Chirac verlegt grenzen Franse Afrikapolitiek

President Jacques Chirac begint vandaag een zesdaags bezoek aan zuidelijk Afrika. Met Frans kan hij daar niet uit de voeten, maar dit lijkt steeds minder te tellen in de Franse Afrikapolitiek

ROTTERDAM, 25 JUNI. President Nujoma van Namibië verwelkomde zijn Franse ambtgenoot Chirac vanmorgen op het vliegveld van Windhoek en kwam meteen ter zake. “Ziet u die bergen? Ze barsten van uranium, koper en olie. We hebben Franse geologen nodig om ze te ontginnen.” Frankrijk heeft zich geplaatst voor de achtste finales van de wereldkampioenschappen voetbal en Chirac kan er even tussenuit om de vaderlandse belangen elders te behartigen. Na Namibië, de eerste etappe van een rondreis door zuidelijk Afrika, bezoekt hij achtereenvolgens Zuid-Afrika, Mozambique en Angola.

In deze gastlanden spreekt men nauwelijks Frans en Chiracs trip onderstreept dan ook dat de Franse Afrikapolitiek sinds de val, in mei vorig jaar, van de Zaïrese dictator Mobutu, een protégé van Parijs, en het aantreden van de regering-Jospin, een maand later, op een nieuwe leest wordt geschoeid.

Frankrijk werkt, zij het nog aarzelend, samen met de lange tijd als rivaal in Afrika gewantrouwde Verenigde Staten bij de training van Afrikaanse legereenheden in vredeshandhaving. De permanente Franse troepenmacht in Afrika wordt afgeslankt, te beginnen met de recente sluiting van een militaire basis in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Het ministerie van Internationale Samenwerking, tot voor kort louter een departement voor Afrikaanse aangelegenheden, is afgelopen jaar verbouwd tot een staatssecretariaat. Het verlegt zijn grensoverschrijdende geldstromen voorzichtig van voormalige Franse koloniën in Afrika, wier loyaliteit aan Parijs decennialang hoger werd aangeslagen dan hun democratische en economische staat van dienst, naar veelbelovende landen elders in Afrika.

De beleidsmakers in het Matignon (Jospin) en het Élysée (Chirac) lijken francofoon Afrika niet langer te beschouwen als pré carré (graashoek) of chasse gardée (exclusief jachtdomein). Andere - Europese en Amerikaanse - handelspartners worden niet langer beschouwd als ongewenste indringers en Franse zakenlui worden aangemoedigd hun geluk ook elders in Afrika te beproeven. Dat de Amerikaanse president Clinton zijn rondreis door Afrika begin april besloot met een bezoek aan Senegal, een Afrikaans bruggenhoofd van de francophonie, zou nog maar een paar jaar geleden op vijandige reacties zijn gestuit in Parijs, maar geldt nu als illustratie van “complementaire belangen”.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, die Chirac naar Afrika vergezelt, bracht voor zijn vertrek tegenover het dagblad Aujourd'hui/Le Parisien de nieuwe koers onder woorden. Védrine: “Het tijdperk van invloedssferen in Afrika is voorbij; alle belangrijke handelsnaties hebben belangstelling voor de opkomende markten van het continent.” Frankrijk blijft “loyaal aan zijn traditionele partners” in Midden- en West-Afrika, maar “stelt zich open voor anderen”. Hij rekende en passant af met een oud vijandbeeld: “De Amerikaanse dynamiek laat zich, zoals overal elders, ook voelen in Afrika. En dat is geen complot tegen ons.”

Dat Parijs Afrika steeds minder ziet als strategische ruimte en steeds meer als een markt waar men moet concurreren, blijkt uit het reisgezelschap van Chirac, dat, behalve minister van Financiën Strauss-Kahn, liefst 40 Franse zakenlui telt. Namibië, het eerste reisdoel, wordt in Franse zakenkringen omschreven als een “veelbelovende mini-markt” met een liberaal investeringsregime en ambitieuze infrastructurele plannen ter bevloeiing van kurkdroge landbouwgrond en benutting van zijn voor de regionale handel strategische ligging aan de Atlantische Oceaan. In de haven van Walvisbaai is winstgevend werk aan de winkel. In Angola, de laatste etappe van de reis, speelt het Franse concern Elf-Aquitaine een hoofdrol bij de ontsluiting van nieuwe, gigantische aardolievelden voor de kust van de enclave Cabinda.

Hoofddoel van de reis is Zuid-Afrika, toekomstig hoofdrolspeler op het continent en de uitvalsbasis bij uitstek voor entrepreneurs die de markten van Afrika willen penetreren. Pretoria wenst de banden met Parijs aan te halen en bereidt Chirac een warm welkom. Onderminister van Buitenlandse Zaken Pahad noemde het deze week “van vitaal belang dat Frankrijk en Zuid-Afrika nauwer samenwerken bij de oplossing van Afrikaanse problemen”. Hoe men het ook wendt of keert, aldus Pahad, “Frankrijk heeft een veel groter belang bij wat er in Afrika gebeurt dan andere ontwikkelde landen”.