Centrum van Europa

De trolleybussen in de Litouwse hoofdstad Vilnius zijn stampvol. Ik sta bij een halte en als de oeroude, rammelende, scheefhangende bus (merk Skoda) komt, pers ik me er met moeite in. Eenmaal binnen word ik overweldigd door een walm van zweet en onfrisse adem. Ik sta aan alle kanten ingeklemd, zwaai met mijn busgenoten van links naar rechts en van voor naar achter.

Toch heerst er een zeker fatsoen in de bus. De mensen praten gedempt in hun prachtige, oude Litouwse taal, ze dringen niet voor, stempelen keurig af en staan op voor twee tandenloze oude vrouwtjes. Er valt me nog iets op. In volle bussen in Italië stonden de mannen altijd ritmisch tegen me aan te bewegen, hoe ik me ook wendde of keerde. Hier staat iedereen beheerst tegen elkaar geklemd en wacht tot hij er weer uit mag.

Ik ben op weg naar de Oostenrijkse ambassadeur, dr. Florian Haug, die een spectaculair plan heeft om het Oostenrijkse EU-voorzitterschap per 1 juli 1998 in te luiden. We hebben afgesproken bij de door zijn land onlangs aangekochte ruïne midden in Vilnius. Het betreft een 17de-eeuws paleisachtig pand met grote tuin dat in de Sovjet-tijd zo verwaarloosd is dat eigenlijk alleen de muren er nog staan. Haug schetst kort de plannen om het pand te restaureren en te verbouwen tot residentie en kanselarij van de Oostenrijkse ambassadeur. Maar dan moeten we toch echt weg, naar het doel van onze afspraak: het Centrum van Europa.

Volgens berekeningen van het Franse Nationale Geografische Instituut in 1989 bevindt het geografisch middelpunt van Europa (van Atlantische Oceaan tot Oeral) zich op 25°19' lengte en 54°54' breedte en dat ligt zo'n 25 kilometer ten noorden van Vilnius.

De Litouwers zijn natuurlijk zeer content met deze constatering. Ze hebben altijd al gevonden dat ze geheel bij Europa horen, al was het maar wegens hun glorieuze geschiedenis - in de 14de eeuw strekte het Litouwse rijk zich uit van de Oostzee tot de Zwarte Zee en was daarmee de grootste Europese staat. Ze hebben het Europese middelpunt dan ook terstond voorzien van een steen met inschrift. Het bescheiden monument staat op een groene heuvel te midden van eeuwig zingende bossen met uitzicht op een langgerekt meer. Geen bewoning zover het oog strekt.

Toen ambassadeur Haug over dit Europos Centros hoorde wist hij het meteen: waar anders dan op deze plek zou het allereerste EU-voorzitterschap van zijn land beter kunnen beginnen? Daarom heeft hij voor 26 juni een midzomerdansfeest rond het monument georganiseerd. In zijn wat stoffige auto rijden we er naar toe. De excellentie chauffeert zelf, want hij is voorlopig ambassadeur van een zogeheten Sparbotschaft. “Het betekent dat ik geen residentie heb, geen personeel”, zegt Haug opgewekt, “en dat ik hier leef als een student. Bij officiële bijeenkomsten laten de ambassadeurs van landen als Roemenië en Tsjechië zich in hun limousines voorzoeven - ik draai rondjes op zoek naar een parkeerplaats of kom per trolleybus.”

Inmiddels hebben we het Centrum van Europa bereikt. De ambassadeur kijkt goedkeurend rond. De autoriteiten hebben speciaal voor zijn feest al flink wat voorbereidend werk verricht. “Kijk”, wijst hij, “de toegangspaden zijn verbreed en geplaveid. En de houten vlonder over het bergbeekje is vernieuwd. Er moeten straks zo'n tachtig hoogwaardigheidsbekleders overheen.”

We lopen door het hoge gras naar boven en bereiken het plateau-met-monument waar het straks allemaal moet gebeuren. Haug: “Hier komt een transformator voor de elektriciteit, daar komen drie wc's, en hier zal het leger een grote tent met houten dansvloer neerzetten. De muzikanten zitten daar, en vlakbij komen grote braadspitten, want we gaan Spanferkel eten. De catering laat ik uit Klaipeda (Duits: Memel) komen, omdat Oostenrijk betrokken is bij de Toerismeschool daar.”

Op 26 juni zal het niet donker worden - tussen 12 en 2 uur 's nachts is er een zilveren schijnsel aan de horizon. Natuurlijk zal de ambassadeur die avond een Ansprache houden - “Nein, nicht politisch.” En hij hoopt dat de nuntius een Tischgebet in het Latijn zal uitspreken: “Das passt dazu.” Litouwen is immers net als Oostenrijk overwegend katholiek.

Nog één keer lopen we rond het monument, dan stappen we weer in de auto. De ambassadeur, tot dusver opgetogen en spraakzaam, kijkt om en zucht opeens diep: “Ik zal blij zijn als 26 juni voorbij is.”

    • Reinildis van Ditzhuyzen