Fondsen bezorgd over aantasting pensioenwaarde

UTRECHT, 25 JUNI. De Nederlandse pensioenfondswereld blijft bezorgd dat oplopende inflatie door de aansluiting van enkele Zuideuropese landen in de Europese en Monetaire Unie op termijn de waarde van de Nederlandse pensioenvoorzieningen zal aantasten. Dit bleek gisteren op een congres in Utrecht, waar directeur drs. H. Brouwer van de Nederlandsche Bank de angst voor waardeverliezen probeerde weg te nemen.

“Zou hij iets anders kunnen zeggen”, reageerde topbelegger dr. J. Frijns van pensioengigant ABP (270 miljard belegd vermogen). “Het monetaire beleid blijft onzeker. Wat zijn echt de sancties tegen politici” die in weerwil van het verdrag van Maastricht en de afspraken voor beperking van het begrotingstekort in het zogeheten stabiliteitspact toch met te hoge tekorten blijven werken?

Vorig jaar bleek uit een enquête dat meer dan de helft van de pensioenfondsen verwacht dat de pensioenpremies straks omhoog moeten doordat stijgende inflatie de waarde van de pensioenvoorzieningen van meer dan 1.000 miljard gulden zal aantasten. Nederland heeft deze bedragen al gespaard, terwijl verschillende Europese landen de pensioenen geheel moeten betalen door belastinginkomsten. De vergrijzing zal dit draagvlak reduceren en tegelijkertijd de uitgaven (pensioenen, medische zorg) opschroeven.

Ook voorzitter ir. J. van Niekerk van de euro-projectgroep van de pensioenfondsen en directeur van het Unilever pensioenfonds liet na afloop blijken nog steeds twijfels te hebben over de gevolgen voor Nederland van de “loodzware” pensioenlast die de regeringen in onder meer Frankrijk en Italië torsen hun ambtenaren. Hij pleitte gisteren opnieuw voor een onderzoek naar de gevolgen van de vergrijzing voor de begrotingen in de elf landen van de Europese en Monetaire Unie (EMU). “Dan is voor iedereen transparant wat er bij ongewijzigd beleid gebeurt in alle lidstaten.”

Brouwer noemde een onderzoek naar de vergrijzingsgevolgen “een uitstekende gedachte”, maar verwees de pensioenfondsorganisaties naar een recent rapport van de tien belangrijkste industrielanden (G10).