Literair vuurwerk bij slot affaire BolsWessanen

De voorkenniszaak BolsWessanen gaat zijn laatste fase in. De advocaten van drie verdachten etaleerden gisteren hun literaire kennis.

AMSTERDAM, 24 JUNI. De advocaten van de verdachten in de voorkenniszaak rondom het fonds BolsWessanen veegden gisteren de vloer aan met het Openbaar Ministerie (OM). Justitie heeft hun cliënten verdacht gemaakt, zonder enig bewijs waaruit blijkt dat de gedaagden in 1994 en 1995 met voorkennis hebben gehandeld in aandelen en opties BolsWessanen. Evenmin is aangetoond wanneer de voorkennis zou zijn overgedragen, op welke wijze en door wie.

In hun pleidooi deden twee advocaten een beroep op de literatuur om hun weerwoord op het vorige week uitgesproken requisitoir te illustreren. W. de Jong, raadsman van optiehandelaar Stanley M., gebruikte Confusion de confusiones van Joseph de la Vega uit 1688. De Jong: “De BolsWessanen-zaak is voor mij de verwarring der verwarringen. Niet vanwege de duisterheden van het spel, maar door de bewijsconstructie van het Openbaar Ministerie.”

C. van Bavel, advocaat van de verdachte optiehandelaar Koos M., begon zijn pleidooi met een citaat uit het schaakboek Through the Looking Glass van Lewis Caroll. Hij haakte aan bij Officier van Justitie H. de Graaff, die bij het begin van het monsterproces zijn aanpak van de voorkenniszaak vergeleek met de strategie tijdens een partij schaak.

Van Bavel citeerde ook Carolls Alice in Wonderland, waarin de hoofdpersoon optreedt als raadsvrouw in een zaak waarin op basis van ondeugdelijk bewijs een veroordeling dreigt. Hij hekelde het circumstantial evidence (indirect bewijs) waarmee de officieren van justitie de rechtbank van de schuld van de verdachten willen overtuigen. “Deze wijze van procederen komt meer overeen met de vorm van het oud-Germaanse strafproces waarin de bewijslast bij de beschuldigde lag.”

In het requisitoir hadden de officieren van justitie gesteld dat er zo veel toevalligheden in het handelspatroon van de verdachten zaten dat wel sprake moèst zijn van misbruik van voorkennis. De verdachten kenden elkaar en handelden tegelijkertijd tegen de beweging van de markt in. Ze deden dat telkens een dag voor publicatie van een persbericht van BolsWessanen.

Van Bavel: “Dit is een zaak waarin het OM wil aangetoond zien dat mijn cliënt onverklaarbaar heeft gehandeld.” Volgens hem betekent 'onverklaarbaar' niet dat er automatisch misbruik van voorkennis in het spel is.

Het rapport van de deskundige G. Panjer verwezen de advocaten naar de prullenmand. Ze vonden dat het OM onvoldoende deskundig was om deze zaak met “weerbarstige materie” te onderzoeken. Van Bavel: “Het OM is een blinde rijexaminator die een cursist laat zakken omdat die onvoldoende in de spiegels heeft gekeken.”

Vrijdag houdt de advocaat van de vermeende tipgever T. van N. zijn pleidooi. De rechtbank doet naar verwachting op 16 juli uitspraak.