Overheid schept geen keurslijf

De discussie over de 24-uurseconomie is terug te brengen tot een klassieke controverse: vrijheid voor het individu aan de ene kant en gebondenheid door collectief opgelegde patronen aan de andere kant. De initiatiefnemers voor de Actie tegen de 24-uurseconomie kiezen voor meer collectieve momenten van rust. Mijn keuze is principieel een andere. Mensen hebben recht op genoeg rust, maar de momenten waarop ze rusten, moeten ze zelf kunnen bepalen.

De Actie tegen de 24-uurseconomie heeft ruim driekwart miljoen handtekeningen opgeleverd. De mensen die hun handtekening hebben gezet maken zich zorgen over de gevolgen van verhaasting en stress door een economie die 24 uur per dag doordraait. Het is interessant om vast te stellen dat de feiten hier niet op wijzen.

We werken steeds korter. In 1970 was de gemiddelde werknemer jaarlijks nog bijna 1.800 uur in touw. In 1996 was dat aantal gewerkte uren gedaald tot 1.372 uur. Een kwart méér tijd voor rust, ontspanning en bezinning. Slechts één op de tien mensen moet wel eens overwerken. En dat percentage blijft door de jaren heen constant. Het aantal mensen met een 'van-negen-tot-vijf-baan' ligt al jarenlang stabiel op zo'n 50 procent. De rest van Nederland werkt ook regelmatig 's avonds, 's nachts of in het weekeinde. Verplegers, buschauffeurs, obers, schouwburgpersoneel, productiemedewerkers, agenten, en ook steeds meer winkelpersoneel. Gaat dat gepaard met problemen? Nee. Uit een onderzoek van FNV Bondgenoten bleek onlangs dat 43 procent van de supermarktmedewerkers bereid is ten minste één avond in de week te werken. Dat is niet verwonderlijk.

Werknemers vragen - en krijgen - in ruil voor hun flexibele opstelling een toeslag of compensatie in vrije tijd op een ander moment. Werknemers en werkgevers maken samen in vrijheid afspraken over arbeidstijden en flexibel werken. Dat heeft voordelen voor beiden. Want niet alleen de werknemers worden flexibeler, ook de werkgevers tonen zich steeds minder star. Werknemers hebben meer mogelijkheden gekregen te schuiven met hun begin- en eindtijden. In de industrie geldt dat al voor de helft van de medewerkers. Een uitkomst voor mensen die 's ochtends eerst hun kinderen naar school moeten brengen.

Een 24-uurseconomie is in Nederland dan ook niet in zicht. Dat is ook de conclusie van mevrouw Tijdens (UvA), die onderzoek deed naar arbeidstijden en flexibilisering van personeelsbezetting.

Er is geen sprake van dat de Nederlander wordt meegezogen in de maalstroom van een voortrazende 24-uurseconomie. Maar waar komt dan het gevoel van stress vandaan waaraan zoveel mensen lijden? Dat heeft te maken met ingrijpende veranderingen in ons levenspatroon. Het traditionele gezin met één kostwinner is aan het verdwijnen. Nog maar één op de vijf huishoudens ziet er zo uit. Het overgrote deel van de huishoudens in Nederland bestaat uit tweeverdieners met of zonder kinderen en uit alleenstaanden. Mensen die in deze grote groep vallen, willen werk, zorg, huishouden en ontspanning combineren. Daarbij kunnen ze geen starre regels gebruiken. Nederland wordt bevolkt door mensen die al regelend en improviserend hun eigen bestaan vorm willen geven en daarbij - in overleg met hun baas en hun huisgenoten - zelf willen kiezen. Van bovenaf opgelegde patronen en collectieve rusttijden belemmeren mensen in hun vrijheid om hun bestaan naar eigen smaak in te richten.

Is er dan geen taak voor de overheid op dit terrein? Jazeker. Die taak is alleen wezenlijk anders geworden. Vroeger lag een maatschappelijke ordening die was afgestemd op het traditionele gezin met één kostwinner voor de hand. Dat kwam onder meer neer op het strikt reguleren van de arbeids- en winkeltijden. Tegenwoordig moet de overheid zich meer richten op gedifferentieerde patronen en verschillende opvattingen die er bestaan, door te zorgen dat regels zoveel mogelijk ruimte laten aan ieders individuele keuzen. Dit betekent niet het afschaffen van regels. Het gaat in veel gevallen om andere, meer moderne regelgeving.

