De wetten van de natuur

Rudy Kousbroek heeft volkomen gelijk met zijn oratio pro Viagra (CS, 19-6-98). Als degene die in dit betoog wordt aangevallen, ben ik gedwongen de superioriteit van zijn argumentatie te erkennen. Het duidt inderdaad op schraal en benepen moralisme om andere mensen 'de enige blik in de hemel' die er bestaat te misgunnen en hen uit te lachen in hun streven naar perfecte seks.

Toch blijf ik zitten met een klein probleempje, een detail misschien in het conglomeraat van verhelpbare potentieperikelen en de filosofische wenselijkheid daarvan, maar desondanks een obstakel: ik wil nog steeds geen Viagra-man in mijn bed. Het idee alleen al boezemt me weerzin in. Wat anderen doen, moeten zij weten - zoals Kousbroek weet, sta ik nooit vooraan om dingen te verbieden, de mensen gaan hun gang maar.

Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier niet over permanente impotentie (in dat geval is medicatie vanzelfsprekend geboden), maar over (in Kousbroeks woorden) 'onvoorziene, soms gedeeltelijke en meestal voorbijgaande vlagen daarvan'. Er zijn twee situaties voorstelbaar, waarin zich zo'n vlaag van impotentie kan voordoen. Met mijn eigen man en met een vreemde man. Wat mijn eigen man betreft verwacht ik dat we dat soort tegenslag wel zullen kunnen opvangen. You win some, you lose some, morgen is er weer een dag en meer van dat soort volkswijsheden. Is er sprake van een vreemde of een nieuwe man, dan geldt hetzelfde principe van roeien met de riemen die je hebt, behalve dat in deze opzet het aspect routine ontbreekt. De nieuwheid van de ervaring verzwaart de eis tot echtheid. Als het er dan toch van komt, dan wil ik hem ook naakt zien. Zonder kleren, bril af, haarstukje af, kunstbeen losgegespt, geen cocaïnegebruik van tevoren, geen xtc, hoogstens een paar glazen alcohol. En dus ook geen Viagra, want dan is het niet echt.

Ik ben me er terdege van bewust dat deze romantische notie van echtheid of authenticiteit hopeloos ouderwets is in deze postmoderne tijd, waarin de dingen alleen geldigheid hebben binnen een context. Wat doet het ertoe hoe een erectie tot stand komt? Mannen en vrouwen fantaseren er lustig op los, terwijl het er uitziet alsof ze volledig in elkaar opgaan. Er wordt achterover gelegen en aan Engeland of aan de buurman gedacht, boodschappenlijstjes worden gecomponeerd, Playmates en filmsterren zweven door de slaapkamer. Men bindt elkaar vast of bladert koortsachtig in de Kama Sutra. Het is een gigantische maskerade, daar kan toch best nog een Viagra-pilletje bij?

Maar ik wil het niet, want ik wil iemand in de eerste plaats au naturel en daarna pas kan het me iets schelen of hij 'presteert' of niet.

Zoals bekend heeft Rudy Kousbroek het niet zo op de natuur. Een paar jaar geleden schreef hij een pleidooi voor postmenopauzaal moederschap, met onder andere als argument dat door de natuurwetten op die manier te ondergraven de gelijkberechtiging van vrouwen een stapje verder werd gebracht. Mannen konden immers altijd al tot op hoge leeftijd vader worden. Hetzelfde effect deed zich voor, als nu met zijn Viagra-stuk: ik kon er geen speld tussen krijgen en toch bleef mijn intuïtie zich verzetten.

Waarom ben ik in tegenstelling tot Kousbroek geneigd te buigen voor de wetten van de natuur, terwijl ik heus wel doordrongen ben van alle verwijzingen naar insuline, brillen en hoortoestellen? Omdat ik het vermoeden heb dat de wetten van de natuur, vooral waar het seks betreft, een bepaalde zin hebben, in ieder geval niet betekenisloos zijn. Wie zich er niet aan stoort, loopt een gerede kans onheil over zichzelf of over anderen af te roepen. Allemaal leuk en aardig, pril moederschap op je 55ste, maar je vergroot wel het risico dat een tiener straks op het kerkhof staat te huilen.

Met potentiestoornissen ligt het wat subtieler. Je kunt je afvragen waarom ze eigenlijk bestaan. Is het net zoiets als gebroken heupen of hartkwalen die met medische ingrepen ongedaan gemaakt kunnen worden? Vlagen van impotentie doen zich op alle leeftijden voor, maar desondanks bestaat er een aanzienlijke samenhang met ouderdom. Het is veilig om aan te nemen dat oudere mannen er vaker last van hebben dan jongere. Komt het simpel neer op slijtage of dient de impotentie mogelijk een verborgen doel? En dan bedoel ik niet eens de door Kousbroek met instemming aangehaalde literaire evocaties van falen in het bijzonder en sterfelijkheid in het algemeen, waartoe zo'n ervaring kan inspireren. Niet ingelost verlangen ligt aan de bron van kunst. Sublimeren is mooier dan consumeren.

Maar de natuur doet niet aan kunst en haar doelen zijn prozaïsch. In het geval van impotentie lijkt de functie ervan me nogal duidelijk: machtsreductie. Oudere mannen genieten grote voordelen in de liefde vergeleken met oudere vrouwen. Oudere mannen kunnen jonge meisjes voor zich winnen, terwijl oudere vrouwen niet eens beginnen met na te denken over jonge jongens. Vanaf een zeker tijdstip slinkt voor een vrouw met elk volgend levensjaar de populatie van (onbekende) mannen die zich in seksueel opzicht voor haar zouden kunnen interesseren. Na de menopauze valt het doek (seks en voortplanting kunnen wel praktisch, maar niet emotioneel van elkaar gescheiden worden). Mannen daarentegen hebben wel twintig jaar extra in de speeltuin van de liefde. Hun populatie van potentiële minnaressen neemt alleen maar toe. De ervaring leert dat jonge èn oudere mannen eerder ontbranden voor een jonge vrouw dan voor een oude. Zo onrechtvaardig en onontkoombaar steken de wetten van de natuur in elkaar.

(Vlagen van) impotentie is het wisselgeld van de natuur om deze machtsonbalans tussen oudere mannen en oudere vrouwen een heel klein beetje recht te trekken. Zij verliest haar aantrekkingskracht, hij z'n betrouwbaarheid. Dat hoeft verder geen ramp te zijn. Er valt ook in een minder perfecte configuratie nog wel een blik in de hemel te slaan, daar ben ik niet eens zo pessimistisch over. Maar massaal Viagra-gebruik geeft een oneerlijke concurrentie van oudere mannen ten opzichte van zowel jongere mannen als oudere vrouwen. Dat zeg ik als vrouw die in jaren dichter bij de menopauze dan bij de puberteit staat.

Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen dat ik gewoon jaloers ben.

    • Beatrijs Ritsema