Katholieke kerk wekelijks belegerd

Morgen kiest Noord-Ierland een assemblee - een nieuwe stap op weg naar vrede. Bij veel Noord-Ieren overheerst echter nog steeds het wantrouwen.

BALLYMENA, 24 JUNI. De poort is vergrendeld met een stevig hangslot. Een stalen hekwerk en gaas voor de ramen hebben van de Onze Lieve Vrouwe-kerk in het Noord-Ierse Ballymena op het oog een onneembare vesting gemaakt. De onbestemde hoekige vorm met in het midden een onbeduidend torentje verraadt dat dit gebouw hier in de jaren zeventig moet zijn neergezet.

Twee jaar geleden was deze kleine katholieke enclave in de overwegend protestantse wijk Harryville wereldnieuws. Buurtbewoners blokkeerden op een zaterdagavond in september 1996 de ingang van de kerk. Niemand kon er nog in. En dus las de priester die avond de mis voor de negen parochianen die toevallig vroeg waren. Anderhalf jaar hielden de protestanten hun wekelijkse actie vol. Iedere zaterdag posteerden ze zich voor de kerk, ook al voorkwam een grote politiemacht (kosten in de anderhalf jaar van protesten: 6 miljoen gulden) dat de kerkgangers niet meer naar binnen konden. De katholieken moesten zich wel door een haag van scheldende, spugende en soms ook eieren of vuurwerk gooiende demonstranten wagen.

“We hebben het protest steeds gelaten over ons heen laten komen”, vertelt pastoor Sean Connolly, terwijl hij bladert in een immens plakboek met krantenartikelen over de 'schande van Harryville'. “Natuurlijk leidde het tumult buiten tot spanning in de kerk, maar tijdens de mis spraken we er weinig over. Het was geen onderwerp voor de preek. Nee, we hebben voor ze gebeden.” Connolly, direct herkenbaar aan zijn priesterboord, is voorzitter van het vier man tellende priestercollege van Ballymena. Hij praat ingetogen over de protestantse actie, waaraan pas dit voorjaar een einde kwam.

Over de reden van het protest verschillen de meningen, afhankelijk - zoals alles in Noord-Ierland - van de religieuze groepering waartoe men behoort. Over de aanleiding is iedereen het wel eens. De actie begon nadat katholieken in het dorpje Dunloy, niet ver van Ballymena, een mars van protestantse Apprentice Boys hadden tegengehouden. Maar volgens Connolly ligt de werkelijke oorzaak veel dieper. “De katholieke bewoners van Harryville werden al jaren geïntimideerd”, zegt hij. “De ruiten van hun huizen werden ingegooid, auto's beschadigd. Soms kregen mensen een brief in de bus gegooid met een kogel erin. Er zijn zelfs brandbommen gegooid. Toen we in het begin van de jaren zeventig daar een kerk lieten bouwen, woonden er zo'n vierhonderd katholieke gezinnen in de wijk. Nu zijn dat er niet veel meer dan twintig.”

Pagina 5: Protestanten zagen bouw kerk als 'provocatie'

De bouw van de katholieke kerk werd door de meeste protestanten in Harryville al als een provocatie gezien. “Vooral op vrijdag- en zaterdagavond, als de mannen een paar biertjes hadden gedronken, moest het gebouw het ontgelden”, zegt Connolly. Volgens hem werd het gedonder met de Apprentice Boys alleen maar als excuus gebruikt. “Dunloy is een uitgesproken katholiek dorp, waar in het centrum nog een oud clubgebouw van de Oranje-orde staat. Waarom is het nodig om daar jaarlijks zeven parades te houden? Een eindje verderop, in een soortgelijk protestants dorp, zijn niet meer dan twee parades per jaar.”

P.J. McAvoy is gemeenteraadslid namens de gematigd nationalistische SDLP. Hij denkt minder genuanceerd over de gebeurtenissen in Harryville en spreekt van een 'verkrachting van de samenleving'. Na iedere typering, die klinkt als een partijslogan, leunt hij, subtiel als nationalist herkenbaar aan de stropdas met Ierse harpjes erop, tevreden achterover. “De protestanten in Harryville zijn arme sloebers, werklozen, losers. Ze geloven echt dat de katholieke kerk de macht heeft om hun, als de grens tussen het noorden en het zuiden ooit zou verdwijnen, allerlei rechten af te nemen. Ze zijn geïndoctrineerd door de Paisley's van deze wereld.”

Maurice Mills is net als McAvoy gemeenteraadslid in Ballymena. Als lid van Paisley's Democratic Unionist Party (DUP) heeft hij een tegenovergestelde kijk op de situatie in Harryville. Hij was geen voorstander van een blokkade van de O.L.V.-kerk, maar hij begrijpt dat de protestanten zich uitgedaagd voelden. “De republikeinen van Sinn Fein en de IRA gebruiken demonstraties tegen oranjemarsen om de katholieke bevolking te mobiliseren. De politie in Dunloy heeft niets gedaan om de gewelddadige actie van katholieken tegen een legale mars van de Apprentice Boys tegen te houden. Daartegen kwam de bevolking van Harryville in verzet. Het was een vreedzaam protest. Er is niet geschopt of geslagen, zoals door de katholieken in Dunloy. Rellen ontstonden pas toen de politie zich ermee ging bemoeien. In Dunloy werd een illegale katholieke actie door de politie gesteund, in Harryville maakte de politie een legale demonstratie onmogelijk. Iedere oranjemars moet tegenwoordig eerst aan de paradecommissie worden voorgelegd. Dat werd aangekondigd als een tijdelijke maatregel, maar nog een paar jaar, en er zijn helemaal geen parades meer over.”

Op het hoogste politieke niveau mag sprake zijn van toenadering tussen de gematigde unionisten van David Trimble en gematigde nationalisten, in de politieke Noord-Ierse praktijk is een status quo tussen de partijen voorlopig het hoogst haalbare. Voor McAvoy is Tony Blair een held en het referendum, waarin 71 procent van de Noord-Ieren zich uitsprak vóór het vredesakkoord, “de grootste gebeurtenis sinds dit land bestaat”. In de ogen van Maurice Mills is Blair de “verrader”. “Hij wilde de bommengooiers van de IRA voorgoed weghebben uit Londen. Hoe? Door ze te kopen. De zes provincies van Noord-Ierland waren daarbij zijn wisselgeld.” Door de verkiezingen zo snel na het referendum te houden, hoopt Blair volgens Mills dat de protestanten niet genoeg tijd hebben om te beseffen waarvoor ze hebben gekozen: de uitlevering aan Ierland.

Pastoor Connolly denkt juist dat het beter voor Noord-Ierland zou zijn om deel uit te maken van de Ierse republiek. Maar ook als dat voorlopig niet gebeurt hoopt hij dat iedereen “ondanks alle meningsverschillen zal willen bijdragen aan de kracht van dit land. Als dat alleen kan onder een Britse regering, so what? Van alleen maar vlaggen zwaaien kun je niet leven”.