Achter de kist

De betere Engelse tv-journalisten hebben een bijzondere gave: ze kunnen een interview afnemen dat zowel een toppunt van discretie is als een schoolvoorbeeld van gezonde, journalistieke nieuwsgierigheid.

We zagen het deze week al bij BBC's Martin Bashir, die de veroordeelde au pair Louise Woodward diepgravend interviewde. Gisteravond nam zijn collega Sally Magnusson de fakkel van hem over in een minstens zo precair interview met Earl Spencer, de broer van Diana. Het werd geen sensationeel interview met allerlei onthullende uitspraken, maar ik heb er desondanks drie kwartier lang geboeid naar gekeken.

Spencer vertelde met veel gevoel voor detail over de maalstroom van gebeurtenissen waarin hij werd meegezogen, toen het nieuws van Diana's dood zich over de wereld verspreidde. Hij had thuis in Zuid-Afrika een uur lang in grote onzekerheid naar de berichtgeving van CNN en BBC gekeken. De definitieve jobstijding bereikte hem per telefoon. Zijn kinderen konden het niet geloven. “Dit is toch niet in het echte leven gebeurd?” vroegen ze. Hij zette de tv voor hen aan, maar toen dachten ze helemáál dat het om fictie ging.

In het vliegtuig naar Engeland was hij tot de conclusie gekomen dat hijzelf, en niemand anders, de lijkrede in de kerk moest houden.

Op dit punt aangeland, ging Sally Magnusson vriendelijk, maar vastberaden tot de aanval over. Ze herinnerde hem aan zijn uitval in die rede naar de mores van het koninklijk huis. Had hij niet gezegd dat de zielen van Diana's zoons moesten kunnen blijven zingen? Dat ze niet mochten worden 'ondergedompeld in plicht en traditie'?

Ja, dat had hij gezegd, en hij wilde er niets van terugnemen.

Dat moet voor prins Charles moeilijk te verteren zijn geweest, zei Magnusson. Alsof hij niet in staat was de zielen van zijn zoons te laten zingen.

“Het was een huldebetoon, een lofrede voor Diana, ik wilde er niemand mee aanvallen”, antwoordde Spencer. Magnusson: “U moet hebben geweten dat dit dynamiet was.” Spencer: “Echt niet.” Magnusson: “Dan was u naïef.” Spencer: “Niet naïef. Ik schreef op wat ik voelde. Ik steun de koningin enorm. Andere leden van de koninklijke familie ken ik niet. De enige leden die ik goed ken, zijn mijn twee neven en ik wil hun familieleden niet aanvallen.”

Toch bevatte het interview op een verstolen manier één zinnetje dat al evenzeer een afkeer van de koninklijke familie uitdrukte. Magnusson vroeg Spencer wie op het idee was gekomen om de jonge prinsen in de lijkstoet vlak achter de kist van hun moeder te laten meelopen.

“Het was het idee van de koningin en van Charles”, zei Spencer. “Daar kom ik nooit meer overheen. Het was buitengewoon traumatisch. Die twee jongens die achter de kist van hun moeder moesten lopen. Ik zou er niet voor gekozen hebben. Het was een kwelling. We liepen door een tunnel van verdriet. Je hoorde iemand uit het publiek schreeuwen, anderen snikten, er was stilte, het duurde eindeloos. Mijn bewondering voor de jongens is grenzeloos. Hoe ze hier doorheen zijn gekomen, wat een verbazingwekkend vertoon van moed.”

Was Diana met haar temperament eigenlijk wel geschikt geweest voor haar functie, vroeg Magnusson. “Ze heeft het goed gedaan”, zei Spencer. “Ze had als prinses ook alleen chocolaatjes kunnen eten en soaps kunnen kijken, maar ze zette zich in voor doelen zonder glamour: leprozen, daklozen, de strijd tegen landmijnen.”

Diana ging gebukt onder een gebrek aan zelfrespect, constateerde Magnusson. “Ik weet niet of ze ermee is geboren of dat het later is ontstaan”, zei Spencer aarzelend. “Ik zie het trouwens niet als een zwakte, het was onderdeel van haar psychologie.” En hij voegde er niet zonder wijsheid aan toe dat niemand over een onbeperkt zelfvertrouwen beschikt.

Het zou me niets verbazen als de graaf zijn zuster met dit interview opnieuw een grote dienst heeft bewezen.

    • Frits Abrahams