VN-inspecteurs boeken een kleine zege op Irak

Een groeiende meerderheid in de Veiligheidsraad van de VN wil een einde aan de sancties tegen Irak. Dat Irak inderdaad VX-gas heeft dat voor oorlogsdoeleinden gebruikt kan worden, zal daaraan niets veranderen.

AMSTERDAM, 24 JUNI. Een week geleden prees Richard Butler de Iraakse leiders voor hun medewerking. Butler is hoofd van de Speciale Ontwapeningscommissie van de VN (UNSCOM). Daarom is hij in Irak gehaat als de pest. De media maken hem stelselmatig uit voor “een dolle hond”. En vice-premier Tariq Aziz noemt hem even vanzelfsprekend “een leugenaar”. Want Butlers rapporten aan de Veiligheidsraad van de VN tonen keer op keer dat de door de Raad geëiste ontwapening van Irak allesbehalve voltooid is en UNSCOM op alle mogelijke manieren door de Iraakse overheid wordt tegengewerkt, bedrogen en belogen.

Tot voor kort placht Butler lik op stuk te geven. Hij schold niet terug, maar maakte iedereen die het maar wilde horen duidelijk dat Irak nog steeds beschikt over chemische en bacteriologische wapens, en zeer waarschijnlijk ook over lange afstandsraketten of onderdelen daarvoor. De wapeninspecteurs van UNSCOM waren dan ook licht verbijsterd over zijn door niemand gedeelde optimisme. Dat optimisme had hij bij een eerder bezoek aan Bagdad in maart ook al tentoongespreid, waarna hij in april aan de Veiligheidsraad rapporteerde de afgelopen zes maanden geen enkele vooruitgang te hebben geboekt. Ditmaal voorspelde Butler op een persconferentie met Tariq Aziz dat de samenwerking met Irak zou voortduren. Dat zou hem wellicht in staat stellen om in oktober de Veiligheidsraad van de VN zijn eindrapport aan te bieden.

De door zowel Butler als Tariq Aziz zo geroemde medewerking was echter geen programma voor de laatste fase van de VN-sancties tegen Irak, maar - zoals Butler het noemde - een routebeschrijving wat Irak en UNSCOM moesten doen om tot een bevredigend eindrapport te komen. Volgens Butler hoefde Irak alleen maar het door UNSCOM gevraagde materiaal te leveren: onder andere het bewijsmateriaal dat Irak inderdaad, zoals het volhoudt, bepaalde wapens eenzijdig heeft vernietigd, alsmede de documenten over de aanmaak van bacteriologische wapens. Als Irak daaraan gehoor gaf, zou er “meer licht aan het einde van de tunnel komen” - de door UNSCOM sinds jaren gebruikte term voor opheffing van de VN-sancties.

Op dat moment was nog niet zo bekend dat de Iraakse geheime dienst een video-opname had laten maken van de gesprekken van Tariq Aziz met Butler. Die kon, indien nodig, aan Iraks vrienden in de Veiligheidsraad worden getoond om te laten zien hoe coöperatief Bagdad zich opstelde. Want een tiendaagse, besloten marathon-zitting van de Veiligheidsraad met zowel UNSCOM als de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken was op 5 juni zonder enig resultaat geëindigd.

Tijdens die zittingen had Butler aangetoond dat Irak vanaf juli 1991 het werk van UNSCOM systemisch had gesaboteerd. Op bevel van president Saddam Hussein was toen een comité samengesteld onder leiding van Tariq Aziz om een deel van de massa-vernietigingswapens zèlf te demonteren of aan UNSCOM voor vernietiging ter beschikking te stellen, tegelijkertijd echter onvervangbare onderdelen van deze wapens te verstoppen.

Butler wees er ook op dat volgens de door UNSCOM gevonden documenten Irak materiaal had geïmporteerd om 200 ton van het uiterst giftige VX-gas aan te maken, terwijl de Irakezen stelden dat zij slechts 1,7 ton hadden gefabriceerd - en dan nog niets eens voor oorlogsdoeleinden. Bovendien zoekt UNSCOM nog steeds naar een grote hoeveelheid brandstof voor de Scud-raketten en een aantal bewijsbaar geïmporteerde gyroscopen (stuurmechanismen) voor deze raketten.

Hoe verdeeld de Veiligheidsraad is, bleek wel uit de reacties toen. Volgens de Amerikaanse VN-ambassadeur “bracht de uitstekende uiteenzetting van UNSCOM een vernietigende klap toe aan de geloofwaardigheid van Irak”. Zijn Russische collega vond daarentegen dat “wij niets nieuws hebben gehoord; de uiteenzetting was volledig politiek van aard”.

Binnen UNSCOM groeit het besef dat men de oorlog tegen Iraks massa-vernietigingswapens aan het verliezen is. De regering-Clinton laat merken dat zij niet van plan is de toestand van bijna-oorlog van vier maanden geleden te herhalen. Over een nieuw onderzoek van UNSCOM in Saddams presidentiële paleizen, die toen zo'n kwestie van leven of dood was, praat niemand meer, omdat men weet dat daar niets te vinden is. UNSCOM is ervan op de hoogte - maar mag het om politieke redenen niet officieel melden - dat belangrijke wapenonderdelen die door UNSCOM werden gezocht, intussen naar Syrië zijn overgebracht. Dus moet Butler steeds meer water bij de wijn doen. Twee weken geleden gaf hij toe dat UNSCOM nooit met 100 procent zekerheid Iraks volledige ontwapening zal kunnen aantonen.

De vondst van VX-sporen aan een opgegraven Scud-raket is dan ook een kleine overwinning voor UNSCOM. Want Iraks vrienden beschuldigden UNSCOM de afgelopen tijd steeds vaker van het zoeken naar spijkers op laag water. Zij wezen erop dat UNSCOM geen verboden wapens opspoorde, maar uitsluitend met vermoedens kwam over verboden wapenbezit. Hoewel die vermoedens zeer goed gedocumenteerd zijn en drie onafhankelijke commissies van deskundigen begin dit jaar Iraks verklaringen over zijn wapenarsenaal als ongeloofwaardig en onvoldoende karakteriseerden, werd UNSCOM in de verdachtenbank gezet als een werktuig van de Amerikanen. Daarentegen kregen de klachten van Irak over het ondraaglijke bestaan van zijn onderdanen als gevolg van de VN-sancties steeds meer gehoor. Een groeiende meerderheid binnen de Veiligheidsraad vindt het niet langer van belang dat Irak nog steeds over massa-vernietigingswapens beschikt. Het nu gevonden bewijs dat Irak inderdaad VX-gas heeft dat voor oorlogsdoeleinden gebruikt kan worden, zal daaraan niets veranderen.

    • Michael Stein