgeversfusie krijgt Van Miert ditmaal niet de schuld: de nieuwe “redelijke” eis van Van Miert was slechts de aanleiding tot de breuk, geven beide bestuursvoorzitters toe.

De breuk tussen Pakhoed en Van Ommeren, die vorig jaar tot de achterblijvers op de Amsterdamse effectenbeurs behoorden, etaleert de schaduwzijde van de overrompelende (inter)nationale fusiedrift. Tijdens presentaties van de krachtenbundelingen lijkt alles al in kannen en kruiken, de topmanagers grappen en verloochenen maar al te graag hun verleden als wederzijdse concurrenten. In werkelijkheid zijn de verhoudingen soms nog zeer broos.

Dat is bijvoorbeeld een gevolg van de vroege meldingsplicht waaraan beursfondsen moeten voldoen. Ook uit eigen belang: een affaire wegens effectenhandel met voorkennis staat bijna garant voor jarenlange negatieve publiciteit. Beslissingen tot een fusie worden door een klein clubje in het diepste geheim genomen. Pas in een later stadium kan een beroep worden gedaan op meer deskundigen, zoals fusiespecialisten. Als de fusie niet doorgaat, kan de schade meestal beperkt blijven tot een fikse koersdaling op de dag van de scheiding. Tot nu toe heeft geen enkele bestuurder zijn consequenties getrokken na een bij voorbaat mislukte fusie.

Inmiddels zal elke topondernemer in Europa en Amerika duidelijk zijn dat geen enkel fusieplan nog buiten de mededingingsautoriteiten kan rekenen. De internationale accountantskantoren KPMG en Moret Ernst & Young staakten vorig jaar hun fusiebesprekingen. Aanleiding: de zware eisen uit Brussel. Ook de Duitse media-tycoon Leo Kirch kan het bloed van Van Miert inmiddels drinken. Samen met uitgever Bertelsmann moest hij onlangs plannen om tot één gezamenlijke decoder te komen annuleren. Dat met die plannen miljardeninvesteringen zijn gemoeid leek Brussel koud te laten. Kenmerkend voor het geschil met de Duitse uitgevers is dat zij de strijd met Brussel tot het laatst toe hebben volgehouden. Van de circa 700 fusies die de laatste jaren zijn aangemeld is het slechts in een tiental gevallen tot een daadwerkelijk verbod gekomen. Meestal breekt de ruzie al onderweg naar Brussel uit.

In Amerika gaat het er nog harder aan toe: tegen twee van de meest succesvolle ondernemingen, Microsoft (software) en Intel (chips), lopen juridische acties. In de defensiewereld zijn fusies tot nader order bijna taboe.

Behalve met Van Miert moeten Nederlandse trouwlustige ondernemingen sinds vorig jaar ook rekening houden met hun eigen trust buster met tanden, de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Zo kregen de detailhandelsconcerns Vendex en de Koninklijke Bijenkorf deze week van de NMa te horen dat hun fusieplannen nog eens extra onder de loep worden genomen.

Als de deze week uitgelekte fusiebesprekingen tussen de financiële reuzen Rabobank en Achmea succes hebben, zal de NMa zeker weer in beeld komen, al is het maar met een advies, want formeel is zij in financiële fusies nog anderhalf jaar lang niet bevoegd. De gecombineerde conglomeraten herbergen niet alleen banken en verzekeraars, maar ook pensioenfondsbeheerders en uitvoeringsinstellingen van sociale verzekeringen zoals het GAK. Vorige week waarschuwde de NMa al tegen de dominante marktpositie die GAK en Achmea zullen krijgen bij verdere privatisering van de sociale zekerheid.

De concentratie in de financiële wereld, die ook te vinden is in de detailhandel, bouwbedrijven en de voedingsindustrie, is het resultaat van de fusiegolf die in een liberaal klimaat kon plaatsvinden. Geen wonder dat Brussel af en toe op de rem trapt: geliberaliseerde markten eisen meer regelgeving dan markten waar de verhoudingen vastliggen.

    • Erik van der Walle