Russisch roulette

BORIS JELTSIN speelt weer eens alles-of-niets. Het is zijn favoriete bezigheid. Als de crisis nabij is, voelt de president van Rusland zich op zijn best. Gisteren heeft hij het Russische parlement, de Doema, het mes op de keel gezet. Als de volksvertegenwoordiging niet voor de zomervacantie instemt met het financiële noodplan van zijn regering-Kirijenko, zou ze naar huis gestuurd kunnen worden.

Het Kremlin krijgt dan de handen vrij om per decreet te regeren. Want de toestand is zo acuut dat er “andere maatregelen” moeten worden genomen, zei Jeltsin gisteren in de Doema, tot vreugde van de fascistoïde politicus Zjirinovski.

Daarmee is niet te veel gezegd. Rusland ligt plat. Ruim vijf jaar 'wild kapitalisme' heeft de grootste staat ter wereld vooral windeieren gelegd. De Aziatische crisis en de dalende olieprijs hebben het dit jaar aan het licht gebracht. De beurs in Moskou is geen schim meer van de emerging market die ze vorig jaar nog scheen. De schuldenlast bij buitenlandse banken is nog steeds bijna 150 miljard gulden, waarvan ruim zestig miljard al sinds jaar en dag uitstaat bij een paar Duitse banken en waarover in september twintig miljard moet worden afgelost. De roebel staat op instorten en kan slechts met veel kunst en vliegwerk onder controle worden gehouden. En de schatkist is leeg. Net als de portemonnee van de oppassende burgers, die juist was beloofd dat ze dit jaar eindelijk eens zouden profiteren van een voorspelde economische groei.

Van sociale consensus is geen sprake meer. Het pleidooi om de broekriem aan te halen, is zo langzamerhand een belediging geworden in een land waar een kleine groep zich dankzij het gebrek aan openbaar bestuur exorbitant heeft kunnen verrijken en de grote meerderheid moet toezien dat de overheid hun lonen (inmiddels een bedrag van 20 miljard gulden) niet uitbetaalt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat onderwijzers, mijnwerkers en andere staatsemployé's her en der in het land staken, wegen blokkeren of anderszins duidelijk maken dat ze er geen vertrouwen meer in hebben.

IN RUSLAND DRINGT zich in zulke gevallen altijd een negentiende-eeuwse vraag op: wie is er schuldig? Het antwoord daarop is niet zo moeilijk: Jeltsin. Het is de eerste democratisch gekozen president van Rusland geweest die zijn mandaat niet heeft gebruikt voor het bouwen van een nieuwe politieke cultuur maar veeleer voor een terugkeer naar een oud monarchaal leiderschap. Het is Jeltsin geweest die steeds heeft geweigerd zijn energie eerst en vooral te steken in een publiek fundament voor het 'volkskapitalistische' Rusland dat hij in 1991 voorspiegelde.

Maar zoals altijd volgt op de schuldkwestie de onvermijdelijke slotvraag: wat te doen? Het crisisprogramma van de regering-Kirijenko spreekt daarover heldere taal. Het begrotingstekort moet worden teruggebracht. De korte staatsleningen zullen worden beperkt, zodat de discontorente kan dalen van 60 naar circa 25 procent. De belastingdienst wordt er intussen op uitgestuurd om gewapenderhand te incasseren.

Maar zo eenvoudig is het toch niet. Ten eerste omdat dit programma tegengestelde effecten kan oproepen. Renteverlaging kan bijvoorbeeld haaks staan op het streven om de roebel op peil te houden. En fiscale pressie kan, in een land zonder belastingmoraal en een historisch ressentiment dat teruggaat tot de communistische confiscaties, aan de bovenkant leiden tot nog meer kapitaalvlucht naar Cyprus of Liechtenstein en aan de onderkant tot een verdere groei van het zwarte circuit. Ten tweede omdat een centralistische aanpak wel eens averechts kan uitpakken. In Rusland is zo langzamerhand sprake van een dubbele macht in het kwadraat. In het Kremlin resideert de officiële regering. Daartegenover is de, tot het bot gefrustreerde, Doema bezig zoveel mogelijk wetgeving te blokkeren of te vertragen. Verderop in Moskou hebben de captains of industry uit het bankwezen en de energiesector een soort schaduwkabinet gevormd. En buiten de hoofdstad voeren de meer dan tachtig gouverneurs van de autonome regio's hun eigen beleid, zonder op de oekazes uit het centrum te letten.

HET LIJKT ER OP dat Jeltsin zich hiervan bewust is. Zijn verholen dreigement aan het parlement wijst er op dat hij geen heil meer ziet in democratisch aangeklede oplossingen. Hij gokt er op dat een autoritaire koers het Westen koud zal laten, omdat het zijn uitgeleende geld graag terug wil en chaos in de tweede nucleaire grootmacht een nog grotere druk zal leggen op de wankele internationale verhoudingen. Het IMF, dat vandaag met de regering-Kirijenko onderhandelt over nieuwe kredieten voor een bedrag van respectievelijk anderhalf en 20 á 30 miljard gulden, zal dus wel via een compromis door de knieën gaan.

De zwakte van Jeltsin is zodoende zijn kracht geworden. De in 1991 nog zo florerende hoop op een democratisch Rusland is deze zomer alleen nog aan onverbeterlijke idealisten besteed.