Onderzoek onder artsen; 'Willekeur in keuringen ME-patiënt'

ZOETERMEER, 24 JUNI. Uitvoeringsinstellingen en verzekeringsartsen gaan zeer verschillend om met WAO-keuringen van patiënten die lijden aan het chronische vermoeidheidssyndroom myalgische encefalomyelitis (ME). Dit leidt tot rechtsongelijkheid voor ME-patiënten.

Dat concludeert het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) uit een eigen onderzoek dat vandaag is verschenen. Door de verschillen in benadering is het mogelijk dat de ene ME-patiënt geen WAO-uitkering krijgt en de ander wel, terwijl hun klachten niet of nauwelijks verschillen. Een wetswijziging is volgens het CTSV geen oplossing voor het probleem.

Voor het onderzoek interviewde het CTSV uitvoeringsinstellingen als GAK Nederland, verzekeringsartsen en enkele ME-patiënten. Oorzaak van de verschillen in beoordeling is volgens het CTSV de zogenoemde richtlijn 'Medisch arbeidsongeschiktheidscriterium'van het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen (LISV), het uitgangspunt bij alle WAO-keuringen. Volgens deze richtlijn moet de arbeidsongeschiktheid een 'rechtstreeks en medisch objectief vast te stellen gevolg zijn van ziekte of gebrek'.

Bij moeilijk aantoonbare ziektes als ME, whiplash en RSI (repetitive strain injury, een verzamelnaam voor aandoeningen die kunnen ontstaan door het steeds herhalen van bewegingen) laat de richtlijn ruimte voor verschillende interpretaties, stelt het CTSV. “De ene arts stelt de causaliteit centraal, het verband tussen de aandoening en het feit dat iemand niet meer werkt”, aldus een woordvoerder. “De ander bekijkt de consistentie van het verhaal van de patiënt door hem een vragenlijst te laten invullen en zijn huisarts te bellen.”

Artsen komen zo tot verschillende conclusies over het toekennen van een uitkering. Wel vinden ze allemaal van zichzelf dat ze 'medich objectief' vaststellen wat er aan de hand is. Het CTSV stelt dat de richtlijn en de implementatie ervan op een aantal punten voor verbetering vatbaar zijn.

De Tweede Kamer stelde in januari voor de richtlijn een wettelijke status te geven om ME-patiënten meer duidelijkheid te geven. Volgens het CTSV kan dit de verschillen in beoordeling echter niet oplossen. “Wij vragen ons af of het wel mogelijk is dit soort dingen vast te leggen in een richtlijn. Je kunt dit alleen oplossen door verzekeringsartsen met elkaar te laten praten.”

Het LISV begint binnenkort met discussiebijeenkomsten voor stafartsen (die het beleid bepalen), waar onder meer de resultaten van het CTSV-onderzoek worden besproken. Het CTSV organiseert in het najaar een beraad over de problematiek. Naar schatting 17.000 Nederlanders lijden volgens hun artsen aan ME.