Christoph Marthalers versie van 'Drie Zusters' nu in Amsterdam; 'Mijn voorstelling is allesbehalve perfect'

De van oorsprong Zwitsere regisseur Christoph Marthaler verwierf tijdens het Holland Festival van drie jaar geleden bekendheid met zijn langzame, superieure ensceneringen van 'Hochzeit' van Elias Cannetti en 'Faust' van Fernando Pessoa. Nu maakt hij een vier uur durende versie van Tsjechovs 'Drie Zusters'.

Drei Schwestern door het Volkstheater am Rosa-Luxemburg-Platz is vanavond nog te zien in het Muziektheater, Amsterdam. Er zijn nog kaarten beschikbaar. Aanvang 19.00 uur.

AMSTERDAM, 24 JUNI. Natuurlijk, Christoph Marthaler (1951) heeft de legendarische enscenering van de Drie Zusters door Peter Stein gezien. Deze voorstelling geldt als de beste van het na-oorlogse Duitse theater. “Maar”, voegt Marthaler er met heimelijk schitterende ogen aan toe, “mijn voorstelling is allesbehalve perfect. Daarin gaat van alles mis. Er wordt vals op de piano gespeeld, de acteurs bewegen zich niet gracieus of elegant. De zusjes al helemaal niet. Mijn voorstelling is radicaal.”

Voor Marthaler en zijn decorontwerpster Anna Viebrock vormt het huis waarin de zusjes Olga, Irina en Masja wonen de kern van de uitvoering. Anna Viebrock fotografeerde in Oost-Europese landen vervallen, desolate huizen en vooral de interieurs. Ze staan in het programmaboek afgedrukt: treurig stemmende, grote huizen in het avondlicht, alles ademt voorbije grandeur. Het decor is een exacte replica van het innerlijk van zo'n huis.

Marthaler kan niet regisseren zonder rekening te houden met de omgeving. Hij zegt: “Dat wij uit het voormalige Oost-Berlijn komen en theater maken aan het Rosa-Luxemburg-PLatz betekent veel. Daar, in onze directe omgeving, zien wij die woonkazernes waarin de eenzame, oude en werkeloze mensen wonen. Huizen, daar gaat het om. Hoe zou het huis van de zusjes er nu uitzien, na twee wereldoorlogen, na de val van het communisme? Dat wil ik weten. Dankzij 'die Wende' konden wij vrijuit reizen, dat betekende veel voor ons. In Polen vonden we de huizen terug van de Russische landadel, zoals Tsjechov die voor ogen heeft gehad. Toneel kan niet zonder concrete plaats van handeling. Als je eenmaal de melancholie hebt ervaren van verlaten huizen, dan kun je Tsjechov niet meer historisch regisseren. Dat zou belachelijk zijn. Kijk eens naar de deuren van zo'n huis, zoals die nooit meer gemaakt zullen worden. Ik wil de Drie Zusters in de context van deze tijd plaatsen. Wij hebben nu geen mensen meer die van hun ouders, zoals eertijds, niet mogen werken. Die luxueuze adel is voorbij. Toch willen de mannelijke lanterfanten uit het stuk werken, iets ondernemen. Ze kunnen het niet, er is geen plek voor hen, ze bezitten de energie niet. Dat is een van de onderliggende tragedies van de Drie Zusters.

“Ik wil het stuk brengen zoals ik het heb gelezen, langzaam, met scheef in het leven staande personages. Het gaat over de kunst van het weggaan en het niet-weggaan; dat getuigt van grote melancholie. Denk eens aan Wachten op Godot, hetzelfde thema. De personages daarin handelen en handelen tegelijkertijd niet. De ensceneringen van Tsjechov ontaarden vaak in de folklore van de samovar, van de Russische weemoed. Dat wil ik niet. Mijn radicaliteit schuilt in de zo eenvoudig mogelijke, heldere weergave van de tekst.”

Omdat Marthaler van oorsprong musicus is, gebruikt hij veel muziek in zijn voorstellingen. Een weemoedig orgeltje, een piano, er wordt gedanst en gezongen. Volgens de regisseur leggen ze in die muziek veel van hun leed en verlangen. De voorstelling is daadwerkelijk in het Künstlertheater van Moskou te zien geweest, dus de zusjes konden 'Moskou! Moskou! Moskou!' roepen wat ze wilden, ze waren er. Dat gaf aan de voorstelling een extra dimensie van vergeefsheid. “Dat reële Moskou”, legt Marthaler uit, “is helemaal niet zo wezenlijk voor de zusjes. Ze willen ergens heen, ze willen weg. Een van de mooiste teksten is die van Irina, die zich wanhopig afvraagt: 'Waar ligt dat 'waar' van waarheen?' Ze weet het niet. Ze barst in snikken uit.”