Bij bezoek aan Kosovo; Holbrooke praat met separatisten

PRIŠTINA/BRUSSEL, 25 JUNI. De Amerikaanse gezant Richard Holbrooke heeft gisteren in Kosovo overlegd met leiders van het separatistische Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK), dat in de provincie de Servische overheersing bestrijdt. Vandaag praat Holbrooke in Belgrado opnieuw met de Joegoslavische president Miloševic.

Holbrooke is de eerste diplomaat die in de Kosovo-crisis direct overlegt met leden van de UÇK. Het gesprek met twee UÇK-leiders wordt gezien als een stilzwijgende erkenning dat bij het zoeken naar een regeling van de crisis rekening moet worden gehouden met het Bevrijdingsleger.

Holbrooke bezocht gisteren Decani, in februari het doelwit van de grote Servische strafacties tegen “het Albanese terrorisme”, en trof er een verwoeste stad aan. Decani deed hem denken aan de verwoeste steden die hij in 1992 in West-Bosnië had gezien. Holbrooke zei dat de verwoesting van Decani niet het resultaat was van gevechten, maar van “het verdrijven van mensen door de Joegoslavische veiligheidstroepen”. Hij zei dat “het tijd is voor de Servische troepen om hier weg te gaan”.

Holbrooke trok gisteren ook het door de Serviërs omsingelde en door de UÇK beheerste deel van Kosovo binnen. In het dorp Junik sprak hij drie kwartier met twee plaatselijke leiders van de UÇK, de schrijver Lum Haxhiu en de jurist Gani Shehu, van wie de laatste was bewapend en die beiden in UÇK-uniform waren gekleed. Zij trachtten Holbrooke in het gesprek duidelijk te maken dat negen jaar van vreedzaam verzet door de LDK, de belangrijkste partij van de Albanezen, niets heeft opgeleverd en dat de Albanezen de wapens hebben opgenomen om zichzelf te verdedigen tegen de Serviërs. Shehu is niet alleen UÇK-commandant in Junik, maar ook leider van de plaatselijke LDK.

Holbrooke waarschuwde na zijn terugkeer in de hoofdstad Priština tegen te hoge verwachtingen van zijn missie. “Ik wil niet dat wordt verwacht dat het tot doorbraken komt. De situatie is behoorlijk moeilijk.”

Holbrooke praat vandaag in Belgrado voor de tweede keer met de Joegoslavische president Miloševic. Daarna gaat hij naar Priština terug voor een tweede gesprek met Ibrahim Rugova, de leider van de LDK en 'president' van de door de Albanezen eenzijdig uitgeroepen 'Republiek Kosovo'.

Rugova zelf kreeg gisteren bij een bezoek aan de NAVO in Brussel van secretaris-generaal Solana te horen dat hij het overleg met Miloševic moet hervatten en dat het Westen tegen de onafhankelijkheid van Kosovo is. Rugova liet zich daardoor niet uit het veld slaan.

Hij drong in Brussel bij de NAVO aan op “een vorm van bescherming in Kosovo, teneinde massaal bloedvergieten en massale etnische zuivering te voorkomen”. Kosovo, zei hij, moet een internationaal protectoraat en vervolgens onafhankelijk worden. “Kosovo heeft het recht om onafhankelijk te worden, omdat het deel uitmaakt van een land dat is uiteengevallen.” (AFP, AP, Reuters)