CHARLIE WATTS

“Twintig jaar wachten en vijf jaar spelen”, zo omschreef Charlie Watts (2-6-41) zijn eerste kwart eeuw bij de Rolling Stones. De stoïcijnse drummer achter zijn opvallend kleine drumstel heeft altijd de indruk gewekt dat hij er eigenlijk niet helemaal bij hoorde. Hij was wat ouder dan de anderen, deed niet mee aan de excessen on the road, bleef al die jaren netjes getrouwd met dezelfde vrouw en verzamelde in zijn vrije tijd schilderkunst.

Toen een tienertijdschrift hem op het hoogtepunt van de beat-rage vroeg naar zijn favoriete artiesten, wist hij geen hippere idolen te bedenken dan Gil Evans, Juliette Gréco en Pablo Picasso. Zijn ware passie gaat uit naar bigband-jazz en op zijn recente soloplaat Long Ago And Far Away vertolkt het Charlie Watts Quintet evergreens van Gershwin en Louis Armstrong.

Jeff Beck weigerde ooit met de Stones te spelen omdat hij de ritmesectie 'niet funky genoeg' achtte. Toch is Charlie Watts de beste drummer die The Greatest Rock 'n' Roll Band On Earth zich kan wensen. Zijn stuwende en maatvaste backbeat lijkt simpel, maar in de loop der jaren slaagde hij er telkens in om de grillen van Jagger & Richards op het gebied van blues, funk, soul, reggae en disco op een geloofwaardige manier gestalte te geven. Elke mep die hij geeft is raak en niemand heeft hem bij de Stones ooit kunnen betrappen op een drumsolo van langer dan vijf seconden. “Charlie's good tonight ain't he?”, schreeuwt Mick Jagger op de live-elpee Get Yer Ya-Ya's Out, opgenomen tijdens een zeldzaam geïnspireerd Amerikaans concert in 1969. Meestal houdt hij zich op de achtergrond en dàt, stelt Keith Richards, is nu juist de kracht van Charlie Watts. “Iedereen denkt dat Mick en Keith de Rolling Stones zijn. Dat is een misvatting. Als Charlie er niet bij was, stortte het hele kaartenhuis in elkaar. Charlie Watts ís de Stones.'

    • Jan Vollaard