González 'wist niets van doodseskaders tegen ETA'

De Spaanse ex-premier Felipe González getuigde gisteren in het proces rond de doodseskaders, die in de jaren tachtig tegen de ETA werden ingezet. Hij ontkende iets van deze operatie te hebben geweten.

MADRID, 24 JUNI. Bij het vertrek uit het gerechtsgebouw dreigt het dan toch nog even mis te gaan. Felipe González, voormalig premier van Spanje, ex-staatsman met carrièreperspectieven op Europees niveau, hoort niet goed wat iemand uit het publiek tegen hem roept. Welwillend buigt hij richting dranghekken, tot hij merkt dat een aantal omstanders hem voor golfo, schurk, uitmaken. De vroegere leider van de socialisten, achter de schermen nog steeds een machtig man, trekt de schouders op en stapt met een niet begrijpende glimlach zijn auto in.

González trad gisteren aan als getuige in het proces rond een ontvoering, uitgevoerd door de GAL, de mysterieuze doodseskaders die in de jaren tachtig 28 slachtoffers maakten onder vermeende ETA-terroristen. Het GAL-schandaal is een nagel aan de doodskist van González. Als het aan zijn talrijke tegenstanders had gelegen, had de ex-premier zelf naast de twaalf verdachten in het bankje moeten staan, zij aan zij met ex-minister van Binnenlandse Zaken Barrionuevo en voormalig staatssecretaris Vera. Maar volgens zijn achterban is González het slachtoffer van een complot, waarbij zijn regering voortijdig ten val werd gebracht door een kongsie van conservatieve politici, journalisten en zakenlieden die een hetze rond de doodseskaders ontketenden.

González sloeg gisteren kordaat van zich af in een verhoor dat meer dan drie uur duurde. Hij ontkende ten stelligste ook maar iets geweten te hebben van de doodseskaders, laat staan opdracht ertoe te hebben gegeven. In 1983, toen de doodseskaders voor het eerst optraden, bevond de ETA-terreur zich op een hoogtepunt en bestonden er binnen de Spaanse geheime dienst plannen om acties te ondernemen tegen terroristen die vlak over de Franse grens een onbezorgd bestaan leidden.

González overlegde gisteren evenwel een document waaruit bleek dat hij eind 1983 met de Franse president Mitterrand, nauw bevriend met González, een overeenkomst had gesloten waarin Frankrijk plechtig beloofde dat er in het vervolg ernst zou worden gemaakt met het oppakken en uitleveren van ETA-terroristen. De acties van de doodseskaders zouden de verhouding met Frankrijk alleen maar schade hebben berokkend, en dat uitgerekend op een moment dat Spanje bezig was met zijn lidmaatschap van de Europese Gemeenschap en de NAVO. Alleen al daarom zou zijn steun aan dergelijke operaties onlogisch zijn geweest, aldus González.

De ex-premier kon het tijdens zijn getuigenis niet laten om de hele zaak rond de doodseskaders af te doen als een juridische absurditeit, waarachter zich andere belangen schuilhouden. Bijna terloops merkte González op dat onderzoeksrechter Garzón met ruzie uit de socialistische regeringsploeg was gestapt, waarna hij de zaak rond de doodseskaders andermaal aanzwengelde. Bij zijn objectiviteit kunnen dus wel wat vraagtekens worden gezet. En wat is het nut van deze procesgang, meer dan tien jaar na de laatste acties van de doodseskaders, vroeg González zich af. “Laten we ons eens voorstellen dat de ETA tien jaar geleden was opgehouden met zijn acties. Zou het in iemands hoofd zijn opgekomen om een proces te heropenen om ze alsnog in de gevangenis te zetten?” aldus de ex-premier. “Dat lijkt me werkelijk moeilijk voor te stellen.”