Geen grenzen voor aspergestekers

De Nederlandse aspergeteelt _ die volgens oude traditie vandaag op Sint Jan wordt beëindigd _ kampt al jaren met een tekort aan arbeidskrachten. Voor het steken wordt een keur aan nationaliteiten ingezet op de velden in Brabant en Limburg. Ook asielzoekers werken in deze sector, legaal of illegaal.

WELLERLOOI, 24 JUNI. Uit volle borst zingend, verlaten zes Spanjaarden met tientallen kilo's asperges in een busje het land van boer Hendriks in het Noord-Limburgse Wellerlooi. Maar vader Francisco López Sánchez (41), moeder Guadalupe (38), zoon Antonio (17), de neven Francisco (27) en Juan (28), en vriendin María (25) klagen intussen wél over een tegenvallende oogst. “Het weer is veel te slecht geweest.” Op goede dagen steken ze ieder zo'n zeventien kilo per uur en verdienen ze wel 120 gulden. Nu blijft het bij tien tot elf kilo. Ondanks een door de CAO gegarandeerd minimuminkomen geeft dat geen blije gezichten.

Bij aspergeboer Piet Hendriks (58) en zijn zoon John (28) zijn het dit jaar de Spanjaarden die de asperges uit de grond halen. Vooral in de cruciale maanden mei en juni is er altijd een schreeuwend tekort aan aspergestekers. Als de witte koppen bij bosjes uit de grond schieten, heeft Hendriks vele handen nodig. Vóór Sint Jan, de katholieke gedenkdag van de evangelist op 24 juni, stoppen de boeren met het steken van asperges. Het nieuwe schot komt, onafhankelijk van de weersgesteldheid, rond die dag omhoog en de asperges wordt rust gegund tot aan het voorjaar.

Al jaren is er geen Nederlander meer te vinden die voor dag en dauw wil opstaan om met een speciaal mes en troffel de rijen zwart zand af te lopen, de asperges af te snijden en in een kistje te leggen. Studenten hebben in deze tijd nog geen vakantie. Huisvrouwen uit de buurt nemen liever een vaste baan op kantoor.

Poolse arbeiders, die maar wat graag in twee maanden een (Pools) jaarsalaris willen verdienen, mogen niet werken in Nederland. De arbeidsinspectie en vreemdelingenpolitie jagen op illegalen die dat wel doen. Velden worden omsingeld en zelfs met behulp van helikopters worden de 'zwartwerkers' achterna gezeten. Veelal worden ze over de grens gezet.

De Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) begon een paar jaar geleden het 'Project Piekarbeid' om boeren aan legaal personeel te helpen. Dit jaar werden 150 werknemers geworven. Volgens projectmanager Erik Huizer helpt hij de boeren daarmee slechts een beetje. “Per jaar zijn er in Limburg 19.000 seizoensarbeiders nodig in de landbouw, waarvan zevenduizend in de aspergeteelt.” Huizer plaatst behalve Nederlanders ook buitenlandse arbeidskrachten uit de Europese Unie en asielzoekers bij de boeren. Via ambassades en landelijke vakbonden heeft hij onder meer de beschikking over Spanjaarden, Ieren, Portugezen, Engelsen en Polen. “Maar die Polen hebben wél een Duits paspoort.” Hoe ze daaraan komen, weet Huizer ook niet. Hij is allang blij met wat gemotiveerde aspergestekers extra. Hij kon na een uitgebreide promotieactie bij arbeidsbureau's, boerenbonden, uitzendbureau's en Rabobanken in Limburg maar twee Nederlanders vinden die aan de slag wilden.

Ook bij de asielzoekerscentra (AZC) in de regio is Huizer gaan werven. Alleen asielzoekers met een status mogen aan de slag. In het AZC van Baexem bij Roermond kwamen veertig van de vierhonderd bewoners in aanmerking om via het project in de asperge-oogst te werken. Van hen hebben 23 dit daadwerkelijk gedaan.

Plaatsvervangend directeur H. Goossens van het AZC Baexem vermoedt evenwel dat meer bewoners in alle vroegte het land op gaan om illegaal bij een boer te werken. “Wij houden ze ook niet tegen. Dat is onze taak niet. Wij zijn ook geen uitzendbureau. Ik wil hier geen boze boeren op de stoep omdat onze bewoners niet goed genoeg gewerkt zouden hebben of stennis hebben gemaakt.” Projectleider Huizer weet echter zeker dat alleen al in de regio Noord- en Midden-Limburg 'honderden' asielzoekers illegaal werkzaam zijn bij de oogst. “Die mensen willen graag werken. Bij voorkeur doen ze dat illegaal, dan hoeven ze hun uitkering niet in te leveren. De busjes rijden af en aan bij de centra.”

Vader en zoon Hendriks ergeren zich aan het volgens hen halstarrige beleid van het ministerie van Sociale Zaken. “Vijfhonderd meter verderop zit je in Duitsland en daar mogen de Polen zonder problemen werken. Europese eenheid van beleid is hier nog ver weg.” In Duitsland kunnen boeren een vergunning krijgen voor tijdelijke arbeid door een beperkt aantal Polen. In Nederland mogen boeren pas een Poolse werknemer aannemen als ze écht geen EU-burger hebben kunnen vinden. Maar het ministerie heeft daarvoor dit jaar geen enkele vergunning afgegeven. Huizer: “Zo'n Pool-quotum klinkt misschien raar, maar het is wel een oplossing. Er zijn nu al duizenden Polen aan de slag in Duitsland.”

Volgens F. de Wijs van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB) drukt de overheid met haar beleid de aspergetelers het land uit. Initiatieven zoals het 'Project Piekarbeid' zijn volgens hem onvoldoende. “De teelt verdwijnt of boeren verkopen hun oogst aan een Pools bedrijf dat vervolgens met Poolse krachten gaat oogsten. Ook dat is illegale arbeid, maar dan heeft de boer tenminste niets fout gedaan. Dit gebeurt structureel.”

Volgens officiële cijfers zijn vorig jaar in Nederland 250 illegale stekers aangehouden. Volgens de rechtbank in Roermond zijn dit jaar alleen al in Noord- en Midden-Limburg ruim veertig illegaal werkende arbeiders opgepakt in de landbouw. Onder hen zijn Polen, Marokkanen, Sri-Lankezen, Pakistanen en Russen.

De familie López trekt in Europa van oogst naar oogst. Olijven in Spanje en Frankrijk, tomaten in Frankrijk, asperges in België, even later asperges in Nederland, aardbeien en druiven. Boer Hendriks heeft in een nabijgelegen vakantiepark een huisje voor zijn werknemers gehuurd. De buren van de Spaanse familie López blijken Polen te zijn die werken in de championoogst. Hendriks communiceert met handen en voeten met zijn tijdelijke werknemers. Zoon John spreekt al een aardig woordje Spaans. “Heb ik allemaal geleerd van mijn portable vertaalcomputer.” John is te spreken over de Spanjaarden:“Ik hou van het temperamentvolle karaker. Van mij mogen ze volgend jaar terugkomen.”

    • Maarten Veeger