Clinton wil in China vooral de Amerikanen overtuigen

President Bill Clinton komt vandaag in China aan. Kan hij de critici in eigen land overtuigen van de goede bedoelingen van Peking?

PEKING, 25 JUNI. Vraag aan student business management Mao Ruijie hoe hij zijn toekomst ziet, en het zelfbeeld van een generatie jonge Chinezen in opkomst rijst voor je op. “China biedt de meeste mogelijkheden voor persoonlijke materiële groei. Nergens ter wereld liggen zoveel kansen voor het oprapen. Hier wil ik rijk worden. Ik wil de baas zijn van een grote investeringsbank. Had je mij die vraag een paar jaar geleden gesteld, dan had ik geantwoord: ik wil naar de Verenigde Staten. Maar als je het hier niet maakt, kun je het daar wel vergeten. In Amerika zijn alle kansen al vergeven.”

Misschien is dit optimisme en vertrouwen wel het 'humane gezicht' dat de Amerikaanse president Bill Clinton met zijn negendaags bezoek aan China, dat vandaag begint, aan het Amerikaanse publiek wil laten zien. Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben het de afgelopen weken meer dan eens gezegd: het bezoek van Clinton is vooral bedoeld voor het thuisfront, dat overtuigd moet worden van het belang van China voor Amerika's buitenlandse politiek.

Amerikanen moeten leren wennen aan een China dat gewicht in de schaal legt als het gaat om nucleaire conflicten in de regio, om het tegengaan van de economische crisis in Azië of om afzijdigheid in het langdurige conflict tussen de beide Korea's. Een China, kortom, dat deel uitmaakt van de wereldorde en invloed heeft op de stabiliteit daarvan.

President Clinton zelf heeft al behoorlijk veel moeite gehad om China te gaan beschouwen als een gelijke partner in een gedepolitiseerde wereld. Voor het Amerikaanse volk is dat helemaal een reuzenstap. Tijdens zijn verkiezingscampagne in 1992 omschreef Clinton het Chinabeleid van de zittende president George Bush als “het vertroetelen van dictators”. En in het voorjaar van 1996, toen China gevaarlijk dicht in de buurt van het door Peking geclaimde Taiwan dreigende raketoefeningen begon te houden, was er zelfs sprake van een zeer concrete militaire dreiging tussen de VS en China.

Pas nadat Washington een Amerikaans vliegdekschip door de Straat van Taiwan had gestuurd en de Amerikaanse regering moest concluderen dat zij daarmee weinig positieve diplomatieke resultaten had geboekt, ontstond het besef dat het tijd werd eens serieus met China te gaan praten, en er desnoods een binnenlands-politieke prijs voor te betalen. China, zo concludeerde het Witte Huis, mocht niet langer een themapark zijn voor mensenrechtenactivisten en aanhangers van de Dalai Lama.

De strijd om het Chinabeleid die zich in Washington heeft afgespeeld is volgens de Chinese Amerika-specialist Zhang Yebai vooral gevoed door binnenlands-politieke machtsverhoudingen. “Het buitenlands beleid van de VS is meer en meer het speelterrein geworden van Amerikaanse belangengroeperingen met vertegenwoordigers of sympathisanten in het Congres.”

Pagina 5: China vindt dat het beloond moet worden

Zhang, werkzaam aan het Amerika-instituut van de Chinese academie voor sociale wetenschappen, de denktank van de Chinese overheid, gelooft dat het de VS derhalve ontbreekt aan “geheime diplomatie” en “snelle politieke besluitvorming”. Eigenschappen die er minder toe doen op binnenlands-politiek terrein, maar die des te belangrijker zijn voor een daadkrachtig buitenlands beleid.

De pech voor China, aldus Zhang, is dat het zo'n groot land is, en dat er voor ieder omstreden aspect van China's samenleving in ontwikkeling, of het nu gaat om de positie van de christelijke kerk, Tibet, politieke gevangenen, milieuvervuiling of de bouw van een megastuwdam, wel een belangengroepering in de VS bestaat. Ten tijde van de Koude Oorlog, toen het voortbestaan van de VS op het spel leek te staan, was geheimhouding en een meer autocratisch handelen in de diplomatie geaccepteerd. “Het Congres en de media maken van iedere buitenlandse politieke beslissing die het Clinton-bestuur wenst te nemen een publiek debat. Zij houden geen rekening met het feit dat het Witte Huis dient te letten op het grote geheel, het nationaal belang. De media en het Congres interesseert dat minder.”

