Kamerlid Van Dijke toch voor rechter

DEN HAAG, 24 JUNI. RPF-Kamerlid Van Dijke moet zich op 22 september verantwoorden voor discriminerende uitlatingen over homo's. Eerder seponeerde het openbaar ministerie de strafzaak tegen de fractievoorzitter van de RPF, na een gesprek met hem.

Nadat de aangevers van de gewraakte uitspraken hiertegen bij het gerechtshof in Den Haag in beroep zijn gegaan, heeft dit rechtscollege bepaald dat het Openbaar Ministerie Van Dijke toch moet vervolgen.

Van Dijke heeft de strafzaak tegen hem te wijten aan een interview dat hij in 1996 gaf aan het weekblad Nieuwe Revu. Hij vergeleek daarin homoseksualiteit met het plegen van fraude. De fractievoorzitter stelde dat er ten onrechte gradaties werden aangebracht in overtreding van Gods geboden.

“Alsof je erg en minder erg hebt”, zei Van Dijke. “Maar waarom zou stelen, bij voorbeeld uitkeringen pikken van de overheid, minder erg zijn dan zondigen tegen het zevende gebod? Ja, waarom zou een praktiserend homoseksueel beter zijn dan een dief.” (ANP)