De privatisering van de sociale zekerheid; Een markt van honderd miljard

Welke kant het ook opgaat met de sociale zekerheid, helemaal terug in de handen van de overheid komt de uitvoering ervan nooit meer. De weg naar marktwerking is definitief ingeslagen, de vraag is nu alleen hoe snel die weg bewandeld zal worden. Werkgevers- en werknemersorganisaties willen de hele uitvoering van sociale wetten zoals de WW en de WAO onder één dak brengen bij op winst gerichte ondernemingen. Kabinet en Tweede Kamer willen minder ver gaan en eisen dat de overheid bepaalt wie wel en wie niet een uitkering krijgt. De rest van de uitvoering wordt aan de markt overgelaten.

Wie deze strijd ook wint, alle betrokken instanties zetten zich schrap om op de privatisering voorbereid te zijn. Arbodiensten vechten samen met uitzendbureaus en uitvoeringsorganisaties alvast om de WW'er of WAO'er die terug naar de arbeidsmarkt moet worden gebracht. Verzekeraars zien een markt die wel vier keer zo groot is als pakweg de schadeverzekeringsmarkt. Het draait uiteindelijk allemaal om de werknemer en de werkgever. Wat schieten zij met die marktwerking in de sociale zekerheid op? Een overzicht.

Het is een schrikbeeld dat middelgrote verzekeraars schetsen: consumenten worden voor de rest van hun leven in de netten van grote financiële concerns gelokt, omdat alleen zij in staat zijn klanten van de wieg tot het graf financieel te begeleiden. From the sperm to the worms, grapte een Britse verzekeraar ooit over het scala aan producten dat hij te bieden had. Het begint met een Pennierekening en eindigt met een uitvaartverzekering en al die tijd wordt de nietsvermoedende consument levenslang door het conglomeraat bespied. Voor dit gevaar waarschuwen nu de middelgrote verzekeraars, want financiële giganten staan klaar om de markt te betreden die in 2001 opengaat, de markt van de sociale zekerheid.

Doordat de vier bestaande uitvoeringsinstellingen - de 'uvi's' (GUO/Cadans, Gak, SFB en USZO) - al exclusieve verbintenissen met enkele grote verzekeraars hebben gesloten, komt een werknemer automatisch terecht bij een grote commerciële verzekeraar. Zoals bij Interpolis (Rabobank) dat met 'uvi' GUO/Cadans in zee is gegaan en Nationale-Nederlanden (ING Groep) dat de uvi in de bouw, SFB, als partner heeft. Niet alleen voor de reisverzekering maar ook voor de werkloosheidsuitkering moet de werknemer in de toekomst mogelijk aankloppen bij een commerciële verzekeraar.

“Door het exclusieve karakter van de samenwerking wordt als het ware een hek om de werknemer gezet”, zo waarschuwt bestuurder E. Kleijnenberg van de middelgrote verzekeraar Goudse Verzekeringen. “Die financiële concerns trekken steeds meer activiteiten aan en gaan de cliënt bespieden voor alle inkomensachtige producten. Of het nu om bancaire producten gaat of om pensioenen of uitkeringen, zo'n conglomeraat kan het de werknemer leveren. Natuurlijk kunnen andere verzekeraars nog wel zaken doen met de uvi's, maar dat is van een andere orde. Wij hebben bijvoorbeeld niet de beschikking over de databestanden (met informatie over de werknemers) die wel aan de partner beschikbaar worden gesteld.”

Ter illustratie noemt Kleijnenberg de verzekeraar Achmea (Centraal Beheer, Avero) die met het oog op een fusie samenwerkt met de uitvoeringsinstelling Gak dat meer dan de helft van de werknemers in Nederland als klant heeft. “Onlangs maakte Achmea bekend ook nog eens in zee te gaan met het pensioenfonds PVF. Ook in de pensioenmarkt vindt steeds meer privatisering plaats: daardoor kan je de ontwikkeling met de uvi's [de privatisering van de sociale zekerheid] als een precedent zien voor de pensioenmarkt.”

