Jemen blijft ageren tegen hogere prijzen

SANA'A, 24 JUNI. Aanhoudende protestdemonstraties tegen verhoging van de brandstof- en voedselprijzen hebben in Jemen sinds vrijdag 12 levens gekost. Ook gisteren werden protesten gemeld. Maar premier Abdul-Karim al-Iryani is niet van plan de prijsverhogingen ongedaan te maken.

Gisteren werden zes mensen gedood toen politiemannen het vuur openden op demonstrerende leden van de al-Jidaan-stam die in de stad Mariv tankauto's verhinderden gas te laden. De stamleden schoten terug. De dag tevoren hadden stamleden een gaspijpleiding opgeblazen, aldus lokale persberichten. De Amerikaanse oliemaatschappij Hunt Oil, die de pijpleiding exploiteert, wilde niet reageren.

“De mensen willen dat de regering corruptie en nepotisme bestrijdt en alle onnodige overheidsuitgaven elimineert. Ze willen niet het gevoel hebben dat zij alleen de last moeten dragen van de prijsstijgingen”, aldus een vertegenwoordiger van een coalitie van oppositiepartijen, Mohammad al-Magalih. Maar premier Iryani gaf gisteren in het parlement saboteurs en oppositiepolitici de schuld van de protesten. “Het zijn geen spontane acties, de veiligheid en stabiliteit van het land zijn mikpunt.” De regering heeft zaterdag al alle protestbijeenkomsten verboden.

Iryani onderstreepte in het parlement dat zijn regering vasthoudt aan de vrijdag afgekondigde prijsverhogingen van meer dan 40 procent. Deze komen tegemoet aan de voorwaarden van het Internationaal Monetair Fonds voor leningen van in totaal 80 miljoen dollar aan Jemen, het armste land op het Arabisch schiereiland. (Reuters, AP, AFP)