Volgens Clinton dus, is het van nationaal belang dat de VS diepgaande betrekkingen aangaan met China. Het Congres en de publieke opinie hebben Clinton beschuldigd van een karakterloze en inschikkelijke houding ten aanzien van China en hebben het Witte Huis meermaals laten weten dat het met de neus op de punten van de schoenen buigt naar China. William Pfaff, commentator van de International Herald Tribune, ging zelfs zover Clinton in negatieve zin te vergelijken met Lord Macartney die in 1792 als gezant van de Britse koning weigerde te kowtowen voor de Chinese keizer. Van hem zou Clinton nog wat kunnen leren, aldus Pfaff, zonder stil te staan bij de desastreuze gevolgen die die houding uiteindelijk zou veroorzaken. Dergelijke gedachten, al met al, beheersen het thuisfront waarmee Clinton te maken heeft wanneer hij China aandoet. En daarin wenst hij verandering te brengen.

Volgens Clinton verdient China een serieuze plaats in de wereld omdat het land na de rampzalige gebeurtenissen op en rond het Plein van de Hemelse Vrede, tien jaar geleden, en het conflict in de Straat van Taiwan een constructieve buitenlandse koers is gaan volgen. China begon een militaire dialoog met de VS, tekende het nucleaire non-proliferatie verdrag en het test-ban verdrag, werkt samen met Washington bij de bestrijding van de handel in drugs, neemt actief deel in besprekingen over het conflict tussen de beide Korea's, en, niet in de laatste plaats, het bood de economisch gekwetste regio morele en economische steun en devalueerde zijn munt niet.

Volgens de critici evenwel is de Chinese lijst van verdiensten minder indrukwekkend dan die door de regering-Clinton is gepresenteerd. Neem de economische crisis. De rol die China daarbij tot dusver heeft gespeeld, is vooral gevoed door eigenbelang en China's benarde binnenlandse economische situatie, en veel minder, zoals China beweert, door, bijvoorbeeld, de devaluatie van de Japanse munt. China's exportindustrie is grotendeels afhankelijk van geïmporteerde componenten en derhalve weinig geholpen bij een devaluatie van de Chinese munt, terwijl een dergelijke maatregel het fundament onder de Hongkongse economie (de vaste koppeling van de Hongkongse munt) zou wegslaan.

Evenmin staat onomstotelijk vast of China zich inderdaad heeft gehouden aan de verzekering dat het Pakistan niet langer heeft voorzien van nucleaire technologische kennis. En ten aanzien van Taiwan heeft Peking een hernieuwd beleid van politiek isolement ontwikkeld dat een grotere impact dan voorheen heeft op de Taiwanese betrekkingen met de rest van de wereld. De verkiezingen op plattelandsniveau ten slotte, die vele harten van bezoekende Amerikanen sneller hebben doen kloppen, zijn volgens kritische specialisten niet zozeer een voorbeeld van een democratie in ontwikkeling als wel het bewijs dat ook hier de communistische partij een stevige vinger in de pap heeft behouden.

Maar ondanks alle kanttekeningen van het buitenland - die de Chinese propaganda doorgaans afdoet als het product van hegemonistisch denkende aanhangers van de Koude Oorlog die China geen welvaart gunnen - is Peking van mening dat het voor zijn nieuwe internationale profiel beloond dient te worden. De Chinese onderminister voor Buitenlandse Handel, Sun Zhenyu, zei vorige week zelfs te verwachten dat China zo snel mogelijk lid wordt van de wereldhandelsorganisatie WTO. En president Jiang Zemin liet deze week weten dat hij van Clinton concessies ten aanzien van Taiwan hoopt te krijgen.

Buiten China gelooft evenwel niemand dat iets van die wederzijdse verwachtingen zal terechtkomen. Amerikaanse functionarissen hebben bij voorbaat al gewaarschuwd dat niet moet worden gerekend op een markante uitkomst van het bezoek van Clinton en buitenlandse China-specialisten geloven dat de Chinees-Amerikaanse top eerder symbolisch dan substantieel is. Een eventueel verdrag waarin China en Amerika beloven niet langer elkaars nucleaire wapens op elkaar te richten, getuigt daarvan. De veranderingen van de richting van de raketten is in een handomdraai gebeurd, zo verzekeren militaire specialisten.

    • Floris-Jan van Luyn