Lage olieprijs nieuwe tegenslag voor formatie

PvdA, VVD en D66 voeren vanavond een cruciaal gesprek over het financiële kader van het tweede 'paarse' kabinet. De tegenvallers stapelen zich al op voorhand op. Nu dreigt ook de lage olieprijs nog eens 1,5 miljard te gaan kosten.

DEN HAAG, 24 JUNI. In Wenen praten de olieproducerende landen vandaag over de olieproductie in de OPEC. In Den Haag hebben de 'paarse' partijen vanavond een cruciale bespreking over het financiële kader van wat het tweede kabinet-Kok moet worden. De internationale olieministers en de door financiële tegenvallers geplaagde Nederlandse formatie-onderhandelaren hebben een gemeenschappelijk belang: een verhoging van de olieprijs die sinds halverwege de jaren tachtig niet zo laag is geweest.

De opbrengst van de aardgasbaten is rechtstreeks gekoppeld aan de olieprijs. De sleutelaars aan het regeerakkoord hebben er dus belang bij dat de OPEC er vandaag in slaagt om nu wel met een geloofwaardig akkoord te komen over beperking van de olieproductie, die de prijs moet opstuwen. Want zoals de zaken er nu voor staan leidt het verlies aan aardgasbaten tot een onvoorzien financieel gat van ongeveer 1,5 miljard gulden in de begroting voor 1999.

Dat is dan de zoveelste financiële tegenvaller waarmee de zo optimistisch begonnen partijen PvdA, VVD en D66 bij de kabinetsformatie te kampen krijgen. Geld voor wat in het Haagse jargon 'nieuw beleid' heet lijkt er nog nauwelijks over te zijn, tenzij er alsnog stevig wordt gesneden in de uitgaven.

Zo keert het 'oliespook' van Den Uyl ('Het wordt nooit meer wat het was') terug bij diens opvolger Kok. Op de gasbel van Slochteren bouwde Nederland in de jaren zestig en zeventig de verzorgingsstaat, die na de oliecrisis in de versukkeling raakte. De opbrengsten van de gasbel hebben in de jaren negentig geholpen om de verzorgingsarrangementen met zo min mogelijk pijn weer in te krimpen, maar de pijnstillers beginnen op te raken.

De onderhandelaars voor Paars II gaan uit van een jaarlijkse economische groei van twee procent, die het nieuwe kabinet volgens het Centraal Plan Bureau (CBP) zo'n 6 miljard gulden aan extra middelen had moeten verschaffen. Maar sinds die prognose in het voorjaar werd gedaan is het beeld dramatisch verslechterd. De koopreparatie die vóór de verkiezingen nog even werd doorgevoerd, en hogere kosten in de zorgsector slokken 1,75 miljard gulden op, zo is al gebleken uit hernieuwde CPB-berekeningen die onlangs uitlekten. De resterende 4,25 miljard gaat op aan reductie van het begrotingstekort, dat volgens Europese maatstaven in 2002 op 1 procent van het bruto binnenlands product moet staan.

Anders dan tijdens de verkiezingscampagnes werd verzekerd, moeten de beloofde lastenverlichting en nieuwe uitgaven dus volledig betaald worden uit extra bezuinigingen. Het bedrag van vijf miljard gulden aan bezuinigingen, waarover informeel is gesproken, is net genoeg voor het 'smeergeld' voor de belastinghervorming waarover vanmorgen een akkoord is bereikt en dat als lastenverlichting wordt gepresenteerd.

Pagina 2: Gedaalde olieprijs kost overheid geld

De bezuinigingen kunnen nog hoger uitvallen, al was het alleen al om tegenvallende aardgasbaten te compenseren. De prijs van ruwe olie is op de internationale markt sinds vorig najaar sterk gedaald, van 20 dollar per vat naar 16 dollar begin dit jaar, om vervolgens weg te zakken naar een dieptepunt van onder de 12 dollar begin deze maand. Oorzaken van de prijsval zijn overproductie, het wegvallen van de vraag in Azië door de economische crises in die regio en een ongewoon zachte winter in de Westerse landen.

Vandaag vergaderen de OPEC-landen in Wenen over nieuwe productiebeperkingen om daarmee de prijs van olie op te schroeven. Daarop vooruitlopend steeg de olieprijs naar 14 dollar per vat. Volgens handelaren is in die prijs een vrijwillige productiebeperking door OPEC ingecalculeerd van 1 tot 1,2 miljoen vaten per dag.

Tot nu toe bedraagt de gemiddelde olieprijs in 1998 14 dollar per vat, en dat is drie dollar onder de prijs van 17 dollar die het Centraal Planbureau in zijn projecties rond de begrotingsruimte heeft ingetekend. Het planbureau heeft echter veiligheidshalve ook uitgerekend wat een olieprijs van 14 dollar voor consequenties heeft. Een lagere olieprijs zorgt voor een geringere inflatie, een stijging van de koopkracht en een verbetering van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Per saldo kost elke dollar minder de overheid structureel een half miljard gulden aan inkomsten.

De oplossing voor de nieuwe budgettaire benauwdheid heeft zich al aangediend: niet langer zal een 'behoedzaam' scenario als fundament dienen voor het begrotingsbeleid, zoals bij Paars I. Paars II zal, zoals de onderhandelingen er nu voor staan, uitgaan van gunstige economische groei in 1999, om daarna pas een behoedzaam economisch scenario in te tekenen.

Die aanpak heeft wel nadelen. Volgens de economen van de Rabobank, die er vandaag een speciaal rapport aan wijden, is het niet verstandig om in volgende kabinetsperiode uit te gaan van hoge economische groei en tegelijk lastenverlichting door te voeren, om daarna pas uit te gaan van een terugvallende economie. Dat zou volgens hen de terugkeer naar “de vermoeiende tussentijdse begrotingsrondes” van de kabinetten-Lubbers betekenen. Het kabinet begint in dat geval met redelijk veel begrotingsruimte, maar moet daarna hard op de rem gaan staan. Door dit 'optische bedrog' wordt de bezuinigingspijn naar achteren geschoven, vindt Rabo. Met alle gevolgen voor de verwachte levensduur van Paars II.

    • Maarten Schinkel
    • Karel Berkhout