De economie mag de mens niet regeren

Kardinaal Simonis en ds Plaisier spijkerden vanmiddag zeven stellingen tegen de 24-uurseconomie op de deuren van het Binnenhof, omdat het welzijn van de mens wordt bedreigd. Minister Wijers vindt dat de 24-uurseconomie juist de keuzevrijheid van het individu vergroot.

De Nederlandse samenleving ontwikkelt zich in de richting van een 24-uurseconomie. Dat wil zeggen naar een manier van samenleven waarin alle uren van dag en nacht tijdens alle dagen van de week voor economische bedrijvigheid ter beschikking staan.

Natuurlijk, in bepaalde sectoren van de samenleving is het noodzakelijk en buitengewoon goed dat ook naast de gewone werktijden wordt gewerkt. Sommige productieprocessen als Hoogovens kunnen nu eenmaal niet worden stilgelegd en bepaalde vormen van dienstverlening - met name in de zorgsector - moeten zeker in noodgevallen beschikbaar zijn. Maar buiten deze, zeg maar, traditionele en noodzakelijke vormen van een 24-uurs-beschikbaarheid, claimen steeds meer andere sectoren dat het bedrijf 168 uur per week moet kunnen draaien.

Van een volledige 24-uurseconomie is in ons land gelukkig nog geen sprake. Maar er tekent zich wel een onmiskenbare tendens in die richting af. Een paar voorbeelden ter illustratie:

Een derde van de Nederlandse beroepsbevolking werkt tegenwoordig al onregelmatig en ongeveer een kwart wel eens 's nachts. Banken en uitzendbureaus beginnen met 24-uursservice.

Toeslagen op onregelmatig werk verdwijnen of worden sterk verlaagd.

De vakbonden moeten grote moeite doen om via CAO's te regelen dat werknemers niet verplicht kunnen worden op zondag te werken.

Met name in de dienstensector krijgen sollicitanten in toenemende mate de vraag voorgelegd of zij bereid zijn 's avonds en op zondag te werken. Een nieuw selectiecriterium is sluipenderwijs ingevoerd.

En natuurlijk de langere openstelling van winkels, steeds meer tot tien uur 's avonds en op zondagen, in sommige steden zelfs vrijwel alle zondagen per jaar. Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel voorspelt dat de zondag een gewone winkeldag wordt. Een meerderheid van de supermarkten verwacht dat op niet al te lange termijn vijftien procent van de weekomzet op zondag gerealiseerd zal worden.

Efficiency, volledig benutten van kapitaalgoederen, employability, flexwerker. Kortom: we stevenen af op een economie die 24 uur per dag moet draaien.

Economische belangen worden dominanter. Nederland vereconomiseert. Het inzicht verdwijnt dat de cyclus van produceren en consumeren door andere waarden moet worden begrensd.

Waarom roepen gelovigen politici op de ontwikkeling in de richting van een 24-uurseconomie niet op haar beloop te laten? Waarom roepen gelovigen volksvertegenwoordiging en regering “met klem op de collectieve rustmomenten te respecteren?” Waarom vragen gelovigen de politiek “dringend om het verruimen van werk- en openingstijden kritisch te bezien, te beperken en terug te dringen”, zoals de tekst van de oproep luidt?

Kerkmensen en vele anderen maken zich grote zorgen over het verdwijnen van de collectieve rustmomenten. Wij maken ons zorgen over de filosofie die daaraan ten grondslag ligt en we maken ons zorgen over het feit dat het ons geschonken ritme van dag-en-nacht, van zes-dagen-plus-één ernstig verstoord dreigt te worden.

Het opofferen van collectieve rustmomenten op het altaar van de economie geeft blijk van culturele armoede. De motor achter de 24-uurseconomie is niet alleen de noodzaak tot internationale competitie. Het is ook de drang naar meer-meer-meer, zonder de vraag te stellen of dat de kwaliteit van het leven ten goede komt.

Er is sprake van een verschraling van de cultuur. Ons economisch systeem behoort in de cultuur te zijn ingebed maar steeds meer wordt het culturele bepaald door het economische.

In de pleidooien voor een 24-uurseconomie klinkt altijd iets van 'stilstand is achteruitgang'. Maar dat is vaak klinkklare nonsens. Je kan ook stilstaan omdat rust geboden is, of omdat je ruimte creëert voor bezinning. Stilstaan biedt eveneens de mogelijkheid tot opladen.

Het opofferen van de collectieve rustmomenten staat mijns inziens gelijk aan het veronachtzamen van het menselijk bioritme. Het ritme van dag-en-nacht en van zes-dagen-plus-één is ons als het ware op het lijf geschreven. Dat ritme is, om in economische termen te spreken, een collectief goed. Een goed dat we dus ook collectief moeten beschermen. Een 24-uurseconomie beschadigt dit collectieve goed. Economen spreken dan van een nadelig extern effect. Het is een effect dat niet in de prijzen wordt doorberekend. De slachtoffers - en dat zijn wij allemaal - blijven met de brokstukken zitten.

Het is, denk ik, heel goed mogelijk een parallel te trekken met de verstoring van ecologische systemen. Dominantie van economische belangen leidt tot onvoldoende eerbied voor de schepping, tot aantasting van ons natuurlijk milieu. De 24-uurseconomie tast bovendien het sociale milieu aan. Dat zal niet zonder gevolgen blijven.

Verwacht moet worden dat wanneer alle uren in beginsel arbeidstijd kunnen zijn en alle dagen geëgaliseerd worden tot potentiële werkdagen, dit leidt tot grote gezondheidsproblemen. Het is nu al zo dat één op drie mensen in de WAO arbeidsongeschikt zijn geworden als gevolg van stress. Het betekent ook verlies van sociale cohesie en daardoor ook verminderde overdracht van gedeelde waarden en normen. Werken buiten gangbare werktijden betekent per saldo minder mogelijkheden om dingen gezamenlijk te doen, zoals verenigingswerk en het verkeren met vrienden, familie en gezin. Het leidt uiteindelijk ook tot economische problemen. Forse gezondheidsproblemen en het wegvallen van sociale samenhang zullen op den duur de slagkracht van de Nederlandse economie aantasten.

Ik ben ervan overtuigd dat het collectieve ritme van werken en ontspannen ons geschonken is. Het zit in onze schepping ingebakken. Deze notie maakt deel uit van de wijsheidstraditie van alle wereldgodsdiensten. Meer dan eens is geprobeerd dit inzicht te negeren. Telkens wordt het schip pijnlijk door de wal gekeerd. Laten we van deze ervaring leren en weten dat het verdedigen van rust vele malen makkelijker is dan het heroveren van rust. Collectieve rustmomenten, 'een dag anders', zijn kostbare bezittingen van een samenleving.

Een samenleving die aan het ritme van de seizoenen, van dag en nacht van arbeid en rust in de schepping voorbijgaat, verliest de intuïtie van een gegeven werkelijkheid. Dan verliezen mensen niet alleen het inzcht op God, maar dan verliezen zij ook elkaar en zichzelf.