Eigenheimer Timman in spoor Bosniërs

ROTTERDAM, 25 JUNI. Het zijn nog steeds de Bosniërs die er het best voor staan bij het Nederlands schaakkampioenschap.

Ivan Sokolov, de kampioen van 1995, staat na vier ronden bovenaan met drieënhalf punt, een half punt achter hem ligt Predrag Nikolic en pas dan komt de eerste eigenheimer, Jan Timman, die met Genna Sosonko de derde plaats deelt. Het had anders kunnen gaan, want Sokolov en Nikolic waren gisteren in groot gevaar.

Timman moest met zwart tegen Sokolov. Als hij zou verliezen, had hij zijn titelaspiraties kunnen vergeten. Hij kwam met een mooi stukje openingsvoorbereiding, nog een restantje van zijn tweekamp tegen Loek van Wely, waarin de variant die Sokolov altijd speelt tegen het Nimzo-Indisch ook een paar keer op het bord was gekomen. Timman en zijn secondant Ulf Andersson hadden goed werk gedaan. Timman kwam nu goed uit de opening en ook in de fase dat hij niet meer op zijn huiswerk kon vertrouwen speelde hij mooi, met een verrassend pionoffer dat al zijn stukken tot geweldige activiteit bracht. Sokolov kon slechts de ogen sluiten en bidden dat er geen beslissende aanvalswending voor Timman in de stelling zat. Waarschijnlijk was die er wel, maar Timman had veel tijd gebruikt. In de kritieke stelling, waarin hij met een kwaliteitsoffer hard had kunnen toeslaan, koos hij voor de veiligste weg, bang dat hij een rekenfout zou maken in de korte bedenktijd die hem nog restte. Zo kreeg hij slechts een iets beter eindspel, dat binnen een paar zetten in remise verzandde. Sokolov toonde zich na afloop heel blij dat hij was ontsnapt.

Nikolic zal ook blij zijn geweest met zijn remise. John van der Wiel had tegen hem het ideale eindspel gekregen dat witspelers voor ogen staat als ze de Spaanse ruilvariant spelen. Betere pionnenstelling, goed paard tegen matige loper. Hoe het precies gewonnen moest worden, was niet eenvoudig te zien, maar je had het idee dat het gewonnen moest zijn, omdat er rechtvaardigheid in het schaakspel moet heersen. Als je met wit alles bereikt wat je wilt en je kan dan nog niet winnen, waar speel je dan eigenlijk voor? Bespiegelingen over hogere rechtvaardigheid leiden nog niet automatisch tot een vol punt op de scoretabel. Nikolic zette zich schrap, Van der Wiel kwam er niet door. Na tachtig zetten worstelen werd het remise.

Sosonko kwam door een overwinning op Paul van der Sterren op plus één. Zo drukken nuchtere spelers het uit die aan het begin van het toernooi op grond van de loting hun plan trekken. Plus vijf is kampioen, maar moeilijk haalbaar, plus twee is een goed resultaat. Sosonko met wit is een nuchtere speler. Als hij niets bereikt doekt hij de zaak na een zet of twintig met een remise-aanbod op. Maar vaak bereikt hij met zijn verfijnde openingsbehandeling groot voordeel en dan wint hij. Zo ging het gisteren. Van der Sterren hielp door zich al heel vroeg een pion te laten afpakken.

Loek van Wely leed zijn tweede achtereenvolgende nederlaag, nu met wit tegen Friso Nijboer, die voor deze gelegenheid een voor hem nieuwe opening had ingestudeerd, het Grünfeld-Indisch, en uitstekend op de hoogte bleek van de nieuwste ontwikkelingen daarin zoals vertoond in de tweekamp Kramnik-Shirov. Toen Van Wely met wit geen voordeel bereikte, verzuimde hij tijdig aan de noodrem te trekken. Hij is er de man niet naar om te denken dat hij nu uitgeschakeld is. Nu even de tanden op elkaar, dan moet zeven uit zeven haalbaar zijn, zal hij zeggen. Vandaag is een vrije dag, want ook de schakers willen naar het voetbal kijken.

    • Hans Ree