'Mei was zware maand'; Malaise in Azië treft ook Philips

ROTTERDAM, 24 JUNI. Uitlatingen van Philips-president C. Boonstra over Philips in Azië hebben vanmorgen gezorgd voor een daling van het aandeel Philips. De koers daalde met ruim 7 gulden tot ruim 170 gulden rond het middaguur.

De koersval volgde op een daling van het aandeel Philips met 3,75 dollar (ruim 7,50 gulden), gisteren op de beurs van New York.

Financieel analisten schrijven de koersdaling toe aan een optreden van Philips-president C. Boonstra gisteren voor financieel analisten in Amsterdam. Verschillende analisten bevestigen dat Boonstra, gevraagd naar de situatie in Azië, antwoordde dat mei voor Philips in Azië 'een zware maand' is geweest. Een woordvoerder van Philips wilde dit citaat vanmorgen bevestigen noch ontkennen. “Wij doen pas nieuwe mededelingen over de situatie in Azië bij de presentatie van de cijfers over het tweede kwartaal op 23 juli.”

Bij de presentatie van de kwartaalcijfers op 22 april van dit jaar heeft Philips er op gewezen dat de vijf landen (Indonesië, Zuid-Korea, Filippijnen, Thailand en Maleisië) die tot op dat moment het meest door de crisis in Azië getroffen waren minder dan drie procent van de totale omzet van het concern vertegenwoordigen. Sindsdien heeft de crisis zich uitgebreid naar Hongkong, Japan en worden ook de economieën van Australië en Nieuw Zeeland beïnvloed.

In het eerste kwartaal van dit jaar droegen Azië en de Pacific ruim 5,8 miljard gulden bij aan Philips' omzet van 28,4 miljard gulden. De regio droeg voor een bedrag van 312 miljoen gulden bij aan het bedrijfsresultaat van 859 miljoen.

Met de koersval viel het aandeel Philips gisteren uit de toon op de beurs van New York. De Dow Jones-index van belangrijkste fondsen sloot 117,33 punten hoger op 8828,46. Boonstra maakte zijn opwachting op de analistenbijeenkomst gisteren iets na half vijf. Op de Amsterdamse effectenbeurs was het aandeel Philips toen bijna acht gulden hoger gesloten op 178 gulden. Die koersstijging werd toegeschreven aan de duidelijkheid rond de verkoop van Polygram en gunstige berichten over de markt voor halfgeleiders.

De verkoop van Polygram levert Philips een bedrag op van omgerekend 15 miljard gulden. Wat Philips met het geld gaat doen is onzeker. Boonstra verklaarde gisteren tegenover analisten dat Philips met zijn acquisities witte plekken zou kunnen opvullen in zijn portefeuille. Boonstra verklaarde tevens dat Philips geen grote acquisitie nodig heeft.

Sinds enkele maanden wordt gespeculeerd op een overname in halfgeleiders, een markt waar Philips mondiaal een negende positie inneemt. Die plek is nog ver verwijderd van Philips' streven naar een topdrie positie in elke markt waar het actief is, maar in deelmarkten zoals (analoge) chips voor communicatie-apparatuur en televisies heeft Philips al wel een positie in de wereldtop.

Eerder deze maand heeft directeur A. van der Poel van de divisie halfgeleiders aangegeven dat Philips zijn omzet in chips binnen vier jaar wil verdubbelen tot 18 miljard gulden. Dat betekent een jaarlijkse groei van 20 procent. Gisteren verklaarde Philips dat het voor elke dollar omzetgroei een dollar moet investeren en dat daaruit geconcludeerd mag worden dat Philips de komende vier jaar acht tot negen miljard gulden in halfgeleiders zal investeren. Beleggers wachten al bijna een jaar met spanning op Philips' investering in een nieuwe chipfabriek. Die zal worden ondernomen met een partner. De marges in chips zullen zich volgens Philips bewegen tussen 15 en 20 procent. In het eerste kwartaal lag deze zogeheten operationele marge boven 20 procent.