De gratie van een winterpeen

De decor-tuin loopt op zijn laatste benen. De decoratieve moestuin wint terrein en de toekomst is aan de totaal-tuin: eetbare borders, voetballen met pompoenen en zwemmen in de vijver.

Kitchen Gardens of France, Louisa Jones. Uitg Thames and Hudson ƒ 74,80, ISBN 0 500 01825 1. Achterin het boek een lijst met potagers die te bezoeken zijn, variërend van kasteeltuinen tot volkstuinen en hotels en restaurants die over hun eigen groentetuin beschikken.

Met de teloorgang van het communisme is een complete terminologie verloren gegaan. Wie weet over tien jaar nog wie de Grote Roerganger was, of de Reus op Lemen Voeten? Met het ter ziele gaan van het dagblad De Waarheid zijn ook de Lakeien van het Imperialisme verdwenen. En ik mis ze. Misschien dat ik daarom door warme nostalgie bevangen werd, toen ik onlangs iemand hoorde spreken over 'het afwerpen van het Angelsaksische juk'. Het was op een symposium over tuinen in de 21ste eeuw.

Zo langzamerhand begint het tuinarchitecten overal in Europa te dagen dat we ons met het imiteren van Engelse tuinen op een doodlopende weg bevinden. De Britse nostalgie zal nog jaren naijlen in de Tuinlibelle, maar nieuwe trends beginnen zichtbaar te worden. Een hot item is de decoratieve moestuin, een mengelmoes van snijbloemen, groenten, kruiden en fruit, dit alles opgevrolijkt met pompoenen en kalebassen. Ook in Engeland is deze vorm van tuinieren in opkomst en de decoratieve moestuin wordt daar met een leenwoord potager genoemd, al weten ze door het woord op zijn Engels uit te spreken meestal te verbloemen dat de bakermat van de moestuin in Frankrijk ligt.

Amerikanen - nooit om een woord verlegen - spreken van edible landscaping, een term die mij altijd aan Luilekkerland doet denken, met bergen van koek en bomen van suikergoed. De mooiste potager van Nederland ligt in de tuinen van de buitenplaats Bingerden, aan de IJssel, in Gelderland.

De potager onderscheidt zich van de gewone volkstuin doordat er niet alleen aan een zo groot mogelijke oogst wordt gedacht, maar ook aan hoe de gewassen er uit zien. De volkstuinder zal het een zorg zijn of zijn spruiten bij zijn bloemkool kleuren, maar de bezitter van de potager speelt bewust met het contrast tussen de weelderige ronde vormen van rode kool en verticale lijnen van blauwberijpte prei. In een formele groentetuin worden de eetbare planten afgewisseld met piramides van fleurige lathyrus; in een informele moestuin worden de winterwortelen overspoeld door een golf van oostindische kers.

Het concept van de potager sluit naadloos aan bij de hernieuwde belangstelling voor antieke groente- en fruitrassen. Terwijl een moderne fruitkweker zoekt naar rassen die tegen transport bestand zijn, waarbij de smaak ondergeschikt is, plant de particulier in zijn moestuin het liefst jutteperen en sterappels. Ook afwijkende kleuren zijn in trek: roodbladige sla en snijbiet groeien zij aan zij met gele tomaten en paarse broccoli. Soms is het uiterlijk belangrijker dan de smaak, zoals bij de roodbladige eikenbladsla, die inderdaad even taai en smakeloos is als een eikenblad.

De potager kent vele gezichten. Soms, zoals in de beroemde renaissancetuin van Villandry, zijn de streng-geometrische parterres gevuld met verschillende soorten groente die wonderwel bij de buxushaagjes passen. Maar er zijn ook tuinen waarin de eetbare gewassen een plaats hebben gekregen in de siertuin; in de borders staan artisjokken naast phloxen en rabarberplanten naast asters. Peterselie, salie, bieslook en thijm staan niet op rijtjes in een aparte groentetuin, maar tussen de afrikaantjes en de goudsbloemen.

Door groenten en sierplanten te mengen, krijgen we plotseling oog voor de schoonheid van de knolvenkel en de gratie van de winterpeen. Wie ooit een potager bezocht heeft, zal de groentewinkel met andere ogen binnengaan. Je kunt je afvragen of de potager een tuinmode belichaamt, die over een paar jaar weer verdwenen zal zijn. Ik denk het niet. Ik denk dat de hernieuwde belangstelling voor de eetbare tuin deel uitmaakt van een beweging die de tuin niet uitsluitend ziet als visueel spektakel, maar die ernaar streeft om alle zintuigen in de tuin aan hun trekken te laten komen. Het zou mij niet verbazen als de tuin-als-decor heeft afgedaan. De tuin is niet meer alleen om naar te kijken. In de toekomst eten we onze borders op, voetballen we met pompoenen en duiken we in onze vijvers. De toekomst is aan de totaaltuin.