Worstelen met de nasleep van een rel; 'Politie informeert onvolledig over Marokkanen'

Incident of no go area? Verzwijgen of stigmatiseren? Wel of niet meer blauw op straat? De Amsterdamse politie worstelt met de nasleep van de rel met Marokkaanse probleemjongeren.

AMSTERDAM, 24 JUNI. Alleen als er klappen vallen maakt de Amsterdamse politie melding van conflicten met Marokkaanse jongeren. Duw- en trekwerk blijft binnenshuis. Om te voorkomen dat Marokkaanse jongeren worden gestigmatiseerd en omdat de politie de “dialoog” met de jongens wil aangaan. Dat neemt niet weg dat de politie vorige week een kinderrechter het dringende advies gaf geen schouw in Amsterdam Overtoomse Veld te houden. Volgens de politie was het voor de rechter in de wijk te onveilig. Al waren daar volgens een woordvoerder geen concrete aanwijzingen voor. Het was in de buurt zelfs rustig, op wat “verbale incidenten” na.

Het beeld dat de Amsterdamse politie over Marokkaanse jongeren naar voren wil brengen is sinds rellen in Overtoomse Veld onduidelijk. Op het ene moment voeren relativerende uitlatingen de boventoon (“het was een incident”), dan weer worden grote woorden niet geschuwd (“de wijk is bijna een no go area”). Soms probeert de politie stigmatiseren te voorkomen, op andere momenten stelt ze problemen met Marokkaanse jongeren groter voor, bijvoorbeeld om kritiek op haar eigen functioneren te pareren.

De eerste reactie van de politie na de rel in Overtoomse Veld was kort maar krachtig: het betrof hier een incident en de politie had volstrekt juist gehandeld. “Ik heb dan wel het verwijt gehad dat ik steeds heb gezegd dat het om een incident ging”, vertelde politie woordvoerder K. Wilting aan de onderzoekers van het Crisis Onderzoeks Team (COT) verbonden aan de Universiteit van Leiden, “Maar wij zullen daarmee doorgaan om het klein te houden omdat het niet om een groot incident ging. (..) Want je kunt ook allerlei uitspraken doen in de media waardoor je olie op de golven gooit.”

Die olie kwam toch nog op het vuur terecht. Met de uitlatingen van korpschef Jelle Kuiper. Hij schreef drie weken na de rellen aan de gemeenteraad dat de politie in Overtoomse Veld de laatste scheidslijn vormde tussen “begaanbaarheid van de straat en no go area”. De buurt was woedend. In deze zelfde 'no go area' liep burgemeester Patijn een week na de rellen zonder zichtbare politiebegeleiding handen te schudden. Bij dit bezoek liet korpschef Kuiper zich overigens niet zien. Hij vond dat hij zich beter een paar weken afzijdig kon houden.

Toen hij wel naar buiten trad, deed hij tegenstrijdige uitspraken. Kuiper zei aanvankelijk naar aanleiding van de rellen dat hij niet meer agenten in Amsterdam nodig had. Op korte termijn moest de politie strenger optreden, maar op lange termijn was dat niet de oplossing. “Ik vraag daarom niet om meer agenten”, zei hij in een interview in NRC Handelsblad. “De politie moet geen bezettingsmacht worden.” Drie weken later kwam hij in de Volkskrant op zijn uitspraken terug, nadat ook zijn voorganger E. Nordholt voor meer politie had gepleit. Omdat de vraag naar blauw op straat de afgelopen maanden was “geëxplodeerd” had de Amsterdamse politie tweeduizend agenten meer nodig.

Op 11 juni presenteerde het COT zijn bevindingen van een reconstructie van de rel in Overtoomse Veld. Dat de politie onmiddellijk na de rel in de media had laten weten dat de politie niet verkeerd had gehandeld, was niet zo verstandig. “Het is ongeloofwaardig om enkele uren na een complex incident al te melden dat er geen fouten zijn gemaakt.”

Bovendien had het COT aanmerkingen op de opleiding en begeleiding van de wijkagenten. Het COT viel de korpschef overigens bij met de opmerking dat de Overtoomse Veld “trekken van een no go area vertoont”. Kuiper zelf was wederom niet in beeld bij de presentatie van dit rapport. Hij zat in het buitenland. Het was plaatsvervangend korpschef Van Riessen die bij die gelegenheid verkondigde dat de bevindingen van het COT “absoluut gezonde leerpunten voor de organisatie bevatte”. Maar enkele dagen later beet hij in een intern korpsbericht van zich af. “Al ware het dat onze professionals buurtregie universitair niveau hadden, dan nog zou het incident op de 23ste april niet anders zijn gelopen.”Van Riessen was nog niet klaar. Vorige week belde hij met hoofdofficier van justitie Vrakking. Dat kinderrechter J. de Groot een schouw in Amsterdam Overtoomse Veld wilde houden was geen goed idee, de politie kon “gelet op de spanningen in de buurt” de openbare orde in de buurt niet garanderen. De kinderrechter besloot de zaak van drie Marokkaanse jongens die tijdens de rel waren opgepakt voorlopig tussen de muren van de rechtszaal voort te zetten. In sommige media verschenen koppen met de strekking 'Rechter durft Amsterdam Overtoomse Veld niet in'. Vertegenwoordigers van Marokkaanse organisaties waren er opnieuw diep ongelukkig mee.

In de rechtszaal luidde advocaat M. Veldman de noodklok. De politie voerde een publiciteitscampagne en de kinderrechter was daar - door die dag niet naar de buurt te gaan - het middelpunt van geworden. “U loopt aan de halsband van Vrakking. Ik twijfel aan uw onafhankelijkheid”, zei hij. Volgens de advocaat was het “een vuil spel” dat de politie speelde. “En ze dreigen het nog te winnen ook.” “De politie brengt onvolledige informatie naar buiten om de Marokkaanse gemeenschap in diskrediet te brengen.”

Op het punt van voorlichting aan de buurt kan de politie in ieder geval nog wel wat verbeteren, zo concludeerde het COT. “Bij incidenten met allochtone groepen is het verstandig zo snel mogelijk aan de betrokken groepen uit te leggen wat er is gebeurd.”

    • Monique Snoeijen
    • Herman Staal