Nieuw elan in de oppositie

De internationale politiek dwingt een bewindspersoon soms in een spagaat. Staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) doet dat desgewenst moeiteloos, al toont de samenleving geen interesse als de Tweede Kamer hem dwingt tot het vertonen van zijn acrobatische kunsten. Toen de Kamer vorige week met Vermeend in de slag ging over de internationale belastingpolitiek van Nederland, was de publieke tribune helemaal leeg.

De media noch de fiscale vakpers toonden interesse, belastingadviseurs vonden het debat de moeite niet waard en organisaties als VNO-NCW lieten het ook al afweten. Zelfs de talrijke toeristen in het Kamergebouw richtten hun aandacht op andere zaken. Toch ging het om een fascinerend debat. De internationale belastingpolitiek van Nederland wordt namelijk beheerst door twee doelstellingen - de een principieel en de ander pragmatisch - die tegenstrijdig zijn.

Om met de laatste te beginnen, het kabinet wil graag dat buitenlandse bedrijven zich in Nederland vestigen. De multinationals laten hun investeringskeuze vooral afhangen van de infrastructuur, gevolgd door het opleidingspeil en de werking van de arbeidsmarkt in een land. Meteen daarna komt het belastingsysteem in het vizier. Dat leent zich voor politieke beïnvloeding op korte termijn. Vandaar dat elk land in de concurrentie om bedrijfsvestigingen talrijke fiscale lokkertjes in de strijd gooit. Nederland laat zich daarbij niet onbetuigd. Vermeend heeft, zonder er veel ophef over te maken, zijn creativiteit op dit punt ruimschoots botgevierd. Zozeer zelfs, dat hij zich de afgelopen maanden tussen Londen en Bonn de benen uit het lijf moest lopen om te voorkomen dat ons land op een zwarte lijst van belastingparadijzen geplaatst zou worden.

Een goede verdediging in een dergelijke situatie is om de streken die je aan de ene kant levert, aan de andere kant met een voorbeeldige ijver te veroordelen. En dus is Vermeend een Europese voorloper bij het kritiseren van internationale belastingconcurrentie.

Wereldwijd beschouwde men het in de jaren '60 en '70 als een passende vorm van ontwikkelingshulp om te accepteren dat arme landen buitenlandse bedrijven lokken met de belofte van een tijdelijke belastingvrijdom. Sommige landen groeiden evenwel uit tot concurrenten van de geïndustrialiseerde wereld, die nu wat eerst ontwikkelingshulp heette afkeurend kwalificeert als oneerlijke fiscale concurrentie. Ondertussen zitten ook verscheidene ontwikkelingslanden met een kater omdat hun belastinglokkertjes slechts het effect sorteerden dat een groter deel van de in hun land gemaakte winst werd doorgesluisd naar de buitenlandse investeerders. Die lachende derden verlieten het land zodra de tijdelijke belastingvrijdom afliep.

De algemene stemming in de wereld keert zich nu dus tegen het hanteren van belastinglokkertjes. Op Europees niveau heeft EU-Commissaris Monti de strijd aangebonden tegen de belastingvoordelen waarmee Europese landen elkaar proberen af te troeven. Daarbij treft hij zijn fietsmaatje Vermeend aan zijn zijde. Die heeft er alle belang bij met zijn principiële houding de Europese aandacht wat af te leiden van zijn verkapte belastingfaciliteiten en de aandacht te richten op zijn eigen stokpaardje: de bestrijding van belastingfraude en van geslepen belastingconstructies.

De Tweede Kamer steunt Vermeend in het bereiken van zijn tegenstrijdige doelen; in politieke termen benoemd als 'een tweesporenbeleid': internationale belastingconcurrentie bestrijden maar zekerheidshalve daar wel flink aan meedoen. Dat soort dubbelzinnigheden is koren op de molen van GroenLinks dat in de politiek de helderheid wil brengen waar D66 naar streefde voordat die partij regeringsverantwoordelijkheid kreeg. Toch viel het debutant Kees Vendrik niet mee. Toen hij zich in het Kamerdebat plaatste achter de kritiek van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, namelijk dat Vermeend niet voortvarend genoeg inspeelt op nieuwe inzichten van de Europese rechter in Luxemburg, kreeg hij van de staatssecretaris de wind van voren. Beseft GroenLinks wel dat de gevraagde beleidaanpassing slechts het grootkapitaal en de fiscale constructeurs in de kaart zou spelen?

Wat beteuterd liet Vendrik het punt vallen. Een theoretisch zuivere en politiek correcte redenering bracht de linkse partij onverhoeds in gezelschap van degenen die in haar ogen een extreme uitwas van het kapitalisme belichamen. De voor de hand liggende overhaaste terugtocht vormt de eerste concessie van GroenLinks aan de gecompliceerde realiteit van de internationale fiscaliteit.

Ook het CDA beproefde een nieuwe frisheid. Woordvoerder Henk de Haan zet de linkse lijn van zijn verkiezingsprogramma versterkt door. Vermogenden die (zwart) geld onder de vlag van het Luxemburgse bankgeheim buiten bereik van Vermeends belastingdienst brengen, kunnen op geen enkel begrip rekenen. De CDA-wens om het groothertogdom krachtig tot de orde te roepen, zou de sociaal-democraat Vermeend moeten aanspreken. De pragmatische staatssecretaris wees evenwel meteen op het gevaar dat vervolgens Zwitserland het vluchtkapitaal met open armen ontvangt; wie schiet daar wat mee op? Dat vindt De Haan een weinig beginselvaste benadering. De Zwitsers maken zich met hun bankgeheim schuldig aan 'schandalig gedrag' en rijke Nederlanders die al dan niet met hun kapitaal de Europese Unie willen verlaten, laten we gewoon vertrekken; zij vormen geen verrijking van de samenleving.

Vermeend luisterde verbluft naar dit nieuwe elan in de christen-democratische politiek, die voorheen juist excelleerde in een meer pragmatische omgang met de fiscale moraal. De oppositie tegen Vermeends beleid moet zich nog wat inlopen, maar belooft krachtiger en principiëler te worden dan in de afgelopen kabinetsperiode.