J.H.L. Meerdink over nieuw Foto-centrum; 'De afwijzing van Nuis vind ik begrijpelijk'

Maandag werd bekend dat het Prins Bernhard Fonds voor Amsterdam kiest als vestigingsplaats voor een nieuw foto-centrum. Staatssecretaris Nuis (Cultuur) reageerde meteen afwijzend. Directeur J.H.L. Meerdink van het fonds had dat wel verwacht: “Ik zou dat ook zeggen als ik daar werkte.”

AMSTERDAM, 24 JUNI. “Een bevrijding”, noemt J.H.L. Meerdink (57), sinds 1980 directeur van het Prins Bernhard Fonds, het besluit van zijn bestuur Amsterdam aan te wijzen als vestigingsplaats van een nieuw Nationaal Centrum voor Fotografie. Oprichting van dat centrum werd mogelijk doordat de voormalige Rotterdamse hoogleraar Wertheimer vorig jaar een erfenis van 22 miljoen gulden naliet. “Er is eindelijk duidelijkheid”, zegt Meerdink. “De instellingen en de overheden kunnen zich nu buigen over de uitvoering.” Het bestuur van het Prins Bernhard Fonds heeft wel enkele voorwaarden verbonden aan de keuze voor Amsterdam. Zo zouden de drie nationale foto-instellingen die nu in Rotterdam zijn gevestigd en door het ministerie van OCW gesubsidieerd worden, bereid moeten zijn tot deelname in het nieuwe centrum.

Het ministerie van OCW heeft al eerder laten weten de subsidie aan de Rotterdamse instellingen niet ter discussie willen stellen.

“Dat is volstrekt logisch. Ik zou dat ook zeggen als ik daar werkte. Maar het moet bespreekbaar zijn, vind ik. Er is ooit een politiek besluit genomen dat er nationale foto-instellingen in Rotterdam zijn. Dat wil niet zeggen dat zo'n besluit tot in lengte van dagen gehandhaafd moet blijven. En zou OCW werkelijk zijn standpunt handhaven als de hele fotowereld zich achter dit nieuwe plan stelt? Trouwens, zo ruimhartig is het ministerie nu ook weer niet. Het gaat om een bedrag van minder dan 2 miljoen gulden.”

Er is u inmiddels verweten te weinig overleg te hebben gevoerd met de betrokken overheden

“De politiek heeft zich buitengesloten gevoeld. Het wordt in Nederland nu eenmaal normaler gevonden als je direct op dat niveau gaat praten. Wij hebben daar als particulier fonds niet voor gekozen. Wij hebben de fotowereld geraadpleegt en op hun advies het Instituut Collectie Nederland ingeschakeld. Die hebben de mogelijkheden onderzocht. Wij konden niet daarnaast ook nog eens gesprekken gaan voeren. Nu er een voorstel op tafel ligt, kan er weer gepraat worden. Ook door de politiek.

“Ons bestuur voelt zich niet geroepen de infrastructuur van de Nederlandse fotografie te bepalen. Wij hebben een legaat dat ons de verplichting oplegt een fotomuseum op te richten, en hebben daarbij gereageerd op de wensen uit het veld. Dat is de taak die wij als cultureel fonds hebben.”

Aan de vestiging in Amsterdam worden door het PBF voorwaarden verbonden. Er moet voldoende financiële onderbouwing zijn en bestaande instellingen moeten bereid zijn tot medewerking. Wat als aan die voorwaarden niet voldaan kan worden?

“Ik wil daar in dit stadium geen uitspraak over doen. Als het in Amsterdam om welke reden dan ook niet mocht lukken dan zullen we de situatie opnieuw moeten bekijken. Maar mislukking in Amsterdam betekent niet per definitie dat het legaat naar Rotterdam zal gaan. In het rapport wordt mijns inziens terecht geconstateerd dat de uitstraling van de stad te gering is. En het verwachte bezoekersaantal is een van de randvoorwaarden die in het ICN-rapport nadrukkelijk wordt genoemd.”

Er is de afgelopen maanden steeds gesproken over een museum. In het besluit wordt nu gesproken van een centrum.

“U moet daar niet teveel betekenis aan hechten. Het woord museum roept bij menigeen de associatie op dat er ook een grote uitstalling van fotoapparatuur zal zijn. Het ICN gebruikt in zijn adviesrapport het woord Nationaal Centrum voor Fotografie. Wij hebben dat overgenomen.”

    • Eddie Marsman