DICK DOOIJES (1909-1998); Schakel tussen oud en nieuw

Met de letters van Dick Dooijes (1909-1998) maakten velen kennis, omdat zij vorstelijk, dat wil zeggen in een behoorlijk corps en ruim in het wit werden afgedrukt in de letterproef van Lettergieterij Amsterdam voorheen N. Tetterode. Anders dan de meeste destijds voor studenten begerenswaardige uitgaven, bleek deze proef lange tijd gewoon in de boekhandel verkrijgbaar. Zijn letters nodigden daardoor uit om bestudeerd en nagetekend te worden.

Dooijes werkte van 1926-1968 voor Lettergieterij Amsterdam voorheen N. Tetterode. Aanvankelijk als assistent van de legendarische Sjoerd H. de Roos (1877-1962), vanaf 1940, zelfstandig, als lettertekenaar, letterontwerper en beheerder van de Typografische bibliotheek. Uit die tijd stamt ook de samenwerking met G.W. Ovink, die werd aangetrokken als esthetisch adviseur.

Naast de Rondo (1948), een door Dooijes voltooide schrijfletter van de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Stefan Schlesinger, tekende hij de Bronletter of Missaal (1949), Mercator (1958), Contura (1964) en Lectura (1969).

Van deze lettertypen is Mercator vermoedelijk het populairst geweest, al moest Mercator al snel concurreren met andere schreeflozen, zoals Helvetica (Miedinger, 1957) en Univers (Frutiger, 1957-1961). Ondanks een flink pr-offensief werd Lectura, een omvangrijke letterserie die zowel als hand-, als in machinezetsel (Intertype) verkrijgbaar was, eigenlijk te laat op de markt gebracht: de eerste fotografische zetmachines zouden spoedig verschijnen.

Dooijes was de boekverzorger van Knuttels voorname De letter als Kunstwerk, in 1951 in opdracht van Lettergieterij Amsterdam gepubliceerd en onderscheiden met de H.N. Werkmanprijs. Van 1968 tot 1974 was hij directeur van de Rietveld Academie.

Talrijk zijn de artikelen van zijn hand, die werden afgedrukt in verschillende vakbladen. Hij publiceerde onder meer Traditie en vernieuwing (1959) en Sjoerd H. de Roos zoals ik mij hem herinner (1976). Zijn opstellen werden gebundeld in Over typografie en grafische kunst (1966) en Boektypografische verkenningen (1986).

Als theoreticus vormt Dooijes voor velen daardoor de schakel tussen de eerste 20ste-eeuwse letterontwerpers, waaronder De Roos en Van Krimpen, en de huidige generatie.

Inmiddels zijn de technieken om letters te ontwerpen en te fabriceren ingrijpend gewijzigd. Letters worden tegenwoordig gedigitaliseerd. Door de vervanging van de stalen stempels en de loden gegoten letters ontkomen vele op zichzelf fraaie letters niet aan het noodlot. De vergetelheid werd door Dooijes zelf fraai getypeerd in Lommens Letterontwerpers (1987): “Enige jaren geleden wilde ik voor familiedrukwerk weer eens wat met de hand uit de Lectura laten zetten. Ik had altijd een drukker daarvoor in de Kinkerbuurt. Toen ik zijn zaak binnenkwam, zei die meteen: Meneer Dooijes, het spijt mij, maar ik heb nu een fotozetter. De Lectura is in de loodpot gegooid.”