Directeur van de IJsbreker: 'Geen plek voor nieuw fotocentrum'

AMSTERDAM, 25 JUNI. In het toekomstige Muziekcentrum aan de Oostelijke Handelskade in Amsterdam is geen plaats voor een Nationaal Centrum voor Fotografie, zoals de gemeente wil. Dat zegt directeur J. Wolff van de IJsbreker, een van de belangrijkste initiatiefnemers van het Muziekcentrum.

Volgens Wolff is het “niet realistisch” om het gebouw te willen belasten met een fotocentrum dat zeker zesduizend vierkante meter zal opeisen. De Amsterdamse wethouder van cultuur J. van der Giessen maakte dinsdag bekend dat het nieuwe Nederlands Centrum voor Fotografie in het gebouw aan de Oostelijke Handelskade kan worden gevestigd. Oprichting van dat centrum is mogelijk dankzij de erfenis van oud-hoogleraar Wertheimer, die vorig jaar 22 miljoen gulden naliet aan het Prins Bernhard Fonds. Dat fonds wees maandag Amsterdam aan als vestigingsplaats voor het nieuwe fotocentrum.

J. Wolff van de IJsbreker heeft geen enkel bezwaar tegen de komst van een expositiecentrum voor fotografie van vijftienhonderd vierkante meter, zoals de Amsterdamse stichting Photo plaza eerder bepleitte. Maar het nationale centrum dat het Prins Bernhard Fonds voor ogen heeft moet veel groter worden. Als voorwaarde voor vestiging daarvan in Amsterdam stelt het fonds dat ook de drie nationale foto-instellingen die nu in Rotterdam gevestigd zijn er deel van uit moeten gaan maken. Of die bereid zijn om te verhuizen is nog onzeker. Directeur Loek van der Molen van het Nederlands Foto Instituut (NFI), een van de Rotterdame instellingen, ontkent dat hij al heeft ingestemd met verhuizing van zijn instituut naar Amsterdam. “Het standpunt van de Rotterdamse foto-instellingen is altijd geweest dat een verhuizing pas overwogen kan worden als de vestigingsvoorwaarden van een andere locatie duidelijk zijn. Daar heeft het besluit van het Prins Bernhard Fonds geen enkele verandering in gebracht.”

Van der Molen zegt “met verbijstering” kennis te hebben genomen van het voorstel van Van der Giessen. “Wij zullen niet meedoen aan deze constructie, in welke variant dan ook”, zegt van der Molen. “Het Prins Bernhard Fonds schetst in zijn besluit een brede, inhoudelijk ambitieuze instelling die gezamenlijk door bestaande instellingen moet worden opgericht. De verschillen met het Amsterdamse plan zijn levensgroot.” Het NFI is evenals het Nederlands Fotoarchief (NFa) en het Nationaal Fotorestauratie Atelier (NFrA), de twee andere Rotterdamse instellingen, voor de locatiekeuze niet door Amsterdam geraadpleegd. Van der Molen: “Als het gaat om een plaatselijk initiatief is dat begrijpelijk. Maar het is onbegrijpelijk als het gaat om een nationaal initiatief waaraan mijn bijdrage wordt gevraagd.” Overigens is Van der Molen enthousiast over het idee om alle subsidiestromen te bundelen op één plek. “Het voorstel van het Prins Bernhard Fonds om te komen tot een grote en financieel draagkrachtige instelling biedt een fantastische kans voor de fotografie.”