Als de wettelijke belemmeringen voor het samengaan van een commercieel bedrijf en een uitvoeringsorganisatie van publieke geldstromen worden opgeheven, willen ook Achmea en PVF (goed voor vijftig miljard gulden beheerd vermogen) zelfs fuseren. En dergelijke fusies hoeven niet aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) te worden voorgelegd want de financiële bedrijfstak valt nog twee jaar buiten de competentie van de NMa. De belangen voor de commerciële verzekeraars zijn groot want de sociale verzekeringsmarkt is met honderd miljard gulden ruim het viervoudige van de Nederlandse schadeverzekeringsmarkt.

Directeur M. Dijkshoorn van Nationale-Nederlanden vindt de zorgen van de middelgrote verzekeraars overbodig. “Er komt toch marktwerking? En dat betekent dat een sector in het bedrijfsleven alle vrijheid heeft om van uitvoeringsinstelling te veranderen wanneer men ontevreden is. De politiek moet ervoor zorgen dat die marktwerking plaatsvindt en dan kan er van een keurslijf nooit sprake zijn.”

Om de overstap naar een andere verzekeraar te vergemakkelijken moet het aantal uitvoeringsinstellingen volgens Dijkshoorn toenemen tot circa tien. Na het jaar 2001 krijgen sectoren en grotere bedrijven (met meer dan honderd werknemers) de mogelijkheid om een eigen uvi uit te kiezen. Nu zijn deze instellingen nog aan een branche verbonden, zoals de SFB (partner van Nationale-Nederlanden) aan de bouw. “Een nieuwe uvi heeft als voordeel dat zij nooit gebonden is geweest aan een specifieke branche en zij kunnen zich dus breder oriënteren.” Als mogelijke initiatiefnemers tot oprichting van nieuwe uvi's noemt Dijkshoorn de pensioenfondsen.

Kleijnenberg van Goudse Verzekeringen vreest juist dat het geringe aantal uvi's (en hun commerciële partners) elke vorm van marktwerking uitsluit. “Het kost tientallen miljoenen guldens om een concurrerende uitvoeringsinstelling in de markt te zetten. Denk alleen maar aan de automatisering. Daar komt bij dat de markt al volledig is opgedeeld, waardoor een nieuwe uvi een volstrekt oneerlijke strijd moet aangaan.” Door het gemis aan marktwerking hoeft volgens Kleijnenberg ook niemand op lagere premies te rekenen. Dijkshoorn, die ontkent op exclusieve basis met SFB samen te werken, erkent dat hij als commerciële verzekeraar de schijn tegen heeft.

Terwijl een publieke instantie ongestoord het algemeen belang in de sociale zekerheid kan dienen is een particuliere verzekeraar bij voorbaat verdacht. “Met die verdenking heb ik inmiddels leren leven. Maar als wij ons werk goed doen, is dat ook in het belang van de werknemer. De hoogte van de schadelast bepaalt immers de hoogte van de premies. Dus wanneer wij er in slagen om een zieke werknemer zo snel mogelijk weer aan de slag te krijgen - en ik ga ervan uit dat 95 procent van de werknemers dat wil - dan kan die premie ook naar beneden.”

Volgens Dijkshoorn van Nationale-Nederlanden heeft de privatisering van de ziektewet (in 1995) laten zien dat marktwerking positief uitpakt. “Het verzuim is met 2 procentpunt gedaald tot 5,5 procent. Dat scheelt per jaar zo'n vier miljard gulden. Hoewel het verzuim nu weer begint te stijgen, is de ontwikkeling toch absoluut positief te noemen. En dat de vakbonden waarborgen verlangen voor bijvoorbeeld een juiste keuring vind ik zeer terecht.”

Hoe de verzekeraars zoals de Goudse willen voorkomen dat “slechts één partij op het orgel trapt” is niet helemaal duidelijk. “We signaleren slechts wat de gevaren van de nieuwe ontwikkelingen zijn”, stelt Kleijnenberg. “Ik weet niet of je de exclusieve samenwerking tussen een uvi en een commerciële verzekeraar moet verbieden. We hebben in elk geval aan willen geven - nu de politiek er binnenkort over gaat beslissen - dat de keuzevrijheid van de consument in gevaar komt.”