Door het moderniseren van verouderde regels wordt de stress niet aangewakkerd, maar juist verminderd. Ik denk aan de verbetering van de (zorg)verlofregelingen die onder dit kabinet tot stand is gekomen. De keuzemogelijkheden voor de individuele burger zijn veel groter geworden, zodat mensen die oplossing kunnen kiezen die het beste aansluit bij hun situatie. Onlangs zijn voorstellen op het gebied van de kinderopvang gedaan. Zo is het beter om de huidige ondoorzichtige lappendeken van kwaliteitseisen te vervangen door één landelijke kwaliteitsregeling. En de betaalbaarheid kan worden bevorderd door fiscale faciliteiten. Ook hier weer: niet minder regels, maar betere.

Een ander voorbeeld is de Winkeltijdenwet, die twee jaar geleden werd ingevoerd. Die wet biedt mogelijkheden voor een ruimere openstelling van winkels. Eigenlijk wil bijna niemand die wet nog kwijt. Uit een evaluatie van de wet die ik heb laten uitvoeren, blijkt dat maar liefst 7,3 miljoen mensen regelmatig 's avonds hun boodschappen doen. Dat is 62 procent van de bevolking van 18 jaar en ouder. Ook op zondag winkelen is populair. Zo'n 4,7 miljoen mensen (40 procent) gaat regelmatig op zondag de stad in. Geen gehaast meer om vijf voor zes met tassen vol boodschappen. En eindelijk een alternatief voor het gedrang in de winkelstraten op zaterdag. Runshoppen wordt voor velen weer funshoppen.

Heel interessant is dat de burger de smaak te pakken krijgt. De roep om ruimere openingstijden van overheidsloketten, postkantoren, gemeentehuizen en kinderdagverblijven neemt toe. De overheid moet zich realiseren dat dat niet vreemd is. Wie kaatst, kan de bal verwachten. We moeten dan ook goed naar die geluiden luisteren.

De redenering achter de Actie tegen de 24-uurseconomie klopt niet. De indruk die wordt gewekt dat burgers onder dwang worden vastgehouden in een economische tredmolen, is onjuist. Mensen kiezen zelf voor een baan en maken samen met hun werkgever afspraken over hun werktijden. Gemeenten kiezen zelf voor een ruimer regime voor de openstelling van winkels op zondag. Mensen kiezen zelf wanneer ze hun inkopen doen en of ze op zondag een winkel binnenlopen. En ondernemers kiezen zelf of ze van de ruimere mogelijkheden gebruik willen maken.

De overheid betuttelt niet. De overheid schept ruimte, zodat iedereen zoveel mogelijk vrijheid heeft zijn persoonlijke behoeften te vervullen. Helaas voeren de initiatiefnemers van de Actie tegen de 24-uurseconomie die vrijheid niet in hun vaandel. Zij pleiten voor het opleggen van collectieve momenten van rust. Zij pleiten voor terugkeer naar collectief geregelde werktijden. Zij pleiten voor meer vaste patronen waaraan iedereen onderworpen is. Zij pleiten voor het schrappen van de mogelijkheid 's avonds boodschappen te doen. Kortom: zij pleiten voor een knellend keurslijf in plaats van een soepele ruime trui.

Zeven stellingen tegen de zevendaagse 24-uurseconomie

1. Collectieve rustdagen zijn de groenstroken in onze tijdsbeleving.

2. Een 24-uurseconomie maakt mensen slaaf van economische motieven.

3. Een 24-uurseconomie ontregelt het bioritme van mens en natuur.

4. Zonder gezamenlijke vrije tijd is iedereen alleen.

5. Het collectief loslaten van geregelde werktijden maakt Nederland ziek.

6. Een 24-uurseconomie belemmert de overdracht van waarden en normen.

7. Mensen hebben recht op het gezamenlijk beleven en vieren van hun godsdienst.