Column

Mijn neef & ik

Mijn neef en ik hebben versterking gekregen. Zijn zus Lieve, mijn nicht dus, is over. Voor twee wedstrijden. Korea en Mexico. Gisteren moest ze mee naar Bar Colombiano in het Italiaanse Bordighera. Zij spreekt namelijk vloeiend Italiaans. We wilden het feestje met de Italianen vieren en dat lukte. Het cafeetje was gevuld met trendy dertigers en veertigers.

Mooi polootje, merkbroek, goed gekapt en veel praten. Of wij Oostenrijkers waren? Ik heb alleen gekwetst gekeken. De wedstrijd was duidelijk, hoewel de Italianen een keer heel goed wegkwamen. God is Rooms. Lieve zat naast de ultieme Italiaan. Hij ging driekwart voor mijn nichtje en voor de rest voor de wedstrijd. Hij had gelijk: zij was mooier dan het potje. Bij de goal van Vieri ontplofte de kroeg. Voor de buurman een mooie aanleiding om haar hartstochtelijk te kussen. Daarna schreef hij haar naam op een klein papiertje. Hij hoopte op veel meer doelpunten. Baggio hielp hem en hij kuste haar inniger dan innig. De penalty van de Oostenrijkers drukte de pret niet. En toen begon het. Hoe een Italiaan laat zien dat hij blij is? Hij neemt zijn scooter of autootje met open dak, houdt de Italiaanse vlag in zijn hand en rijdt heel hard door de hoofdstraat. En maar toeteren. Heel erg toeteren! Rijden en toeteren. Met zijn honderden tegelijk. Toeteren en racen. En opeens zag ik hem met zijn papiertje. 'Souvenir', huilde hij en verdween in de feestende massa.